InterviewNatascha van Weezel

Natascha van Weezel over de dood van haar vader Max: ‘Geluk en verdriet kunnen blijkbaar hand in hand gaan’

Natascha van Weezel bij het bureau van haar vader. ‘Hij ging tot het bittere einde door met zijn vak.’Beeld Maartje Geels

Natascha van Weezel stortte na de dood van haar vader Max volledig in. Door een boek over hem te schrijven, pakte ze de draad van het leven weer op. ‘Hij leed onder een gebrek aan erkenning.’

Ze zit in wat ooit de favoriete stoel was van haar vader: een beige fauteuil, enigszins craquelé, zo te zien redelijk oud van dagen. “In deze stoel las hij zijn kranten, maakte hij zijn aantekeningen. En daar”, wijst Natascha van Weezel, “aan die tafel in de achterkamer, werkte hij.”

We zijn in Amsterdam-Zuid, in de woning waar Vrij Nederland-journalist en schrijver Max van Weezel op 11 april vorig jaar zijn laatste adem uitblies. 67 jaar oud werd hij, na een leven dat in het teken had gestaan van hartstocht voor het vak. “Mijn vader ging er tot het bittere eind mee door”, zegt zijn 33-jarige dochter. “Een kleine maand voor zijn overlijden presenteerde hij voor het laatst ‘Met het oog op morgen’.”

Over het laatste jaar van haar vaders leven – van de diagnose tot en met het sterven, en daarna de rouw – schreef Natascha van Weezel het boek ‘Nooit meer Fanta’, een titel die slaat op de plotse voorkeur die Van Weezel tijdens zijn ziekte ontwikkelde voor dit limonademerk.

Therapeutisch

Natascha, zelf ook journalist, schreef het boek uit noodzaak, vertelt ze. “Ja, dat klinkt nogal therapeutisch, maar ik denk dat er geen ander woord voor is. Na het overlijden heb ik door het hele land vrijheidscolleges gegeven, vanwege 5 mei. Daarna ben ik ingestort. Twee maanden lang zat ik thuis in De Pijp. Overdag lag ik in bed met de gordijnen dicht. Niets lukte meer. Alleen mijn column in Het Parool. En die ging vaak over de dood van mijn vader en de rouwverwerking.”

“Ik moest weer aan het werk, vond ik, terug in een enigszins normaal dagritme. En zo begon ik te tikken. Mijn columns waren de basis, naast de aantekeningen die ik tijdens het ziekteproces had gemaakt. Nee, toen mijn vader ziek was, dacht ik niet aan een boek. Maar je maakt notities. Dat is de journalist in mij.”

Het is een boek dat in één adem uitleest. Vlot geschreven, al is vlot hier ongetwijfeld een raar woord. Chronologisch krijgt de lezer een beeld van het ziekte- en stervensproces van misschien wel Nederlands bekendste politiek journalist. Maar ook van zijn onvermoede kanten: liefhebber van het Songfestival. Intellectueel, maar tevens vrolijk, een niet-alledaagse combinatie. Koning van het uitgaansleven, schrijft Natascha van Weezel. Maar vooral handelt het boek over de bijzondere band van een dochter met haar vader, die eerder tot uiting kwam in de wisselcolumn die ze enkele jaren geleden schreven voor Trouw.

Vermagerd

De schrijfster, frèle gebouwd met sprekende ogen: “Het boek gaat over liefde. Meer dan over ziekte en verval. Aan de hand van alledaagse gebeurtenissen, beschrijf ik wat mijn vader, mijn moeder (oud-Volkskrant-journalist Anet Bleich, red.) en ik doormaakten, maar uiteindelijk draait het om onze hechte band als gezin. Ik vrees dat ik nu in clichés spreek, maar het is niet anders: ik hield ontzettend veel van mijn vader.

“Samen met mijn moeder wilde ik er dag en nacht voor hem zijn. De laatste drie weken ben ik hier, in dit huis, ingetrokken. Ik gaf mijn vader water met een rietje, stelde hem gerust en voelde: ik heb alles voor je over. Ik wist niet dat ik in staat was zoveel om iemand te geven. Tot dan.”

De diagnose kwam op 22 maart 2018. Max van Weezel voelde zich al tijdenlang moe en was aanzienlijk vermagerd toen hij in het ziekenhuis te horen kreeg dat hij leed aan alvleesklierkanker. Met een overlevingskans van 5 procent. “Toen mijn moeder daarover belde, ging het licht bij mij uit. Mijn eerste gedachte was: hij gaat dood.”

Tussen hoop en wanhoop

Dertien maanden lang verkeerde het gezin tussen hoop en wanhoop. Hoop na de operatie, die geslaagd was en waarbij geen uitzaaiingen werden gevonden. Wanhoop toen de arts begin 2019 meedeelde dat Van Weezel was uitbehandeld en nog zes weken had te leven. Er waren toch uitzaaiingen aangetroffen, in het buikvlies. ‘Op de terugweg zitten papa en ik naast elkaar op de achterbank van de taxi. Ik schuif mijn hand naar hem toe. Hij drukt zijn hand in de mijne’, schrijft Natascha.

Over de dood heeft haar vader het nooit willen hebben. “Hij was bang voor het sterven, en de hele aftakeling die eraan vooraf ging”, vertelt ze. “Angstig voor het grote niets dat op hem wachtte. Zolang hij maar werkte, kon hij de gedachte aan de dood verdringen. Mijn vader bleef zoals hij was: altijd beschikbaar, altijd maar doorgaan, steeds een tandje erbij. De dood moest maar even wachten.”

Tot het einde toe journalist gebleven. Op de intensive care vraagt hij een vrijwilligster die koffie rondbrengt de oren van het hoofd: “O, dus u mag dus ieder jaar één keer gratis naar de Efteling?” Op een ander moment ontsteekt Van Weezel in boosheid, wanneer de geriater informeert welk beroep hij vroeger uitvoerde. “Vróeger? Ik bén journalist.” Iemand twitterde: Max was mijn grote voorbeeld. Pijnlijk, vindt Natascha, alsof haar vader bij leven al dood was.

Zijn harde werken had, behalve met liefde voor het vak, nog met iets anders te maken, vermoedt zijn dochter. “Ik vrees dat hij leed onder een gebrek aan erkenning. Hij werd door iedereen op handen gedragen, maar hij zag het niet. Hij was ontzettend gul. Met Kerst riep hij op de redactie van het ‘Oog’: nemen jullie maar lekker vrij, ik presenteer wel. Jonge collega’s van Vrij Nederland stak hij de helpende hand toe. Die stamelden dan: hij hielp mij zomaar, de grote Max. Maar zelf voelde hij zich helemaal niet de grote Max, bang als hij was om vergeten te worden. Wat dat was? Ik denk het Joodse tweede-generatieprobleem. Hij was en bleef een onzekere jongen. Maar ach, mijn vader zou het allemaal gepsychologiseer noemen.”

Pas tegen het einde van zijn leven had Van Weezel uiteindelijk ten volle door hoezeer hij werd gewaardeerd, denkt de schrijfster. “Hij heeft ontzettend veel lieve brieven en reacties gekregen. Dat heeft hem goed gedaan. Je leeft voort zolang de mensen het over je hebben, is een bekende Joodse uitspraak. Hij kreeg ook veel bezoek. Mark Rutte kwam langs op Koningsdag 2018, Lodewijk Asscher liet zich geregeld zien, Jesse Klaver trakteerde op spekkoek, en Gert-Jan Segers en Carola Schouten hebben hier voor mijn vader gebeden.”

Roken en drinken

Burgemeester Femke Halsema overhandigde Van Weezel twee weken voor diens overlijden de Frans Banninck Cocqpenning vanwege bijzondere verdiensten voor de politieke journalistiek. “We wisten dat het einde eraan kwam, maar het was een mooi eerbetoon. Geluk en verdriet kunnen blijkbaar hand in hand gaan. Daar was ik me tot dan toe nog niet zo van bewust. Misschien begrijp je het leven beter in het zicht van de dood, hoe broos het is. We zien het ook nu weer, met het coronavirus.”

Max van Weezel leidde bij voorkeur een feestelijk bestaan en rookte en dronk veel. In ‘Nooit meer Fanta’ gaat het daar niet expliciet over, maar de schrijfster wil er wel iets over kwijt. “In het begin van het ziekteproces speelde door mijn hoofd: had hij maar wat gezonder geleefd. Zeker. Maar die gedachte heb ik vrij snel losgelaten. Wat heb je immers aan zo’n constatering achteraf? Mijn vader pijnigde zichzelf ook met die vraag, maar die heb ik hem uit het hoofd gepraat: je leidde het leven zoals jij het wilde.”

Een van de laatste nachten van haar vaders leven, kroop Natascha tussen haar ouders in. “Natuurlijk heb ik daarvoor iets moeten overwinnen. Klopt dit wel? Ga ik niet een grens over? Maar ik deed het omdat mijn vader die dag zijn arm had gekneusd, waardoor hij niet meer kon opstaan om naar de wc te gaan. Ik heb het uit liefde gedaan. Die was sterker dan de schaamte.”

In het boek staat een aangrijpende passage over Anet Bleich die zegt: “Het ergste wat ik me ooit had kunnen indenken, nee, het op een na ergste, is me overkomen. Je kunt op zo’n moment zeggen: nu doe ik het niet meer, bekijk het allemaal maar. Tja, en dan? Ik ben er nog.”

Steun aan rouwenden

Op Van Weezels verjaardag, drie maanden na diens overlijden, belt ze haar man op en spreekt zijn voicemail in: “Waarom ben je niet bij ons?” Natascha: “Dat zijn van die momenten dat je denkt: hij leeft nog. Dat je zijn stem hoort: ‘Hoi, ik kan nu niet opnemen, maar ik bel je later terug.’ Het blijft een gemis. We deden veel samen. Vlak na zijn overlijden dacht ik: hij komt wel weer terug. Op straat meende ik hem steeds te herkennen.”

Een klein jaar na dato is de schrijfster weer redelijk levenslustig. “Ik heb veel gehad aan mijn moeder en vrienden. Mijn beste vriendin heeft mij de ochtend na het overlijden onder de douche gezet. Van veel kanten hoorde ik: bellen hoor, als je het moeilijk hebt. Dat is niet eenvoudig wanneer je in de rouw bent, maar je moet het wel doen, is mijn ervaring. Misschien kan ik met mijn boek ook andere rouwenden steunen.”

Je móet doorgaan

Nu het is gelopen zoals het ís gelopen, had Natascha van Weezel de periode van ziekte en sterven niet willen missen. “Ik ben blij dat ik na de operatie elke middag in het ziekenhuis was en blij dat ik de laatste drie weken bij mijn ouders ben ingetrokken. Maar ook dat ik, hoe rot ik me ook voelde, toch een tv-serie over Israël en de Palestijnse gebieden heb kunnen maken. Vooral mijn vader drong daar heel erg op aan. Hij was boos toen ik die VPRO-reeks wilde laten schieten. Zijn motto was: wat je kúnt laten doorgaan, móet je laten doorgaan.”

Na ‘Nooit meer Fanta’ is Natascha van Weezel niet uitgeschreven over haar vader. “Hij heeft mij gevraagd zijn biografie te publiceren. Het voelt bijna als een opdracht, en ik ben van plan die te gaan uitvoeren. Of ik als dochter voldoende afstand heb? Ik denk het wel. Het wordt in elk geval een kritische biografie, geen hagiografie. Mijn vader zou, vanuit zijn journalistieke achtergrond, niet anders hebben gewild. Toen hij leefde vond ik het niet altijd makkelijk om de dochter van Max van Weezel te zijn. Alsof ik geen eigen leven had en zelf niets voorstelde. Maar nu ben ik er trots op en hoop ik dat mensen iets van mijn vader in mij herkennen.”

Natascha van Weezel
Nooit meer Fanta
Balans, 224 pagina’s, 19,99 euro

Lees ook:

Tien geboden: Max van Weezel: Ik ben bang, voor het niets

Max van Weezel (Amsterdam, 1951) is journalist en politicoloog. Hij werkte lange tijd voor Vrij Nederland, presenteerde de radioprogramma’s ‘Met het Oog op Morgen’ en ‘Argos’ en schreef een groot aantal boeken over de Nederlandse politiek. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden