Review

Nederlandse zelfzucht en goedwillendheid in de West

Geen regio is zo door mensen gemaakt als het Caribisch gebied. Na de ontdekking door Columbus zijn de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, letterlijk van de kaart geveegd. Europeanen namen hun plaats in. Zij voerden Afrikanen, Brits-Indiërs en Javanen in, importeerden dieren en planten en vochten er onderlinge oorlogen uit, want het gebied was voor de Europese grootmachten van levensbelang.

Voor Spanje en Frankrijk was de West tot ver in de negentiende eeuw de belangrijkste bron van inkomsten. Voor Nederland zijn Suriname en de Antillen nooit zo belangrijk geweest. De staatskassa rinkelde meer in de Oost.

Zo kon het gebeuren dat generaties Nederlandse schoolkinderen wel het rijtje Bali-Lombok-Soemba-Soembawa konden opdreunen, maar niets te horen kregen over de geschiedenis van de slavernij in Suriname.

Over de relatie tussen de Nederlandse Cariben en Nederland gaat 'Het paradijs overzee' van Gert Oostindië, hoogleraar Caribische studies aan de universiteit Utrecht. In vier essays behandelt hij de thema's slavernij, dekolonisatie, migratie en Caribische identiteit.

“Het is een boek”, schrijft hij zelf, “over vaak ontstellende zelfzucht, achteloosheid en naïviteit van Nederlanders, maar ook over haast wanhopige pogingen er toch iets goeds van te maken.”

De historie van de relatie tussen Nederland en de Cariben is er een van paradoxen. Europeanen voeren de oceaan over omdat zij getrokken werden door goudschatten die er, zo niet te vinden, dan toch wel te verdienen waren.

Tegenwoordig is een tegengestelde stroom op gang gekomen. Surinamers, Antillianen en Arubanen vliegen per KLM naar het paradijs van Oranje, dat daardoor veranderd is in een multiculturele samenleving. Deze stroom, betoogt Oostindië, heeft tot gevolg gehad dat Suriname ondanks zijn staatkundige onafhankelijkheid sterker op Nederland is georiënteerd dan ooit. Ze heeft het nationalisme in de West de nekslag gegeven en maakt behoorlijk bestuur bijna onmogelijk, omdat elke planning een slag in de lucht is en er te weinig kader overblijft.

Oostindië bestrijdt overtuigend de opvatting dat het Caribisch gebied een eenheid is. Zo is Suriname veel meer op Nederland georiënteerd dan de Antillen, die kosmopolitischer zijn. Ook is de bevolkingsopbouw niet te vergelijken.

Verschillen tussen de twee voormalige koloniën waren er al tijdens de slavernij. Curaçao had procentueel veel minder slaven en de relaties tussen de rassen waren er veel milder. Daar staat weer tegenover dat de groep vrije zwarten en kleurlingen in Suriname veel sneller respectabele posities kon innemen.

Oostindië heeft een fabelachtige feitenkennis en is niet bang op grond daarvan heilige huisjes af te breken. Zo bestrijdt hij de mythe dat de slavernij in Suriname de hardste ter wereld was. Ook het beeld van Nederland als belangrijkste slavenhaler blijkt ver bezijden de waarheid.

Prikkelend is wat Oostindië te zeggen heeft over de Caribische cultuur en identiteit. Hij vindt de culturele dekolonisatie in zekere zin succesvol. Zelfs de elites aanvaarden elementen uit de volkscultuur. De Caribische muziek en literatuur hebben de wereldcultuur verrijkt. Er is ook een Caribische cultuur, ter plekke ontstaan door de vermenging van elementen uit verschillende continenten.

Maar of er ook een Caribische identiteit is? Oostindië betwijfelt het. Individuen identificeren zich toch allereerst met hun eigen groep. De politiek werkt ook langs die groepslijnen. Hooguit kenmerken Caribische mensen zich door voortdurende code-switching, stelt Oostindië vast.

Hij is ook pessimistisch over de sterkte van de eigen Caribische cultuur. Juist de succesvolle elementen eruit zijn onderdeel van de global culture geworden. Oostindië ziet de eigen cultuur afbrokkelen door de sterke oriëntatie op de VS en de invloed van het toerisme.

Ik denk niet dat hij gelijk heeft. Hij stelt het begrip identiteit als iets absoluuts voor, maar weet tegelijkertijd niet de eigen Nederlandse identiteit te omschrijven. Naar mijn gevoel heeft hij zich op sleeptouw laten nemen door het vele loze gepraat over de identiteitskwestie.

Net zomin als je precies kunt definiëren wat nu het typisch Nederlandse is in een roman van Mulisch, net zomin is het typisch Caribische aanwijsbaar in het werk van Walcott of Frank Martinus Arion. En dat het werk van Walcott deel is gaan uitmaken van de global culture, doet geen gram af aan het typisch Caribische karakter ervan.

In de praktijk werkt het toerisme op de eilanden eerder conserverend dan vernietigend voor de eigen cultuur. Elk eiland probeert zich juist een eigen karakter te geven. Zonder de toeristen was de Antilliaanse folklore allang een zachte dood gestorven.

'Het paradijs overzee' is een unieke combinatie van een grondige studie en essayistische stellingnames. Oostindië neemt geen blad voor de mond en dat prikkelt soms tot tegenspraak. Zijn meningen zullen lange tijd het denken over de relatie tussen Nederland en de Nederlandse Cariben bepalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden