Online detectives

Nepnieuws van echte beelden onderscheiden kun je vaak prima zelf

Rusland gebruikte onder meer deze foto van een vermeende aanslag door Oekraïne als aanleiding voor de invasie. Bellingcat liet zien dat deze auto waarschijnlijk niet bij een aanslag betrokken was. Beeld Bellingcat
Rusland gebruikte onder meer deze foto van een vermeende aanslag door Oekraïne als aanleiding voor de invasie. Bellingcat liet zien dat deze auto waarschijnlijk niet bij een aanslag betrokken was.Beeld Bellingcat

Veel media gebruiken Open source intelligence (Osint) om nepnieuws van echte beelden te scheiden. Dat kun je thuis ook. Twee experts vertellen hoe.

Rufus Kain

Weet waar je aan begint, waarschuwt Foeke Postma van onderzoekscollectief Bellingcat. “Als je oorlogsbeelden wilt onderzoeken, zorg dan dat je met iemand kunt praten over wat je ziet. Want soms heb je niet door hoe erg beelden op je inwerken, totdat het te laat is.”

Dag in, dag uit checkt Postma op basis van open source data, openbaar beschikbare gegevens, of online berichten over oorlogsmisdaden in Oekraïne kloppen. Hoewel Open source intelligence (Osint) ingewikkeld klinkt, zijn veel bronnen die hij en andere factcheckers gebruiken verrassend simpel. Je kunt ze bovendien net zo goed toepassen op andere onderwerpen, van klimaat tot corona, 5G-masten en vaccinbijwerkingen.

1. Zoek de bron van het beeld

Soms is het moeilijk om te bewijzen dat een plaatje op het internet de waarheid vertelt. Maar aantonen dat iets níét waar is, dat is vaak heel makkelijk, zegt Maarten Schenk, mede-oprichter van factcheckorganisatie Lead Stories en auteur van het boek De Fake News Files. “Vaak hoef je maar te zoeken met Google Image Search.”

Google Image Search – of Google Lens – vind je door in webbrowser Chrome met de rechtermuisknop op een beeld te klikken (of ga naar images.google.com). Zo kun je zien waar een foto of video eerder online verscheen. Schenk: “Dan kan blijken dat een foto van een ‘oorlogsgebied in Oekraïne’ eigenlijk uit Syrië komt. Of dat een foto van een ‘bosbrand in Australië’ vijf jaar eerder in het regenwoud is gemaakt.”

2. Zoek ook de bron van de tekst

Bij Lead Stories zag Schenk meerdere keren een filmpje voorbijkomen van een tank die op een mijn loopt. “De ene keer was het zogenaamd een Russische tank, de andere keer een Oekraïense. Mensen plukken zo’n filmpje van het net, verzinnen er een verhaaltje bij en delen het weer.”

Check daarom ook de tekst die bij het beeld zit. “Als je een citaat in Google opzoekt, zet er dan aanhalingstekens omheen. Dan krijg je resultaten met de woorden in die exacte volgorde. Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen circuleerde een video waarin Biden tegen een publiek zei: ‘We kunnen Trump alleen helpen winnen’. Maar in het volledige citaat bleek hij te zeggen dat ze Trump alleen konden helpen winnen ‘als ze niet solidair waren’.”

Volgens Russische bronnen waren videobeelden van doden in Boetsja in scène gezet, omdat een hand zou bewegen. De vermeende beweging bleek door een waterdruppel te komen. Beeld Bellingcat
Volgens Russische bronnen waren videobeelden van doden in Boetsja in scène gezet, omdat een hand zou bewegen. De vermeende beweging bleek door een waterdruppel te komen.Beeld Bellingcat

3. Detective spelen met Google Maps en meer

Veel gerecycled nepnieuws vis je er met methode 1 en 2 al uit. Maar wat als (oorlogs)beelden daadwerkelijk nieuw zijn? Hoe kom je erachter of een foto echt uit Marioepol komt? Of lichamen echt op de straten van Boetsja liggen? “Kijk naar de context”, zegt Bellingcat-onderzoeker Postma.

“Als iemand zegt dat een afbeelding uit Marioepol komt, kijk ik naar de ligging van de straat, verkeersborden, naamborden, getallen. Is het hoogbouw of laagbouw? Industrieel of platteland? Daarna kijk ik of ik de locatie kan vinden in Google Maps, Google Earth of op satellietfoto's.”

De juiste straathoek vinden in Google Maps lijkt misschien op een naald zoeken in een hooiberg. “Maar als je alle details meeweegt, wordt zo’n gebied steeds kleiner. Als er geen hoogbouw is, hoef ik niet in het centrum te gaan zoeken bijvoorbeeld. Het is nog steeds een pittige opdracht, maar niet onmogelijk. En lukt het echt niet, dan gooi je het beeld online. Met een beetje geluk antwoordt iemand: ‘Dat is bij mij om de hoek’.”

4. Doe je voordeel met andere Osinters

Gebruik dus alle aanwijzingen die je hebt, en vraag om hulp als de hints niet volstaan. Ook nieuwsmedia doen dat. Zo doet de NOS regelmatig een oproep aan burgerspeurders via de Twitter-account @nos_osint.

Andere online speurders zijn ook handig om het kunstje van af te kijken. In dat kader heeft Bellingcat op zijn website een serie handleidingen voor hoe je met open bronnen kunt vinden wat je zoekt. Postma: “Mensen weten dat er veel informatie online staat, maar onderschatten toch hóéveel.”

Wie had bijvoorbeeld gedacht dat je met twee alledaagse apps, TikTok en Google Maps, de Russische invasie al kon detecteren vóórdat de officiële berichten erover naar buiten kwamen? Het lukte een groepje onderzoekers. Op TikTok zagen ze beelden van militaire voertuigen opduiken in filmpjes die waren gepost door Russische burgers. Later zagen ze op Google Maps in dezelfde regio een verkeersfile ontstaan.

5. Wees geïnteresseerd

Je hoeft dus niet bijzonder technisch te zijn voor Osint. “Maar interesse in een onderwerp is wel belangrijk”, zegt Postma. “Toen ik voor een verhaal een filmpje van een Russische tank zocht, kwam ik niet ver door op ‘Russische tank’ te zoeken. Maar door te weten welke termen een bataljon gebruikt, vond ik wat ik zocht. Die informatie bleek gewoon op Wikipedia te staan. Veel is voorhanden, je moet je alleen erin verdiepen.”

6. Wantrouw jezelf

Wat je vooral niet moet doen, is overhaaste conclusies trekken, waarschuwt Schenk. “Zie je een foto of statistiek en denk je: ‘Ik wíst het wel’? Juist dan is het belangrijk om een stap terug te zetten en na te gaan of het wel klopt. Nepnieuws pakt je wanneer je stopt met nadenken en zelfvoldaan op like of delen klikt. Denk niet: ‘Dat zou mij niet overkomen want ik ben hoogopgeleid, progressief of juist conservatief’. Het kan iederéén overkomen – alleen met verschillende onderwerpen.”

Lees ook:

Die YouTube-filterbubbel is het probleem niet volgens deze hoogleraar. ‘Echokamers zijn veel erger’

Niet zozeer algoritmes maar wijzelf bepalen welke informatie we via de media tot ons nemen. De kersverse hoogleraar Wouter van Atteveldt maakt zich daarom minder zorgen om online filterbubbels, maar meer over de echokamers waarin mensen zich opsluiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden