Review

Nette zwarten wonen in een nette zwarte buurt

Ik heb zeven jaar in Amerika gewoond, meestentijds in Washington DC, waar zeventig procent van de bevolking zwart is. Hoewel ik als journalist en bewoner vaak te maken had met zwarte Washingtonians, heb ik geen zwarte vrienden. Op feestjes en recepties, bij denktanks, op Capitol Hill, kwam ik vaak genoeg zwarte mensen tegen. Aardige lui maar vrienden werden het niet.

FRANS VERHAGEN

Ik stond daar nooit erg bij stil, tot ik voor het blad Intermediair een verhaal maakte over de zwarte middenklasse. In vele gesprekken werd me duidelijk dat professionele integratie heel wat anders was dan sociale integratie. Uit eigen beweging ging de zwarte middenklasse in dezelfde suburbs wonen, stichtten hun eigen golfclubs, reisverenigingen en wat al niet - een soort vrijwillige rassenscheiding.

Dat Washington een zwarte stad was, kon geen bewoner ontgaan. We hadden een corrupte, cokesnuivende burgemeester die steeds werd herkozen omdat hij van elke verkiezing een rassenstrijd maakte. Op 14-th Street, platgebrand in 1968, stonden nog steeds de karkassen van huizen en winkels, om de herinnering levend te houden. In die tijd, die van de crack-wars, was Washington de meest criminele stad van het land en het meeste geweld was black-on-black.

Tegelijkertijd was de Washingtonse metro de mooiste van het land (gul gefinancierd door het Congres, dat graag goed openbaar vervoer heeft). Alleen kwam de metro aanvankelijk in geen enkele zwarte wijk. De voorsteden werden keurig verbonden met Capitol Hill en het vliegveld, de stations in de zwarte wijken kwamen er pas veel later.

Als slagveld in rassenverhoudingen is Washington geen uitzondering. De verhouding tussen blank en zwart is in Amerika altijd een actueel onderwerp. Racisme, al of niet vermeend, is hardnekkig. Het wantrouwen, al of niet terecht, is groot.

Hoe dat zo is gekomen, wordt door Chris Quispel uitstekend beschreven. De eerste drie delen van zijn boek bieden een geschiedschrijving van de falende wederopbouw na de Burgeroorlog (1861-1865), de groeiende segregatie, de institutionalisering van die rassenscheiding, afgedekt door het Supreme Court. Na de oorlog volgen de pogingen van het racistische Zuiden om zijn systeem te handhaven en, daartegen gericht, de strijd om de burgerrechten. In de jaren zestig zien we het succes van Lyndon Johnsons kiesrechtwetgeving en de proclamatie van zijn Great Society, bedoeld om achtergestelden (blank en zwart) te helpen.

In het laatste deel is Quispel meer socioloog dan geschiedschrijver, want na 1965 wordt ras een ander soort probleem: wat je doet met die gelijke rechten als ze eenmaal bevochten zijn, is een stuk minder duidelijk. Het begint met de zwarten die Marten Luther King te slap vinden en een extreem nationalisme uitdragen. Geweld volgt: de moord op Malcolm X, de gewelddadige Weathermen, de moord op King zelf en de rellen in de grote steden.

Quispel beschrijft de vooruitgang, of het gebrek daaraan, onder opeenvolgende presidenten. Steeds meer gaat het om aantallen benoemde personen, positieve discriminatie, armoede en ander beleid waarover geen eensgezindheid bestaat. Meningen beginnen te schuiven. Neo-conservatief denken, van zwart en blank, stelt vraagtekens bij traditioneel links beleid. Er komt meer aandacht voor de negatieve gevolgen van overheidshulp, voor de armoedeval, voor tieners die kinderen krijgen om een uitkering te bemachtigen.

Ook zwarten beginnen te klagen over het stigma dat positieve discriminatie hen opdrukt -'oh, u bent professor hier, dan heeft u zeker hulp gekregen'. Over het geheel genomen geeft Quispel een goede analyse, al laat hij zich soms afleiden door relatief kleine excessen.

Is het glas half vol of half leeg? Quispel neigt naar pessimisme. Hij constateert een verwijdering tussen blank en zwart, ook al verbeteren de politieke en maatschappelijke omstandigheden. Wat ik zie, is een toegenomen integratie -kijkt iemand er nog van op dat Colin Powell en Condoleeza Rice zwart zijn? -, een normalisering van de betrekkingen in het openbare leven. Maar waar het mis loopt, daar is het ook meteen desastreus. En het grootste probleem ligt bij de zwarte gemeenschap zelf.

Blanken mogen daar weinig van zeggen - toen Daniel Moynihan in 1965 waarschuwde voor uiteenvallende, zwarte gezinnen werd hij weggezet als racist. Laat ik me daarom aansluiten bij Jesse Jackson, beter als predikant dan als politicus. Steeds meer werd Jacksons boodschap: laten we eerst eens ons eigen huis opruimen. Hij hamerde op de vrouwvijandige kant van de zwarte subcultuur (de stuitende rapteksten), de gangs, tieners met kinderen, de 'brothers' die macho lopen te wezen maar weigeren naar school te gaan of hard te werken. Jackson wist precies wat het probleem was. Hij niet alleen: het is eeuwig jammer dat de bij zwarten populaire Bill Clinton zich beperkte tot een grote toespraak in 1993 - de beste van zijn presidentschap - en het daarna erbij liet zitten.

Naar mijn smaak legt Quispel iets te veel nadruk op het resterende wantrouwen. Zelf denk ik dat expliciet racisme in de VS zeer beperkt is. Wat er is wordt vooral in stand gehouden door zwarte opportunisten.

Kijk naar dominee Al Sharpton, een verwerpelijke Newyorkse praatjesmaker, kijk naar moeder Williams die kritiek op de saaiheid van tennisfinales tussen Venus en Serena als racistisch bestempelt, naar congresleden die meer uitkeringen willen, naar de juristen die 'compensatie' willen voor de slavernij. Een gevaarlijk spel: door overal racisme te zoeken houden ze het in stand.

Ja, er is hardnekkig wantrouwen, dat ben ik eens met Quispel. Vooral aan zwarte kant, en met reden. Maar wantrouwen kan niet worden afgekocht, het kan alleen maar slijten. Mijn ervaring in Washington en in de VS in het algemeen maakt me tegelijk optimistischer en harder dan Quispel. Optimistischer omdat veel problemen in de loop van de tijd zullen verdwijnen of hun rassencomponent zullen verliezen. Harder omdat ik niet geloof dat de overheid vreselijk veel kan doen om resterend racisme weg te nemen, integendeel. Het zal van de mensen zelf moeten komen, zwart en niet zwart. En het komt wel.

Intussen biedt 'Hardnekkig Wantrouwen' een uitstekend overzicht.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden