Review

Nederlanders op de noordpool

De winter is bijna begonnen, maar de ijskappen smelten gewoon door. Van dat laatste is gelukkig niets te merken in twee nieuwe Nederlandse romans die zich afspelen in de tijd dat het begrip global warming nog niet bestond. 'Noordtij' van Geert van der Kolk en 'Sterrenschot' van Joyce Roodnat gaan allebei over een expeditie naar de noordpool.

En dat zijn niet de enige overeenkomsten: beide romans spelen in het verleden (de eerste in 1882, de tweede rond 1933) en beide zijn toegankelijk geschreven, zonder al te veel compositorische en stilistische kunstgrepen.

Dat 'Noordtij' en 'Sterrenschot' zich in andere tijdperken afspelen, is meteen duidelijk. De hoofdfiguur uit 'Noordtij', dr. Matthes, vaart mee op een robuuste tweemaster met één dikke, zwarte schoorsteen op het dek; het schip uit 'Sterrenschot' is een Deense viermaster met twee schoorsteenpijpen. Hier heet het kopstuk gewoon Jaap. In de eerste tocht weerklinken echo's van de grote ontdekkingsreizen van Amundsen en Scott; de tweede beschrijft een wetenschappelijke veldtocht naar Oost-Groenland, waarbij de eskimo's zich ontwikkelen van behulpzaam decorstuk tot levende wezens - wezens op wie je zelfs verliefd kunt worden. En zo ademen deze twee avonturen met eenzelfde bestemming toch een heel andere sfeer.

Van der Kolk beperkt zich tot het klassieke expeditieverhaal waarin mannen met heroïsche namen als Ankersmit (een knipoog naar de geschiedfilosoof?) en IJzerman oog in oog komen te staan met de elementen van het Noorden. Die strijd culmineert in het slot, als de expeditieleider aan zijn einde komt. Hier toont Van der Kolk zijn ware schrijverschap. Matthes'gehuil, vlak voor zijn dood, beschrijft hij zo kaal en onsentimenteel dat de rillingen over je rug lopen.

Joyce Roodnat, bekend als filmcriticus en redacteur van NRC Handelsblad, pakt het anders aan. 'Sterrenschot' sluit meer aan bij de psychologische reisromans van Andrea Barrett ('De reis van de Narwhal') en Jenny Diski ('Schaatsen naar Antarctica'), boeken die laten zien hoe mensen in buitengewone omstandigheden op elkaar reageren.

De natuurkundige Jaap, die alles wat hij ziet en meemaakt vast wil leggen en verklaren, lijkt wel wat op de zonderlinge geologen in Hermans' 'Nooit meer slapen'. Alleen is Jaap niet bedacht door een cynicus maar door een milde toeschouwer.

We zien hoe de Nederlander worstelt met zijn christelijke geweten en verleden en hoe hij, ver van huis, verliefd wordt op Kaattí, een jonge Groenlandse die hij in het Lutherse kerkje van Angmagssalik heeft ontmoet.

Die setting is aardig, omdat het de schrijver de kans biedt de cultuur en gewoonten van de Denen en de eskimo's te vergelijken met die van de (drie) Nederlanders. Zo weten de Denen en de eskimo's precies wat ze aan elkaar hebben: economisch zijn ze van elkaar afhankelijk, cultureel gesproken verschillen ze, maar in nood zullen ze elkaar altijd helpen. Jaap daarentegen treedt een wereld binnen waar hij eigenlijk niet thuishoort en waar hij geen duidelijke rol vervult.

De kloof wordt pas goed zichtbaar wanneer hij bij Kaattí een dochter verwekt, die niet lang na de geboorte sterft. Terwijl Jaap, die zich schuldig voelt, alles wel wil opgeven om bij zijn Groenlandse te mogen blijven, keert zij hem zonder uitleg de rug toe. Tijdens dit knap beschreven proces van verwijdering gaat de dorpspredikant, Salomon Matthiassen, een opmerkelijk grote rol spelen. Vertrouwd als hij is met zowel het westerse denken als met de noordelijke riten, baant hij handig de weg voor Jaaps vertrek.

Als Jaap in het korte laatste hoofdstuk weer in Rotterdam terugkeert, blijkt dat niet alleen zijn toekomstdroom maar ook de wereld van zijn jeugd hem is ontnomen. Bij aankomst keren zijn geliefden hem de rug toe en neemt hij in zijn eentje de trein naar Groningen.

Dat slot was niet nodig geweest: het hangt er een beetje bij. En bovendien: na zoveel antropologie waan je je hier opeens in een soort spoorwegmuseum, waar alles kleiner en onwerkelijk is. Dat werkt als een koude douche.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden