Review

Naïef èn arrogant over GetuigenSomers anti-sekteliteratuur put uit ondeugdelijke bronnenZe wilden niet eens luisteren naar de echte bijbelexpert

Herman H. Somers. Jehovah's Getuigen. Naar het einde van de wereldchaos? Hadewijch, Antwerpen/Baarn. ¿ 39,90,

RICHARD SINGELENBERG

Van een auteur, die, volgens de flaptekst in het bezit is van maar liefst drie doctoraten - filosofie, theologie en psychologie - mag men dan op zijn minst een gedegen fundament en grondige analyse verwachten voor deze boude constatering. Helaas, het boek is het zoveelste voorbeeld van anti-sekte lektuur, een modieus genre dat zich afzet tegen religieuze bewegingen en daarbij gebruik maakt van ondeugdelijk wetenschappelijk onderzoek.

Het verschijnsel sekte intrigeert. Waarom treden mensen toe tot autoritair geleide groepen? Waarom geven ze al hun geld en bezittingen aan een goeroe? Waarom staan ze zo kritiekloos tegenover omstreden leerstellingen? Waarom verbreken ze de banden met familie en vrienden - kortom, waarom vertonen ze zo'n irrationeel gedrag?

Ook Somers wil antwoord op deze vragen, ja, hij wil ze zelfs zo objectief mogelijk benaderen en beantwoorden, aldus zijn voorwoord. Maar twee pagina's later gaat het al mis. Hij wil een 'normaal en verstandig' gesprek met een paar Jehovah's Getuigen die bij hem aan de deur komen. Want Somers is ook theoloog en hij wil die Getuigen graag laten weten wat 'echte' bijbelwetenschap is. Wat iedereen, behalve Somers, op zijn klompen aanvoelt, gebeurt: dat gesprek lukt niet. “Tegen zo een koppige stellingname kon ik zelfs als psycholoog niet op,” aldus de gefrustreerde schrijver.

In deze opmerkelijke melange van arrogantie en naïviteit gaat Somers volledig voorbij aan een elementair kenmerk van de identiteit van de Jehovah's Getuigen, de verkondiging van een religieuze boodschap. Een belangrijk doel daarvan is het overtuigen van de toehoorder, waarbij de ideologische opvattingen van het Wachttorengenootschap fungeren als referentiekader. Daarin is geen ruimte voor een dialoog tussen gelijken. Want in de optiek van de verkondiger is hijzèlf de bijbelexpert, de bezitter van unieke kennis, terwijl de toehoorder slechts leek is.

Het probleem is dat Somers zich óók deskundige acht. Hij wijdt een apart hoofdstuk aan die leerstellingen van het Wachttorengenootschap, die volgens de gangbare theologische opvattingen fout zijn, wetenschappelijk niet gefundeerd en niet te verdedigen. Dat komt, vervolgt Somers, doordat de leiders niet wetenschappelijk onderlegd waren.

Dat is niet het enige dat hij de Getuigen wil meedelen; zijn zendingsdrang bevat ook een pastorale dimensie. Hij heeft zijn boek geschreven vanuit een diep medelijden: de Getuigen zijn slachtoffers, ze zijn geprogrameerd, gemanipuleerd, vertonen een 'gebrek aan persoonlijkheid', kortom het totale anti-sekte jargon is op hen van toepassing.

Een dergelijke uitgangspositie belooft weinig goeds voor de rest van het boek. De eerste leiders, Russell en Rutherford worden zonder onderbouwing als 'psychopaat' respectievelijk 'paranoïde' omschreven en deze termen vormen de opmaat voor het hoofdstuk 'geestelijke gezondheid'.

Ik beperk me verder tot dit hoofdstuk, omdat het exemplarisch is voor de rest. De schrijver maakt gebruik van aantoonbaar ondeugdelijke bronnen en, wat ernstiger is, sommige citeert hij volstrekt incorrect. Als we Somers moeten geloven zijn de Getuigen er qua psychische gesteldheid slecht aan toe, dat wil zeggen, slechter dan niet-Getuigen.

Binnen het Wachttorengenootschap waren er aan het einde van de jaren '70 enige verontruste geluiden over de mentale conditie van een gedeelte van de aanhang, wat waarschijnlijk een belangrijke aanleiding was om de traditionele aversie tegen de concurrerende wereldse geestelijke hulpverlening op te doeken. Tot ver in de jaren '60 werden psycholoog en psychiater in de lectuur van het Wachttorengenootschap bijkans afgeschilderd als vertegenwoordigers van de anti-Christ. Wie problemen had stapte naar de ouderlingen, die, conform het fundamentalistische gedachtengoed, voldoende geëquipeerd waren de stoornis in bijbelse termen te vertalen. Tegenwoordig is iedere Getuige vrij om wie dan ook te raadplegen. Op de vraag of Getuigen meer psychische problemen hebben dan anderen, is echter geen antwoord te geven. De huidige vakliteratuur biedt daar geen uitsluitsel over. De belangrijkste vraag daarbij is of de godsdienstige overtuiging de stoornis bepaalt of dat deze al aanwezig was voordat de persoon toetrad tot de Getuigen.

Dat laatste realiseert Somers zich wel, immers de Getuigen recruteren hoofdzakelijk uit de lagere regionen van de samenleving en er zijn aanwijzingen dat, als gevolg van de moeilijkere leefomstandigheden, psychische stoornissen daar frequenter voorkomen dan in de overige milieus. De daaruit voortvloeiende vraag is hoe de eventuele stoornis zich na toetreding ontwikkelt: voor hetzelfde geld functioneert de religieuze groep voor de individu als een therapeutische gemeenschap. Maar aan dergelijke overwegingen gaat Somers voorbij. Voor hem is de gemeenschap van de Getuigen een open inrichting.

Bij de paar vakpublikaties die hij citeert om zijn stelling te ondersteunen, verzuimt hij te wijzen op de niet malse kritieken die daarop gevolgd zijn. Hij haalt onderzoek aan uit het einde van de jaren '40, waarin dienstweigeraars - dus ook Getuigen - psychiatrisch werden onderzocht en, gelet op het tijdsbestek, uiteraard als gestoord werden geklassificeerd.

Zelfcastratie

Heel suggestief wijst hij op een beschrijving van het uiterst zeldzame fenomeen van zelfcastratie; dat het in dit geval helemaal niet om Getuigen gaat, is kennelijk niet relevant. Hij noemt een studie, waaruit zou blijken dat onder Getuigen meer gevallen van hysterie en persoonlijkheids-stoornissen zouden voorkomen. Het betreffende artikel vermeldt slechts dat in een groep van 61 sekteleden (van Christian Science, Jehovah's Getuigen, Mormonen en Zevendedagsadventisten) verhoudingsgewijs meer psychoses voorkwamen dan onder volgelingen van ander kerkgenootschappen. Deze auteurs vermelden zelf, dat de steekproef te klein was om verantwoorde uitspraken te doen over het voorkomen van specifieke stoornissen per groep. (Hetzelfde onderzoek geeft overigens wèl aan dat hysterie aanzienlijk meer voorkomt onder rooms-katholieken).

Somers weet wel raad met de Jehovah's Getuigen: ze moeten verboden worden. Groeperingen waar je schizofreen van wordt, die je aanzetten tot zelfdoding - die term gebruikt hij voor het bloedtransfusieverbod van de Getuigen - en die de revolutie prediken (het staat er echt) staan buiten de maatschappelijke orde.

Wellicht spruit dit alles voort uit zijn onvermogen om grip te krijgen op het Wachttorengenootschap en aanhangers. In combinatie met een intolerant en hooghartig quasi-intellectualisme en een gebruik van somtijds zeer inferieure bronnen doet de schrijver een beroep op de lagere instincten van de lezer. Wie dit aanspreekt zal zich gesterkt voelen in zijn reeds geboetseerde mening.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden