Interview

Nederlands-Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic leeft tussen twee werelden

Nederland, Amsterdam, 7 augustus 2018. Dubravka Ugresic. Foto: Jorgen Caris Beeld Jorgen Caris

De Nederlands-Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic is blij dat ze in Amsterdam woont. Maar thuis? ‘Een begrip als thuisland, wie wordt daar eigenlijk beter van?’

‘Ik wil geen Kroatische schrijver zijn.” De verzuchting komt bijna aan het eind van het gesprek. Dubravka Ugresic heeft net verteld hoe ze eerder dit jaar in Kroatië een bezoek bracht aan Petrova Gora. In dit plaatsje, niet ver van de Bosnische grens, staat boven op een berg een monument ter herdenking van de strijd tegen fascisme in de Tweede Wereldoorlog. Het is ontworpen door Vojin Bakic - een Kroatische Serviër, wiens vier broers werden vermoord in een concentratiekamp - en onthuld in 1982. Toen was Kroatië nog geen zelfstandig staat, maar deel van Joegoslavië.

Een meesterwerk, noemt Ugresic het. Maar foto’s op haar telefoon tonen vooral een vervallen bouwwerk, verwaarloosd, beklad en verruïneerd. Niemand die zich verantwoordelijk voelt, vrijwel niemand die aan die tijd wil worden herinnerd, aan waar dit monument voor staat. Ugresic: “Ik heb allerlei beelden van verwoesting gezien, zelden moest ik huilen. Nu wel.”

U wilt geen Kroatische schrijver zijn. Wat dan wel?

“Kon ik maar gewoon als schrijver door het leven, desnoods Europees, als er dan toch een aanduiding bij moet. Meestal moet ik het doen met ‘Kroatische schrijfster die in Amsterdam woont’, daar verandert mijn Nederlandse paspoort niets aan.”

Tegelijkertijd kan ze, wrang genoeg, ook niet anders dan constateren dat het juist die Kroatische wortels zijn die haar voor de buitenwereld interessant maken. Die achtergrond is veelal de reden dat ze wordt uitgenodigd voor een lezing op een congres of gevraagd voor een stuk in een blad. >>

Zo benaderde nog maar een maand geleden het Zwitserse Die Weltwoche haar om een verhaal in verband met Kroatisch (bijna)succes op het WK voetbal. Gelukkig, zegt ze wat cynisch, is haar kritische betoog in Kroatië zelf nauwelijks opgemerkt. Anders was ze waarschijnlijk weer voor van alles en nog wat uitgemaakt.

Het is alweer een kwarteeuw geleden dat Ugresic uit Kroatië vertrok. In een eerder interview met Trouw vertelde ze dat ze zich, vóór begin jaren negentig Joegoslavië uiteenviel, nooit met politiek had bemoeid. Literatuur was haar leven, als wetenschapper en als auteur. Maar de ontwikkeling in Kroatië, en elders in de regio, maakte het haar onmogelijk zich op de ‘literatuur om de literatuur’ te kunnen blijven concentreren. De nieuwe tijd stelde nieuwe eisen: onvoorwaardelijke trouw en liefde aan het nieuwe vaderland, Kroatië. Tegelijkertijd moest Joegoslavië worden afgedaan en afgedankt, de geschiedenis van dat inmiddels niet meer bestaande land herschreven en zwartgemaakt met woorden als ‘veelvolkerenkerker’ en ‘dictatuur’.

In ‘De Cultuur van Leugens’ (1995) beschreef ze met veel gevoel voor het absurde wat de nieuwe ideologie met de mensen om haar heen deed. Het kopen van blikjes ‘Zuivere Kroatische Lucht’ en het verstoppen van boeken van Servische schrijvers waren misschien nog wel de onschuldigste voorbeelden.

Het maakte haar bepaald niet populair. Ze werd uitgemaakt voor verraadster, heks, verkrachter van Kroatië. In haar meest recente essaybundel ‘Europa in Sepia’ (2015) blikt Ugresic terug op die periode. Ze herinnert zich collega’s aan het Instituut voor literatuurwetenschap die haar gaan negeren (‘als ik de deur uitging, kwamen zij binnen’), de scheldwoorden- en kanonnades in de media (waar Ugresic werd omschreven als een ‘chagrijnig, gemeen, zuur wijf dat ons wil leren wat vrijheid is’ en iemand ‘die ze niet helemaal op een rijtje heeft’) en de nachtelijke telefoonterreur die haar moeder ten deel viel.

In 1993 vertrok ze, in 1996 vestigde ze zich in Amsterdam. Sindsdien leeft ze tussen twee werelden. Soms, zegt ze eerlijk, voelt het alsof ze in die tijd, die jaren negentig, is blijven steken, alsof ze vast zit. Begrijp haar niet verkeerd: ze heeft het in Nederland naar haar zin. “Ik ben hier geaccepteerd en dat is heel belangrijk als je migrant bent.”

Toch gaat u ook, regelmatig zelfs, terug naar Zagreb, terug naar Kroatië. Waarom?

“Dat zal ik je zeggen. Het is heel simpel. Er kan geen sprake zijn van integratie, er zijn geen gelukkige migranten als de familie er niet is.”

Toen ze overwoog van Amsterdam haar nieuwe woonplaats te maken speelde daarbij ook, wat ze noemt, een ‘zekere berekening’ mee: “Ik was dan dicht genoeg bij Kroatië om op een vliegtuig te kunnen stappen en binnen een paar uur bij mijn moeder te zijn. Zij is inmiddels overleden, maar mijn broer, hij is weduwnaar, woont daar nog met zijn twee kinderen. Dat is wat me verbonden houdt met Kroatië.”

Ze wil graag betrokken zijn bij de opvoeding, zegt ze, zeker bij die van haar nichtje van 15. “Ik maak me zorgen om haar. Ze heeft een hekel aan lezen. En als ik zie wat ze op school leert over Kroatische taal en literatuur zou ik dat ook hebben. Ze groeit op in een zeer patriarchale samenleving, met heel conservatieve ideeën. Voor meisjes zijn er nauwelijks goede rolmodellen.”

Teruggaan naar Kroatië is voor Ugresic (69) geen optie. Ook al kwam aan de oorlog ruim twee decennia geleden een eind. Ook al mag Kroatië zich sinds 1 juli 2013 het jongste lid van de EU-familie noemen. In haar ogen is er amper iets veranderd.

Ze ziet het op het voetbalveld (‘in feite een mooie sport’), waar supporters Za dom spremni schreeuwen (‘klaar voor het vaderland’, een groet die herinnert aan het fascistische ustasha-bewind tijdens de Tweede Wereldoorlog) en fascistische insignes dragen. “En dan zegt de premier dat ze het niet heeft gehoord. Of dat het maar een enkeling is.”

Ze zag het begin deze maand bij de herdenking van Oluja, de militaire operatie die in 1995 een eind maakte aan de Servische overheersing van een deel van Kroatië. “Wel 100.000 mensen, vaak jong, veelal in het zwart gekleed die de overwinning vieren. Welke overwinning? Het verdrijven van 200.000 Serviërs uit Kroatië, burgers, boeren? Het is beschamend.”

Anders dan beloofd en gedroomd, is het leven in die nieuwe staat Kroatië niet beter geworden, oordeelt Ugresic. Een kleine elite heeft geprofiteerd, velen zijn met lege handen achtergebleven. “Veel mensen zijn boos, ze weten dat ze losers zijn en dat er zeker op korte termijn geen vooruitzicht is op verbetering.”

Wat houdt Kroatië dan nog bij elkaar?

“Een vijand, dat is het enige. Dus worden er voortdurend vijanden gecreëerd. Maar geen ideeën hoe we beter zouden kunnen leven. Kroatië is een land van ruïnes. We kunnen alleen maar wachten tot iemand ons opkoopt.”

De mensen die haar destijds het leven zo zuur hebben gemaakt hebben nooit hun verontschuldigingen aangeboden, hebben nooit gezegd: dat hadden we niet moeten doen, aldus Ugresic. Toch heeft ze onlangs in Kroatië, op initiatief van de nieuwssite tportal, een literaire prijs gekregen voor haar laatste roman ‘De Vos’. Wijst dat dan toch niet op een verandering, is dat wellicht toch een vorm van genoegdoening?

Zo ziet Ugresic het niet. Ze heeft de prijs aangenomen, omdat er ‘fatsoenlijke mensen’ bij betrokken waren, een gewaardeerd toneelregisseur, een literatuurcritica die ze hoog schat. “Cultuur staat zo onder druk, dan kun je de pogingen om er toch iets van te maken niet zomaar negeren. Bovendien: het zou natuurlijk slecht zijn om een prijs niet aan te nemen alleen omdat die Kroatisch is. Dan zou ik hetzelfde doen als wat ik nationalisten verwijt. Maar een Kroatische staatsprijs zou ik zeker weigeren.”

U leeft tussen twee werelden. Is er dan een plaats die u ‘thuis’ noemt?

“Nee, ik heb geen thuis. Misschien zou het anders zijn als ik zelf een gezin had dat ook hier was. Maar misschien is de notie van thuis ook wel overgewaardeerd. Een begrip als thuisland, wie wordt daar eigenlijk beter van? Ja, de mensen aan de macht.”

Ongelukkig is ze daarmee niet. “Ik heb dingen die dat thuisgevoel vervangen. Mooie herinneringen aan plaatsen die ik heb bezocht bijvoorbeeld.” En al is het dan misschien geen thuis, ze is wel blij dat ze destijds heeft besloten haar ‘anker te laten zakken’ in Amsterdam. “Zeker als ik terugkom uit Zagreb voel ik me gelukkig. Het is prettig om op Schiphol aan te komen, te zien dat alles plat is. De nervositeit en bitterheid die ik vaak voel in Kroatië vallen van me af.”

Ugresic: “Toen ik vertrok, was ik 44, een leeftijd waarop je gaat denken aan je pensioen. Maar ik ging weg om te beginnen aan een nieuw leven, zonder enig idee wat dat zou kunnen zijn. En het kapitaal dat ik bij me had was maar beperkt. Wat had ik de wereld eigenlijk te bieden? De Kroatische taal, een taal die door 4 miljoen mensen wordt gesproken? Het was suïcidaal.

“Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat gevecht ben aangegaan. Want wie ben ik nou helemaal. Maar ik ben blij dat ik bij de literatuur ben gebleven. Die heb ik niet opgegeven, ik ben hoge eisen blijven stellen aan wat ik schrijf en ik heb het gered. Maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet.” <<

Wie is Dubravka Ugresic?

Dubravka Ugresic werd in 1949 geboren in Kutina, in wat inmiddels het voormalige Joegoslavië is. Ze studeerde vergelijkende literatuurwetenschap en Russisch aan de Universiteit van Zagreb. Zo’n twintig jaar was ze daar verbonden aan het Instituut voor literatuurwetenschap.

In 1981 publiceerde ze haar eerste roman, ‘Stefica Cvek u raljama zivota’ (vertaald als ‘Steffie Steek in de klauwen van het leven’). In 1988 volgde Forsiranje romana-reke (‘De sleutelroman ontsloten’), waarvoor ze de belangrijkste Joegoslavische literaire prijs ontving.

Kritische stukken over het nationalisme, geschreven nadat in 1991 de burgeroorlog uitbrak, maakten Ugresic doelwit in de media. Ze werd uitgemaakt voor ‘verrader’, ‘vijand van het volk’ en ‘heks’. In 1993 verliet ze Kroatië. Na enige tijd in Duitsland en de VS vestigde ze zich in 1996 in Amsterdam.

Haar meest recente werken zijn ‘Europa in Sepia’ (2015), een bundel essays, en de roman ‘De Vos’ (2017).

Ze ontving diverse internationale prijzen, waaronder de Nederlandse Verzetsprijs (1997), en de Neustadt International Prize for Literature (2016).

Lees meer artikelen uit de Trouw-bijlage Zomertijd in Kroatië in dit dossier.

Lees ook:

Waarom vindt Balkan-literatuur amper voet aan grond in Nederland

Waarom breken schrijvers uit de Balkan bij ons amper door? Een gesprek met Guido Snel, docent Europese literatuur aan de UvA.

Trouw nooit met een Kroatische 

Zij vluchtte naar Nederland. Hij viel op haar, en kreeg er - nu ruim twintig jaar geleden - een Kroatische schoonfamilie bij. Voor dit nummer ging hij na wat er bijzonder aan hen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden