Recensie

Nederlands verborgen klavierschatten

Jacob Bogaart stelde een fraaie bloemlezing samen van de Nederlandse pianomuziek. Beeld Hans van der Woerd

Pianist Jacob Bogaart speurt al sinds 1980 door de Nederlandse muziekarchieven. Nu eindelijk verschijnt zijn bloemlezing van 112 in Nederland gecomponeerde pianostukken.

Rembrandt, Vermeer en Van Gogh. Iedereen kent de iconen van de Nederlandse schilderkunst. Maar wie gevraagd wordt naar de grote Nederlandse klassieke componisten doet er doorgaans het zwijgen toe. Alleen echte muziekkenners zullen de naam van Jan Pieterszoon Sweelinck noemen en wellicht die van Alphons Diepenbrock of Simeon Ten Holt. Als het om klassieke muziek gaat, is men in Nederland doorgaans onwetend én bescheiden. Veelzeggend is het gezegde 'on-Nederlands goed', dat vaak gebezigd wordt als het om muziek gaat.

Muziekschoolleraar
De componist Matthijs Vermeulen drukte het als volgt uit in een brief uit 1949 aan zijn vrouwelijke collega-componist Henriette Bosmans: "Het beste in de Hollandse kunstenaar gaat ten gronde, als hij in Holland blijft, waar men hem de mogelijkheden onthoudt, waar men hem zoveel mogelijk verloochent, waar men het publiek tracht wijs te maken dat hij niet bestaat."

Inderdaad zijn er genoeg voorbeelden van talenten die in eigen land niet geëerd zijn. Bijvoorbeeld de begaafde componist Leander Schlegel (1844-1913), die na een briljant verlopen studie in Duitsland als muziekschoolleraar in Leiden vergeefs moest wachten op erkenning. Die krijgt hij nu, een eeuw na zijn dood, dankzij pianist Jacob Bogaart. Met zijn in eigen beheer uitgegeven achtdelige cd-box 'The Art of Dutch Keyboard Music' bewijst Bogaart dat de Nederlandse muziekgeschiedenis vele interessante pianocomposities van internationale statuur heeft opgeleverd.

Als muzikale schatgraver heeft Bogaart heel wat vergeten meesterwerken van eigen bodem opgedoken en vervolgens voortreffelijk opgenomen. Van de vroegste anonieme klavecimbel- en orgelwerken uit de zeventiende eeuw, tot en met de Polonaise van Peter Schat uit 1981. In totaal gaat het om 112 composities van 55 componisten. Naast solowerken is Bogaart te horen in composities voor piano en orkest. Werken voor piano vierhandig, en twee piano's, van Johann Wilms, Willem van Otterloo, Jan Felderhof, Sem Dresden, Cor de Groot, Hugo Godron en Jan van Dijk speelde Bogaart in met zichzelf. Ook speelde hij samen met Daniel Blumenthal en Cor de Groot, zelf een van de belangrijkste Nederlandse pianisten van de twintigste eeuw, met wie Bogaart een vast duo vormde.

Radio- en plaatopnamen
Sinds 1980 is Bogaart met dit project bezig. In dat jaar werd hem gevraagd Nederlandse muziek te selecteren ten behoeve van een tentoonstelling over kunst rond 1900 in het Haags Gemeentemuseum. Daar is Bogaart in de muziekbibliotheek gaan zoeken en ontdekte veel vergeten meesterwerken. Vervolgens vroeg de radio hem een van zijn ontdekkingen, het prachtige Concertino van Henriette Bosmans, op te nemen met het Radio Filharmonisch Orkest. Deze opname is in de box opgenomen, net als andere radio- en plaatopnamen die Bogaart in de loop der jaren gemaakt heeft.

In het voorwoord van het dikke, prachtig vormgegeven cd-boekje met informatieve toelichtingen door Bas van Putten, benadrukt Bogaart dat hij allerminst compleetheid geeft nagestreefd: "Een bloemlezing, dat is wat het geworden is. Een verzameling van niet op musicologische, maar op muzikale gronden bijeengebrachte Noord-Nederlandse klavierstukken uit de laatste vier eeuwen. Enig inzicht in de materie wordt zeker geboden, maar een historisch overzicht stond mij van aanvang af niet voor ogen."

Bogaart opent zijn anthologie met zeventiende- en achttiende-eeuwse composities voor orgel, klavecimbel en fortepiano van Sweelinck, Ruppe en Geertrude van den Berg. Die speelt hij op de moderne vleugel. "Hoewel ik de beschikking heb over diverse historische klavierinstrumenten," aldus Bogaart, "besloot ik de werken op een hedendaags instrument op te nemen. Met één en hetzelfde medium, met één maat gemeten, buiten de directe beïnvloeding van tijdgebonden instrumenten."

Die keus is te rechtvaardigen, al laat de moderne vleugel wezenlijke aspecten van die oude muziek onbelicht.

Diepgravende composities
Uit de vroege negentiende eeuw resteren weinig werken. Een uitzondering is de salonmuziek van Johannes van Bree. Hoewel aantrekkelijk, valt deze muziek in het niet bij de diepgravende composities van Jan Brandt Buys, Leander Schlegel, Willem Pijper en Dirk Schäfer, de componist aan wie Bogaart de meeste ruimte schonk met meerdere solowerken en kamermuziek. Vooral Schäfers Pianokwintet opus 5 (1901) is een werk van grote allure.

Veel aandacht geeft Bogaart aan de generatie van gematigd modernen uit de eerste helft van de twintigste-eeuw, zoals Alexander Voormolen, Ary Verhaar, Sem Dresden, Léon Orthel en Jan Felderhof. Ondanks evidente Franse invloeden is hun muziek typisch Nederlands en toegankelijker dan die van de serialisten als Kees van Baaren uit de periode van na 1945, waar Bogaart ook niet aan voorbijgaat. Uit de late twintigste eeuw koos hij interessante werken van bijvoorbeeld Jan van Dijk, Otto Ketting, Hans van Sweeden, naast Joep Straesser en Louis Andriessen.

Een van de verrassingen is het originele 'Concerto for three pianos' van Daniel Wayenberg, dat de vraag oproept waarom deze concertpianist nooit een beroemd componist is geworden. Dankzij Jacob Bogaarts pionierswerk kunnen we nu eindelijk zeggen: 'Nederlands goed'!

**** Jacob Bogaart - The Art of Dutch Keyboard Music (eigen beheer) www.jacobbogaart.com

Jacob Bogaart- The Art of Dutch Keyboard Music
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden