Boekrecensie

Nederland op z’n malst: de rechttoe rechtaanroman van Henk Rijks

Henk RijksBeeld rv

Henk Rijks schetst een Nederland vol nouveau-riches, perverselingen en zweefteven.

De titel ‘De overblijfvader’, het jongste boek van Henk Rijks (1962), ex-bankmanager, -autopoetser, -houtbewerker, - roadie en -journalist, kun je op twee manieren lezen, namelijk in de letterlijke betekenis, vader die kinderen na school opvangt maar ook de vader die resteert, of misschien zelfs de vader die overleeft. Maar dan is het met de dubbelzinnigheden in dit boek ook wel gedaan want ‘De overblijfvader’ is een rechttoe rechtaanroman zonder metaforische subtiliteiten, je zou hem zelfs hardboiled kunnen noemen.

Tonk van Lexmond, vader van tweeling Steven en Willem, is via een beschermingsprogramma van Justitie (hij heeft schimmige cokedeals gedaan) naar Ecuador verhuisd waar hij nu een boerderij runt en een relatie onderhoudt met z’n Consuela. Daar hoort hij op een kwade dag dat z’n ex is overleden en hij naar Nederland moet om zich over zijn zoons te ontfermen. Hij komt terug in tuttig Oegstgeest waar hij Nederland anno nu leert kennen. Alsmede de boze veteraan Staal die hem weer op het oude en verkeerde pad brengt, waarna hij met een beroep op zijn status als beschermde getuige voor de tweede keer met de hele menagerie naar Ecuador vertrekt. Eind goed al goed.

'Burgerlijke kakbestaan'

Dat is heel kort het stramien van ‘De overblijfvader’, dat behalve een boek over een vrije jongen die doet waar hij zin in heeft, vooral een aanval op burgerlijk Nederland is, sarcastisch, welbespraakt en nihilistisch. De hoofdpersoon, politiek en maatschappelijk incorrect als de helden bij Kluun, aan wiens proza Rijks’ werk mij enigszins doet denken, heeft om een of andere reden een bloedhekel aan Nederland gekregen, het land dat zijns inziens een reset verdient. 

Vooral de cultuur der geslaagde Nederlanders, het ‘burgerlijke kakbestaan’ krijgt er flink van langs, met z’n “Canto Ostinato, het ‘We Are the Champions’ voor zelfbenoemde intellectuelen, of het broodje kaas dat verworden is tot een ‘sjiabattaa met kapassio’, wat in de praktijk een afbakbroodje is met wat schaarse plakjes varkensfricandeau bedolven onder een zure kledder saus.” 

Nette mevrouwen, ‘stomme mutsen’, kunnen al helemaal geen goed doen in Tonks ogen; als hij er niettemin met eentje naar bed gaat beschrijft hij dat alsvolgt: “Ik kijk naar de rimpelige scheiding tussen de platliggende tieten, de eerste tekenen dat de aftakeling is ingezet. Het ziet eruit als een rivierdelta, de Biesbosch van boven bezien, met allemaal kleine vertakkingen, kreekjes en groeven die zich vullen met mijn zaad dat langzaam naar beneden druipt zodra ze overeind komt.” Tonk is een onversneden misogyn met een ‘meer voor mannen’-verhaal, iets wat trouwens ook gesymboliseerd wordt door het stuk rood vlees op het omslag.

Fascinatie voor foute mannen

‘De overblijfvader’ biedt een cabaretesk cynisme, maar je vraagt je wel af hoe het komt dat de hoofdpersoon er zo illusieloos over denkt. Psychologie is niet Rijks’ sterkste kant en zijn Tonk blijft voornamelijk een ruwe bonk zonder achtergrond of motief. Hetzelfde geldt voor de Afghanistanveteraan Staal, die samen met Tonk probeert burgerlijk en welvarend Nederland plat te leggen. Gefrustreerd zijn ze allebei, maar waarom precies? Je komt er niet achter en ik denk dat dat niet zonder reden is. Rijks gebruikt zijn vrijbuiters voornamelijk om Nederland neer te zetten als een rariteitenkabinet van ergerlijke nouveau-riches, perverselingen, zweefteven, corrupte ambtenaren. Wat dat betreft vindt er een soort omkering plaats van het gebruikelijke beeld: landelijk Ecuador is het zuivere en eenvoudige paradijs, opgeprikt Nederland de hel.

De roman biedt een van-dik-hout-zaagt-men-planken-kijk op Nederland en Nederlanders waar je maar net tegen moet kunnen. Het boek past in de fascinatie voor foute mannen en kleurrijke criminelen. Het is daarnaast het product van een gek soort cultuurpessimisme zonder oog voor historische wortels. Het is ongelikt en oppervlakkig. Toch blijven sommige beelden hangen, zoals dat van Chakana Master Tonk die de naar zingeving hunkerende vrouwen omver kletst, en de tweeling die in een stadspark een treurige man seksueel bevredigt. Het is Nederland op z’n smalst en z’n malst, een vervallen land dat je zo snel mogelijk achter je moet zien te laten. Vlot geschreven en in zekere zin pretentieloos, je leest het in een vloek en een zucht uit en dat is maar goed ook.

De overblijfvader
Henk Rijks
Pluim; 258 blz. €19,99

Lees ook:

‘Want de avond’ van Anna Enquist stelt teleur

Anna Enquist schreef een vervolg op ‘Kwartet’. Hoe vergaat het de vier gekwetste musici? 

Na 38 jaar is het weer hoog tijd voor de verzetsopera Thijl

Het Utrechtsch Studenten Concert heeft uitvoeringen van de verzetsopera 'Thijl' van Jan van Gilse op poten gezet. Bij het Nationaal Militair Museum in Soesterberg verrees een heus theater waar geuzenleider Tijl Uilenspiegel tot leven komt. Volgens regisseur Wim Trompert was het hoog tijd voor 'Thijl'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden