Interview

Nicolien Mizee: Niets van wat ik schrijf, is kwetsend bedoeld

Nicolien Mizee Beeld Jörgen Caris

Voor schrijver Nicolien Mizee schuilt onbevangenheid “in het speuren naar wat ik nou echt vind, in het nadenken, het herformuleren. Hoe zit het nu precies? Waarom vind ik dit nu zo’n prettig mens? Om met Camus te spreken: uiteindelijk kom je op de twee eenvoudige waarheden terug waar het hart die eerste keer voor is opengegaan.”

“Zevenentwintig jaar geleden ben ik begonnen met deze correspondentie. Ik had toen geen werk, geen relatie, het was alles wat ik had. Ik ben er aan verslingerd geraakt. Afgelopen maand heb ik niet gemaild naar Ger, ik was te druk, prompt merkte ik dat ik mezelf kwijtraakte. 

Dan word ik opgezogen door een maalstroom aan verplichtingen en raak ik gedeprimeerd, onrustig. Het schrijven heb ik nodig om het contact met mezelf te houden, om te voelen wat ik werkelijk voel, denken wat ik ten diepste denk. Daar heb ik veel tijd en rust voor nodig.

Dit is geen dagboek. Het is geschreven om iemands aandacht vast te houden en te veroveren. Ik wilde heel graag dat mijn brieven werden gelezen dus ik deed er erg mijn best op. Die losheid van toon in ‘De Porseleinkast’, die heb ik in een roman nooit voor elkaar gekregen. Dat kan ook niet, denk ik. 

Ik heb niets veranderd aan de tekst zoals hij daar stond, dat was ook de afspraak met de uitgever, maar een enkele keer heb ik iets geschrapt. Door het schrijven van de faxen leerde ik indertijd dat een neerbuigende toon nooit leuk is, vergaande langdurige negativiteit evenmin en dat depressie er bij mij toe leidde dat ik mezelf in eindeloze kronkelredeneringen eindeloos probeerde vrij te pleiten. Ik ben dit toen in het schrijven gaan vermijden, en daarna in mijn spreken en denken.

(N)ergens thuis

Ik denk niet dat de tijdgeest in de jaren tachtig mijn bestaan gunstig beïnvloedde, nee. Ik had juist een groot verlangen naar een normaal burgerlijk bestaan en daar viel ik buiten. Laatst zat ik met een kennis in een auto, die tegen me begon over dat ik toen toch van school ging omdat het me niet boeide. Ik viel helemaal stil. Ik kon het echt niet weer gaan uitleggen. 

Het is de zwartste periode uit mijn leven geweest. Een depressie brengt een intens gevoel van vervreemding. Als kind noemde ik dat de vreemdheid der dingen. Als je daar onder lijdt als kind of als puber, dan ontdek je de wereld op een verkeerde manier. Soms denk ik dat ik daar nog altijd van aan het herstellen ben.

Maar het schrijven heeft me sindsdien veel gebracht. Dat ik me nergens thuisvoel, zoals je leest in ‘De Porseleinkast’, dat geldt niet meer. Ik heb met het schrijven een leven opgebouwd. Ik ben les gaan geven, daar heb ik ook mijn man ontmoet. Les geven bleek ik heel goed te kunnen. Het is mooi dat je dan op een andere manier onder de mensen komt dan alleen door in je nakie model te gaan staan.

Ik heb net een detective geschreven, ‘Moord op de moestuin’. Ik wilde graag weer fictie schrijven en ik hou van Agatha Christie. Die boeken zijn wel in sjablonen geschreven maar ze getuigen van een tijdloze wijsheid. En de moestuin is een ideale setting: afgesloten arena, microkosmos, zomer, vriendschappen en natuurlijk een moordje hier en daar. Ik vond het niet meer zinvol om zoals voorheen materiaal uit de faxen te halen en in een roman te gaan proppen. Leuker en beter dan in die faxen kan ik het toch niet schrijven.

Verzameling faxen

Natuurlijk heb ik wel kotsend van angst de publicatie van die eerste verzameling faxen afgewacht. Ik had ze op aanraden van een vriend naar de uitgever gestuurd en dan is het toch alsof je van de duikplank springt. Ik kon niet meer terug. Ik bedacht dat ik gewoon moest doen of dat boek niet bestond. Ik voer in het oordeel ook wel op de anderen. 

Soms spijt het me dat ik dit boek heb gepubliceerd, omdat het me de nodige narigheid met de familie heeft opgeleverd. Niets van wat ik schrijf is kwetsend bedoeld, maar mensen worden toch gekwetst. Het is een dilemma waar ik sprakeloos naar kijk, ongeveer zoals Darwin bevreesd de publicatie van zijn evolutietheorie afwachtte, met het gevoel dat hij een moord opbiechtte (‘it felt like confessing a murder’). Er is geen pijnloze oplossing. Intussen schrijf ik gewoon door aan Ger, en dat is het hier en nu, daar is geen censuur, noch van mezelf, noch van anderen.

Maar ik kreeg geweldige recensies en lezers reageren op deze verzameling faxen heel anders dan op mijn romans. Vroeger zeiden ze ‘joh, dat doe je goed, bóeiend’. Nu mailen mensen me dat ze erg geraakt zijn, dat ze er kapot van zijn en niet kunnen ophouden met lezen.”

Nicolien Mizee Beeld Jörgen Caris

Nicolien Mizee

Een van de meest ontwapenende boeken van 2018 is ongetwijfeld ‘De Porseleinkast’ van Nicolien Mizee. Daarin analyseert zij waarom het zo onmogelijk voor haar is - of beter: was - om zich aan te passen aan de eisen van het gewone leven: werk, familie, liefde, school. Deze eenzijdige correspondentie (faxen uit de jaren negentig aan haar voormalige schrijfdocent Ger Beukenkamp) herinnert in nauwkeurige bespiegeling aan het werk van andere autobiografische schrijvers uit de stal van Van Oorschot (Frida Vogels, J.J. Voskuil, Detlev van Heest), maar verrast in de losse, originele verteltrant.
Mizee schrijft energiek, intelligent en met humor over kleine en grote perikelen: haar ervaringen als schildersmodel, de dansles, een nare logeerweek met ‘bewuste gevoelsvrouwen’, maar ook over ernstige familieconflicten, de moeizame gang naar de sociale dienst, over haar relatieproblemen met vriendin Louise, over dwangneuroses en depressie. Hoe slaagt een schrijver erin een zo donkere periode uit het eigen leven zo onbevangen in woorden te vangen? Nicolien Mizee vertelt over het schrijven dat noodzaak en redding is.
‘De Porseleinkast’ van Nicolien Mizee verscheen dit jaar bij Van Oorschot. ‘Moord op de moestuin’ verschijnt in februari bij Nijgh en Van Ditmar.

Lees ook:

Outcast Nicolien Mizee beschrijft ervaringen en gewaarwordingen waarmee je je prima kunt identificeren

In het tweede deel van ‘Faxen aan Ger’ schrijft Mizee wederom vele faxen vol zelftwijfel.

Stel, je komt jezelf verknipt tegen in het boek van je dochter

Als familielid van een schrijver moet je een dikke huid hebben, want autobiografische romans kunnen kwetsend zijn. Je kunt ook naar de rechter stappen, maar de kans op succes is klein..

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden