Beleidsadvies

‘Nederlandse musea moeten geroofde kunst terugsturen’

Kanon van Kandy, Rijksmuseum Amsterdam: in 1776 meegenomen als oorlogsbuit uit Sri Lanka, dat toen een Nederlandse kolonie was.Beeld Rijksmuseum Amsterdam

Nederlandse musea moeten historische kunstobjecten die tegen de zin van gekoloniseerde volkeren zijn meegenomen onvoorwaardelijk teruggeven. Dat staat in een beleidsadvies aan de regering.

Erkenning van aangedaan onrecht en de wil dat te herstellen, dat moet de kern zijn van hoe Nederland omgaat met museale objecten uit voormalige kolonies. Nederland moet die landen helpen om hun musea te versterken. Geroofde objecten moet de regering, formeel eigenaar van de meeste museale collecties, onvoorwaardelijk teruggeven.

Dat staat in het advies dat een commissie onder voorzitterschap van Lilian Gonçalves-Ho Kang You woensdagmiddag heeft overhandigd aan minister van cultuur Ingrid van Engelshoven. Zij had een jaar geleden om dit advies gevraagd. De commissie- Gonçalves heeft gesproken met wetenschappers, juristen, museumdirecteuren en conservatoren in Indonesië, Suriname en het Caribisch gebied. “Wegens corona helaas via beeldschermen, maar het waren goede, inhoudelijke gesprekken”, vertelt Gonçalves.

Het advies richt zich vooral op Nederlandse ex-kolonies, want dat was de opdracht van de minister, legt Gonçalves uit. Nederland kan ook verzoeken om restitutie uit andere ex-kolonies honoreren, maar dan gelden wel andere criteria, aldus het advies (zie kader). “We hebben ons onderzoek beperkt tot Indonesië, Suriname en het Caribisch gebied, waarmee Nederland een heel langdurige band heeft.”

Overigens beschouwt de commissie ook Sri Lanka als voormalige Nederlandse kolonie. Dat land vraagt om teruggave van het ‘kanon van Kandy’ (zie kader), maar de commissie heeft niet gesproken met mensen uit Sri Lanka of andere landen waar Nederland kort gezag uitoefende, legt Gonçalves uit. “Nederland heeft een ruim koloniaal verleden, we hadden naar veel meer plekken kunnen gaan, maar je moet ergens beginnen.”

Geschiedenis vertellen met de bijbehorende objecten

Wat geroofd is moet terug, zonder ‘neokoloniale’ voorwaarden, adviseert de commissie. Dat hoeft niet te betekenen dat een maffioos bewind geroofde objecten zomaar kan opeisen, aldus Gonçalves. “Dit is een beleidsadvies, geen wet. Als sprake zou zijn van extreme situaties, dan hoeft de minister dit beleid niet uit te voeren.”

Teruggavebeleid moet onderdeel zijn van culturele samenwerking met de landen van herkomst, benadrukt Gonçalves: “Onze gesprekspartners brachten steeds naar voren dat zij hun geschiedenis willen vertellen en daarvoor die objecten nodig hebben. Maar ze willen die ook kunnen behouden: er is grote behoefte aan kennisoverdracht. En ze willen weten wat voor objecten hier zijn, die moeten beschikbaar zijn in een databank.”

Vijf punten uit het advies over koloniale kunst: 

* Bij de omgang met koloniale cultuurgoederen moet de regering uitgaan van de erkenning dat volkeren in koloniën zijn beroofd van cultuurgoederen, en bereidheid tonen om dat onrecht te herstellen.

* Als voormalige Nederlandse koloniën vragen om restitutie van cultuurgoederen die duidelijk onder dwang zijn meegenomen, dan moeten die onvoorwaardelijk worden teruggegeven, als vorm van rechtsherstel voor onrecht dat onder Nederlands gezag is aangedaan.

* Als een Nederlandse ex-kolonie vraagt om een object dat hier rechtmatig is beland, of als de toedracht onzeker is, dan kan zo’n verzoek toch worden gehonoreerd. Maar alleen als het object een belangrijke culturele waarde voor het desbetreffende land vertegenwoordigt, en als het daar goed wordt geconserveerd en tentoongesteld.

* Bij verzoeken van andere, niet-Nederlandse ex-koloniën moet altijd zo’n afweging van belangen en omstandigheden worden gemaakt, ook als een object geroofd is. Dat zal dan buiten Nederlandse verantwoordelijkheid zijn gebeurd, maar Nederland verkeert wel in de positie om dat onrecht te herstellen. Ook kan Nederland een verzoek honoreren omdat een object een grote culturele waarde vertegenwoordigt voor het land van herkomst.

* Een nieuw op te richten adviescommissie behandelt verzoeken om teruggave. Die brengt een openbaar, bindend advies uit aan de minister. Ook moet er een ‘Expertisecentrum’ komen, gespecialiseerd in herkomstonderzoek.

Geen 'tsunami aan claims’

Als de minister het advies overneemt, zal dat niet leiden tot een ‘tsunami aan claims’, verwacht Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nederlandse Museum van Wereldculturen. Dat is een koepel van vier musea met alleen al uit Indonesië 170.000 objecten in de collectie. ‘Ongetwijfeld’ zullen er objecten teruggaan, denkt hij. “Maar dat juichen wij toe, want dan is daar een goede reden voor.”

Schoonderwoerds verwachting stoelt op ervaring. Zijn organisatie publiceerde anderhalf jaar geleden al eigen richtlijnen voor teruggave van koloniaal erfgoed. Sindsdien kwam niet één claim binnen, vertelt hij. “Mogelijk omdat een nationaal beleidskader ontbrak. Landen kunnen denken: ik dien nog geen claim in, want ik weet niet hoe de eigenaar, de staat der Nederlanden, daar uiteindelijk over oordeelt en of ik een kans maak. Dat kunnen wij in onze leidraad de minister niet voorschrijven. Maar in dit advies staat dat een commissie verzoeken om teruggave beoordeelt en dan bindend advies uitbrengt aan de minister. Dat vind ik verstandig.”

Het advies maakt de leidraad van zijn koepel straks wellicht overbodig, erkent Schoonderwoerd. “Maar dat was ook de bedoeling; we hoopten dat de publicatie van onze richtlijnen zou bijdragen aan de totstandkoming van landelijk beleid.”

Niet altijd een oplossing voor inheemse gemeenschappen

Volgens het advies kunnen alleen staten verzoeken om restitutie – geen lokale gemeenschappen of organisaties zoals musea. Gonçalves: “Centraal in het advies staat de koloniale geschiedenis, en de koloniale relatie toen. Als je onrecht zoveel mogelijk wilt herstellen – helemaal herstellen is natuurlijk niet mogelijk – dan is de staat de meest geëigende partij.”

Maar een centrale overheid en lokale gemeenschappen kunnen het oneens zijn over het belang van cultuurgoederen, erkent Gonçalves. “Dat is een lastig punt, maar je kunt niet in de interne relaties van een staat treden. We adviseren dat staten overleggen, om herstel te laten plaatsvinden op de plek waar dat onrecht is geschied.”

Museumdirecteur Schoonderwoerd is blij met het advies, maar vindt het een minpunt als alleen staten claims mogen indienen. “We hadden graag gezien dat de commissie op dat punt verder was gegaan. Onze ervaring is dat die beperking tot natiestaten niet altijd een oplossing biedt voor inheemse gemeenschappen die een object willen claimen.” Ook het onderscheid tussen Nederlandse en overige koloniën had wat hem betreft niet gehoeven. “Geef bij onvrijwillig bezitsverlies objecten onvoorwaardelijk terug, of het nou een Nederlandse of een andere ex-kolonie betreft.”

De bepleite culturele samenwerking met andere landen juicht hij toe: “Wij hebben daar al veel ervaring mee; zo doceerden conservatoren van ons aan de universiteit van Yogyakarta. Maar door bezuinigingen moesten we die programma’s stopzetten. We hopen dat de minister, zoals het advies bepleit, middelen ter beschikking stelt zodat we dat weer kunnen intensiveren.”

Lees ook:

Koloniale kunst die het land van herkomst terug wil

Nederlandse musea hebben honderdduizenden voorwerpen met een koloniale herkomst in hun bezit. Er is alleen nog geen goed overzicht van wat er precies in de depots staat en of het wellicht om roofkunst gaat. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden