Dichter en schrijver Rodaan Al Galidi. Beeld Reyer Boxem

Column Rodaan Al Galidi

Nederland is niet het land van extreem goed, maar van extreem normaal

Voor een genie is Nederland niet het juiste land. Nee, niet voor een genie dat geboren is als genie. Nederland is goed voor een gewoon schepsel dat zijn best doet om genie te worden.

Stel je voor dat Lionel Messi, geboren als genie, met een voetbal in zijn hand uit de baarmoeder gekomen, niet in Argentinië, maar in Emmeloord geboren was. Stel dat zijn vader hem naar een voetbalclub stuurde, dan had de kleine geniale Messi daar een groot probleem gehad: ‘“Nee, Leo”, zouden zijn trainers roepen. “Samen spelen! Niet de hele tijd jij aan de bal! Het voetbalveld is niet alleen voor jou!”

Messi zou bang geworden zijn, want stel dat de voetbal naar hem rolt, omdat hij een genie is, dan zeggen zijn trainers: “Leo! Waarom vergeet je altijd waar je hoort te staan? Je bent een deel van een team. Ieder heeft toch zijn eigen positie!”

Voordat Messi zeventien is, is hij bang. Niet voor de voetbal als die te lang bij hem blijft, of niet lang genoeg, maar bang voor de big-brothertjes in zijn hoofd, die zeggen: “Messi, dit. Messi, dat!” Hij zal niet denken aan de goal, maar aan hun geroep. Messi zal zeker een prachtige voetballer worden, maar niet geniaal. Zijn trainers zullen het egoïsme en de eigenwijsheid in hem doden, waarin zijn genialiteit had kunnen groeien.

Nee, Nederland is niet het land van extreem goed, maar het land van extreem normaal.

Heel gewoon

Elk jaar ga ik graag naar het Prinsentuin-festival in Groningen, waar jaarlijks meer dan tachtig dichters komen voordragen. De helft van hen heeft nooit iets gepubliceerd. Eens hoorde ik er een dichter voordragen. Een jongen van een jaar of 22. Hij had alleen zijn gedichten in een notitieboekje en moest soms goed kijken om zijn eigen handschrift te kunnen lezen. Ik had die dag al naar zo’n veertig dichters geluisterd, en in mijn hele leven naar veel meer, maar die jongen met zijn heel gewone, zuivere, eerlijke woorden, greep mij. Ik wilde alleen maar luisteren.

“Je bent een groot dichter, een prachtig vrij talent”, zei ik na zijn voordracht. “Ik hoor niet vaak iemand als jij, die niet naar de taal luistert, maar de taal naar hem.” De jongen schrok. Hij werd bleek.

“Sorry, ik ben maar heel gewoon”, zei hij. “En dit zijn de eerste gedichten die ik schreef.” Onzeker draaide hij zich om en ging.

Ik vroeg me af waarom hij zo bang was voor een compliment. Waarom wilde hij niet weten hoe diep zijn woorden in mij geworteld waren? En liet hij mijn woorden niet diep wortelen in hem en zijn talent?

Jammer, dacht ik. Hij is dus gewoon. En dat is Nederland al gek genoeg.

De Iraaks-Nederlandse schrijver, dichter en zelfverklaard ‘Asielzoeker des Vaderlands’ Rodaan Al Galidi is onze Zomertijd-columnist. Hij woont hier sinds 1998. Volgend jaar is de voorstelling ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ in heel Nederland te zien, gebaseerd op zijn gelijknamige boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden