Review

Neokolonialisme won het in Azië

Er is moed voor nodig om de geschiedenis van tien landen gedurende een hele eeuw op te schrijven. Dat verdient bewondering. Jan Pluvier, oud-hoogleraar moderne Aziatische geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, beschikt kennelijk over zulke moed. Pluvier kon weliswaar voortbouwen op zijn twee eerdere boeken: 'Indonesië: kolonialisme, onafhankelijkheid, neokolonialisme' (1978) en 'Vietnam, Laos, Cambodja' (1975/1983), zoals hij ook zelf ruiterlijk vermeldt in zijn inleiding. Maar toch, nu ligt er een kloek werk over tien landen in Zuidoost-Azie van ruim 550 pagina's tekst met enkele zeer praktische overzichtstabellen als bijlagen.

De lezer krijgt zo een beeld van de periode waarin die landen zich bevrijd hebben van koloniale overheersing tot aan het heden (de economische crisis van 1997 wordt op de valreep nog vermeld, het aftreden van Soeharto in mei 1998 net niet meer). Maar behalve bewondering voor de durf voor zo'n groots opgezet werk, blijft de lezer zitten met enkele vragen.

Pluvier kiest voor een eigen aanpak. In zeventien hoofdstukken gaat hij door de eeuw heen. Daarbij maakt hij telkens per periode een tour d'horizon langs de landen. Deze benadering suggereert dat de regio Zuidoost-Azië een bepaalde eenheid vormt. Maar in dat geval zouden voor elke tijdsperiode tussen de verschillende landen vergelijkingen gemaakt moeten worden waardoor Zuidoost-Azië als eenheid naar voren kan komen. Dat doet hij niet of nauwelijks. De meeste hoofdstukken bevatten vooral beschrijvingen van politieke gebeurtenissen en sociaal-economische ontwikkelingen per land.

Pluvier geeft geen toelichting waarom het interessant is de geschiedenis van Zuidoost-Azië, als één regio, in één boek te beschrijven. Pluvier stelt zich eigenlijk helemaal geen vragen. De lezer wordt in de inleiding al direct geconfronteerd met diens positiebepaling: zijn teleurstelling over de teloorgang van de Vietnamese socialistische revolutie. Vandaar 'de onvervulde verwachtingen' in de titel. Met deze titel neemt Pluvier afstand van Romeins optimisme die in 1956 nog sprak over de twintigste eeuw als 'De Eeuw van Azië'. Het westers neokolonialisme blijkt nog steeds de overwinnaar.

De inhoud van het boek is dan ook vrij voorspelbaar. De 'onderkant' van de samenleving staat in de schijnwerpers. Daar is niets mis mee maar het leidt wel tot een eenzijdig beeld. Er is nauwelijks of geen aandacht voor de opkomst van een stedelijke middenklasse: de nieuwe rijken. Industrialisatie wordt als verschijnsel genoemd maar de implicaties ervan komen niet aan bod. Evenmin als de demografische ontwikkelingen die zo bepalend zijn voor de toekomst van juist de armen in de samenleving.

In de verantwoording van zijn boek uit 1975 legt Pluvier nog zorgvuldig uit waarom hij in zijn geschiedbeschrijving uitgaat van solidariteit met de underdogs in de samenleving. Nu laat hij zo'n verantwoording achterwege. De inhoud maakt zijn positiebepaling echter overduidelijk. Maar dat leidt wel tot merkwaardige vertekeningen. Zo wordt Corry Aquino's democratisch bestuur tendentieus beschuldigd van een slechter record inzake mensenrechtenschendingen dan het Marcos-regime; terwijl de revolutionaire NPA kritiekloos Pluviers sympathie krijgt.

En, uiteraard, heeft Pluvier ook geen goed woord over voor Soeharto's Nieuwe Orde. Maar door wel te vermelden dat de armoede binnen 25 jaar van ruim zestig naar vijftien procent is teruggebracht, zou hij toch op zijn minst een verklaring moeten geven hoe dat onder een dergelijk repressief bewind mogelijk was.

Doordat de auteur bewust heeft nagelaten enige bronverwijzing te geven, wordt de lezer slechts geconfronteerd met diens subjectief oordeel. Dat roept, na enige hoofdstukken, een gevoel van onbehagen op. Dat gevoel wordt verder versterkt, omdat in de aanpak van Pluvier ernstige blinde vlekken bestaan.

Zo ontbreken in de literatuurlijst van bijna vierhonderd titels vrijwel alle recent (na 1990) uitgekomen publicaties. Een andere omissie is dat religie, als sociaal-politieke machtsfactor, nauwelijks wordt besproken. De opkomst van de emancipatorische islambewegingen in Indonesië, de Muhammadiyah en de Nahdlatul Ulama, worden niet eens als zodanig genoemd. Hierdoor ontgaat het Pluvier dat tientallen miljoenen moslims in deze regio veel zelfbewuster en optimistischer de eenentwintigste eeuw binnenstappen dan zij aan deze twintigste eeuw zijn begonnen.

Maar ook binnen het kader van een sociaal-economische geschiedschrijving van, juist, Zuidoost-Azië ontbreken belangrijke thema's. Zo zou toch zeker de rol en positie van de Overseas Chinese prominent moeten worden behandeld. De Asean, als de handelsorganisatie van de regio, is zonder hun rol niet denkbaar. Maar de Asean komt dan ook slechts summier ter sprake.

Hier wreekt zich dat telkens de draad van de geschiedenis van de tien landen wordt opgepakt. Belangrijke verbanden tussen die landen en tussen deze sub-regio en haar omgeving verdwijnen zo te zeer naar de achtergrond. Terwijl juist zulke verbanden de zin van een geschiedbeschrijving over Zuidoost-Azië - als één regio - hadden kunnen aantonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden