Review

Nederlands paviljoen verbindt privé met openbaar

Blijde gezichten alom in het Nederlandse paviljoen op de Architectuurbiënnale in Venetië, die zaterdag officieel begint. De inrichting van de NL Lounge in Rietvelds expositiegebouw is op wat technische afstellingen na voltooid en ziet er goed uit. Als ook Maximiliano Fuksas -de artistieke baas van de biënnale- nog even binnenkomt met een gast, omdat hij de Nederlandse inzending zo interessant vindt, is de tevredenheid nog intenser.

Fuksas gaat meteen gretig liggen op één van de acht Auping-bedden die verzonken liggen in de verhoogde vloer die in het paviljoen is gelegd. Voor het bekijken van de televisie ernaast heeft hij geen tijd, maar je ziet hem bijna denken: kon ik maar even. Ook heeft hij zijn schoenen niet uitgetrokken, wat eigenlijk wel de bedoeling is straks als de lounge volop in bedrijf is.

Het betreden van het paviljoen is een heel ritueel. Je komt binnen door een hoog stalen hek (dat voor Rietvelds glazen entree is geplaatst), krijgt een oranje NL Lounge-clipje dat je identificeert als bezoeker, passeert poortjes die je aanwezigheid registreren en je moet je schoenen bij de ingang uitdoen. Vervolgens betreed je de vloer waarop een diepblauw tapijt is gelegd. De vloer is in feite een landschap. Je hebt de bedden in de vloer, maar ook een bar met krukken in een langgerekte kuil en een bergje waarin computers zijn opgenomen.

Langs een van de wanden staat een boekenkast met gemakkelijke stoelen ervoor. Een open haard zorgt voor de sfeer van een chique herenclub. Op de wanden worden films geprojecteerd en er hangen foto's van mensen die rondom gebouwen met camera's in de gaten worden gehouden. Het paviljoen is een haast weldadige totaalervaring met ruimte voor individuele keuzes. De vloer met het zachte tapijt zorgt voor een verrassende intimiteit in de normaal gesproken vrij cleane expositiepaviljoen van Rietveld.

Dat Fuksas de NL Lounge zo interessant vindt, is niet zo vreemd. Zijn motto voor de biënnale -'The city; less esthetics, more ethics'- krijgt in de Hollandse inzending volop gestalte. De Lounge draait om het spanningsveld tussen openbaar en privé en hoe dat vorm krijgt in de hedendaagse stad. De installatie zoomt in op de processen die dit spanningsveld voelbaar maken: bewakingscamera's die je doen en laten in de gaten houden, privé-momenten die zijn gecreëerd in een overduidelijk openbare omgeving en de manier waarop individueel gedrag wordt geregisseerd door subtiele manipulaties van de ruimte.

Fuksas zal ook om een andere reden tevreden zijn: er is geen architectuur te zien in het Nederlandse paviljoen. Een stad is in zijn ogen uit veel meer opgebouwd dan fysieke bouwwerken en juist met dit meer onderhuids voelbare weefsel van de stad is Nederland aan de gang gegaan. ,,Natuurlijk heeft Nederland op dit moment heel interessante jonge architecten om te etaleren, maar die zijn voor een deel al opgenomen in de hoofdtentoonstelling'', vertelt Kristin Feireiss, de directrice van het Nederlands Architectuurinstituut die verantwoordelijk is voor de inzending. ,,Wij zochten een thema, waarmee we het publiek op een directe en emotionele manier konden betrekken bij de problematiek van de moderne stad. En dat thema vonden we in 'Private City/Public Home'.''

Het idee van de lounge komt van Feireiss, maar de invulling is in handen van enerzijds NL Architects, voor het vormgeven van het interieur, en anderzijds jonge talentvolle kunstenaars, ontwerpers en filmmakers voor het invullen van de diverse onderdelen van het interieur. Zo verzorgde Dumoffice met Jobina Tinnemans het meubilair, maakten Anna Abrahams/Jan Frederik Groot en One Architecture/Elsbeth Dijkstra respectievelijk een film- en video-installatie, toont Nico Bick foto's, verzorgden Rianne Makkink, Herman Verkerk en Jop van Bennekom het begeleidende magazine 'De-fence', beheert Just Schimmelpenninck de NL Lounge website en fungeert Willem van Weelden als multimedia-consultant.

De lijst van medewerkers is een statement op zich. Het vormgeven van een stad is altijd het werk van een groter multidisciplinair team en dat wordt weerspiegeld in de lounge. Daarmee komt meteen het auteurschap van de openbare ruimte op de agenda. Wie is verantwoordelijk? De bedenker van het idee (de stadsplanner, de opdrachtgever), degene die het raamwerk vormgeeft (de architect), de vormgevers van de details (individuele ontwerpers) of juist de gebruiker, die uiteindelijk bepaalt hoe de ruimte functioneert?

De Lounge is wat dat betreft een interessant discussiestuk. Want uiteindelijk zijn natuurlijk de vormgevers degenen die de ruimte zo modelleren (aangestuurd door de wensen van de opdrachtgever), dat het gedrag van het individu weliswaar niet voorspelbaar wordt, maar wel ten dele kan worden gestuurd. In dit sturen zit een Big Brother-aspect dat steeds actueler wordt, nu ook in Nederland delen van steden door particuliere, commerciële partijen worden ingevuld.

De keuze voor een lounge als metafoor voor de problematiek is vernuftig. Je loopt er vrij binnen, voelt de geborgenheid van een 'veilige' omgeving waarin je je eigen individuele ding kunt doen, maar bent toch onderdeel van de openbaarheid en daarmee altijd 'in beeld'. Zo lijkt de NL Lounge op het eerste gezicht een weldadig eldorado voor het vermoeide lijf, maar zit er een verraderlijke diepere laag in. Wie de moeite neemt de informatie op de films, foto's en video's tot zich te nemen, wordt geconfronteerd met bijvoorbeeld de problematiek van asielzoekerscentra (ook een variant van openbaar/privé), de impact van surveillance-camera's en het alziende oog van internet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden