BoekrecensieBiografie

Nescio zat zijn eigen succes in de weg, blijkt uit een biografie over de schrijver

null Beeld

Lieneke Frerichs laat in de biografie van JHF Grönloh zien dat ook een klein oeuvre groots en onvergankelijk kan zijn. De introverte, eigenzinnige schrijver ging contacten met de literaire wereld zoveel mogelijk uit de weg.

Jan Hendrik Frederik Grönloh (1882-1961), beter bekend onder zijn pseudoniem Nescio, heeft zinnen op zijn naam staan die voor de liefhebbers altijd weer een feest der herkenning zijn, zinnen als deze: “Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs, behalve Bavink, die mal geworden is”. Zo begint Titaantjes, dat prachtige en tijdloze verhaal over een stel hemelbestormende bohemiens die desperaat proberen te ontkomen aan de fuik van de burgerlijkheid. Ook de aanhef van Dichtertje mag er zijn: “Tweemaal schudde de God van Nederland zijn eerbiedwaardige hoofd en tweemaal schoven z’n eerbiedwaardige grauwe bakkebaarden heen en weer over z’n vest”. En dan is er nog de spreekwoordelijk geworden opening van dat derde klassieke verhaal: “Behalve den man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter”.

Merkwaardig genoeg omvat het trio De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje meteen het grootste deel van het werk dat Nescio zelf publiek maakte. Nadat hij de drie verhalen in 1918 had gebundeld, duurde het tot 1946 voordat er met Mene tekel weer een boekje van zijn hand verscheen, gevuld met wat overgebleven schetsen en losse notities. Kort voor zijn dood kwam er met Boven het dal een laatste toegift. De kopij daarvoor had bijna twintig jaar in een la gelegen, met tal van andere manuscripten, waaronder het lijvige, pas in 1996 gepubliceerde Natuurdagboek.

Schaduwoeuvre

Vanwaar die uit het lood staande verhouding tussen drie niet al te dikke boeken en een veel omvangrijker schaduwoeuvre? Een pas verschenen, uitstekend gedocumenteerde biografie, van de hand van de ultieme Nes­ciokenner Lieneke Frerichs, geeft wat handvatten voor een mogelijke verklaring.

Om te beginnen was Nescio zijn tijd zo ver vooruit dat hij bij leven nooit meer dan een kleine schare lezers kreeg. Geïnspireerd door Multatuli hield hij zich ver van de hoogdravende stijl en de verheven onderwerpen van zijn generatiegenoten. Hij schreef in gewoon Nederlands over gewone mensen met gewone problemen. Bij gebrek aan weerklank duurde het vijftien jaar voor er van zijn in vijfhonderd exemplaren verschenen debuut een herdruk kwam. Dat zal hem niet hebben aangemoedigd.

Nescio Beeld
Nescio

Behalve een geïsoleerde voorloper was Nescio ook een geboren einzelgänger. Contacten met de literaire wereld ging hij zo veel mogelijk uit de weg. Om in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien, koos hij voor een loopbaan bij een handelskantoor. Daar mocht niemand weten dat achter collega Grönloh een auteur schuilging die alles wat naar status en carrière zweemde met veel ironie in beeld bracht. Zijn pseudoniem ontraadselde hij pas toen het aan een ander werd toegeschreven. Ook die terughoudendheid en onwil om te netwerken, als het al geen onvermogen moet heten, hebben het succes flink in de weg gezeten.

Koekebakker

Ten slotte koesterde Nescio ook nog eens de overtuiging dat in het licht van de eeuwigheid al het menselijk gedoe zinloos was, de literatuur inbegrepen. Met de Bijbelse Prediker vroeg hij zich af waarom je jezelf zou blijven vermoeien met gissingen naar het waarom. Hij had dat besef zo nadrukkelijk geprojecteerd in zijn alter ego Koekebakker, in Japi de Uitvreter en in de schilder Bavink die tot gekwordens toe de zonsondergang probeert vast te leggen, dat hij zich al gauw uitgepraat voelde.

Met al die eigenaardigheden en handicaps was Frits Grönloh een uiterst complexe persoonlijkheid, en dat niet alleen vanwege de door hem belichaamde polariteit dichter-burger. Lieneke Frerichs zet hem overtuigend neer als een introverte man, die altijd zijn eigen ding deed, op het zelfzuchtige en botte af, maar die door zijn vier dochters toch werd ervaren als een liefhebbende vader. Een alles opkroppende zenuwlijder die in stilte op de medemens neerzag, maar het leven innig lief had. Een cynicus en een idealist. Een spotter en een scepticus, maar ook een mystiek bevlogene die tijdens zijn wandelingen door de Hollandse polder- en rivierlandschappen altijd zocht naar het aangezicht Gods. Dat aangezicht onderging hij niet als iets lieflijks, maar eerder als gruwelijk.

Lieneke Frerichs Beeld Tessa Posthuma de Boer
Lieneke FrerichsBeeld Tessa Posthuma de Boer

Christelijk opgevoed werd hij al snel een ongelovige gelovige die in Boeddha’s voetspoor streefde naar rust en onthechting. Wie eenmaal zo ver is, hoeft zich niet langer met literatuur af te tobben. Die troost zich met de gedachte dat hij goddank nooit iets heeft geleerd. Want wie meent wel iets te hebben geleerd, is een ‘oue sok’, zoals Nescio op zijn zestigste schreef.

Ingezakte spanningsboog

Een probleem waarmee Frerichs zich geconfronteerd moet hebben gezien is dat na het onopgemerkte debuut de spanningsboog van het levensverhaal inzakt. Hoe moet je als biograaf dan verder met het beschrijven van een bestaan dat nog veertig jaar voortkabbelt? Ze lost dat probleem op door minutieus verslag te doen van een maandenlange zakenreis door het toenmalige Brits-Indië, daarbij geholpen door de vele fraai gestileerde brieven die Grönloh naar het thuisfront schreef.

Ook van andere ongepubliceerde documenten maakte ze dankbaar gebruik. Maar het is allemaal niet genoeg om de vaart er in te houden. Nadat zelfs de oorlog en de bezetting kalmpjes voorbijgegleden zijn, volgt het relaas van Nescio’s laatste jaren, die in het teken stonden van de uiteindelijke erkenning, al werd die nooit bezegeld met een grote prijs.

Jongetjesliteratuur

Deze biografie kwam tot stand nadat de erven zich er lang tegen hadden verzet, gegeven hun overtuiging dat zo’n monument slecht te rijmen viel met Nescio’s relativisme. Nu het boek er uiteindelijk toch kwam, is het vooral een eerbetoon aan een schrijver die alweer een halve eeuw stevig in de canon geworteld staat, zulks in weerwil van een door Jeroen Brouwers ondernomen poging om daar flink op af te dingen. Onder verwijzing naar het begin van Titaantjes richtte deze polemist in 1980 zijn pijlen op de epigonen van Nescio en sprak smalend van ‘jongetjesliteratuur’. Ook de meester zelf werd niet gespaard.

De destijds sterk opgeleefde belangstelling voor Nescio die gepaard ging met nieuwe uitgaven en veel aandacht in de media, deed Brouwers verzuchten dat we ‘geheel vernesciood’ waren, ‘groot als we zijn in het kleine’. Dat bedoelde hij niet positief. Maar als Lieneke Frerichs met deze biografie iets duidelijk heeft weten te maken, dan is het wel dat een klein oeuvre toch groots kan zijn en, wat meer is, onvergankelijk.

null Beeld

Lieneke Frerichs
Nescio, leven en werk van J.H.F. Grönloh.
Van Oorschot; 656 blz. € 39,50

Lees ook:

Philip Roth was egoïstisch, manipulatief, bot, gul, geestig. En interessant?

Philip Roth hoefde geen eerherstel. ‘Maak me interessant’, droeg hij zijn biograaf nogal dwingend op. Het lukte Blake Bailey.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden