Review

'Naar Moskou! Ik ben er opgewonden van! Ik kan wel zingen!'

Geen Nederlandse politicus is zo als de vleesgeworden duivel afgeschilderd. Paul de Groot trok aan de touwtjes van de Communistische Partij Nederland. Tot aan zijn gedwongen vertrek in 1977 was dit een antidemocratische groep getrouwen die de parlementaire democratie wilde opofferen voor het ideaal van de communistische heilstaat. De Groot schaarde honderdduizenden achter zich, met zijn onbevlogen stem - een klein postuur op het spreekgestoelte van Tweede Kamer en partijcongressen, met een immer chagrijnig gezicht erop gepoot. In zijn proefschrift verklaart Willem Jan Stutje het geheim achter dit succes. 'De man die de weg wees' (titel van de biografie) kreeg de ruimte bij gebrek aan tegenwicht. Ieder debat, elk vraagteken, laat staan enige oppositie, ruimde hij uit de weg. Paul de Groot was een Schreibtischmörder op het vrije intellect.

Historicus Stutje wil de almacht van de communistenleider niet alleen uit diens (met liefde geschilderde) afkomst en milieu verklaren, maar vanuit een wisselwerking met diens 'veelvormig, vaak tegenstrijdig karakter'. Sommigen worden als hufter geboren, maar daar wil Stutje niet van weten: waarom immers was deze 'sfinx' voor velen een 'onbaatzuchtige profeet', totdat hij ontmaskerd werd als 'achterdochtige intrigant'? De vraag stellen 'hoe groot De Groot was' (om met grand old man van de geschiedschrijving van het communisme Ger Harmsen te spreken) is hem beantwoorden: klein waren De Groots hielenlikkers.

Maar ook Paul de Groot was in beginsel -zoals ieder mens- natuurlijk niet meer dan een klein mannetje. Hij kon zich ster-allures aanmeten omdat hij die ook aangemeten kréég. De mannetjesmakers achter De Groot zetelden in Moskou. Voor de Komintern, het EKKI (Executief Komité van de Kommunistische Internationale) en nadien de Kominform was hij vaste tegenspeler in het krachtenspel van verdeel en heers - soms haast getackeld door kameraden van formaat, maar toch de spil, ook wanneer hij de tactiek beurtelings afstemde op hetzij Moskou, hetzij Peking, hetzij 'autonomie'; of toen hij als belangrijkste professional uit de oorlog te voorschijn kwam.

Afgezien van grote namen als Gorter of Sneevliet, die vroeger of later om hun eigenzinnigheid werden weggespeeld, had De Groot als geen ander school gemaakt bij de apparatsjiks van de communistische beweging. Stutje beschrijft té minutieus hoe De Groot in België wortel schoot in de beweging, die vleugels kreeg met de Russische revolutie van 1917. In het kielzog van zijn Joodse vader, die zijn beetje brood ging verdienen in de diamantbewerkerij in Antwerpen, maakte hij kennis met de arbeidersbeweging. Contact met de Vlaamse nationalisten werd goed voor een behendig, ook wel op inzicht gestoeld bespelen van nationale sentimenten tegenover internationale solidariteit. Hij verstond de kunst van het touwtrekken met Moskou én op de thuismarkt. Op zijn instigatie sierden portretten van Rembrandt, Spinoza, Vondel en Hugo de Groot naast Marx, Lenin en Stalin de partij-arena. Tot verbazing van companen ruilde hij eens het zingen van de Internationale in voor het Wilhelmus.

Met zijn huwelijk in België met de Pools-Joodse Sally begint een tweede spoor. 'Sla de Joden, red Rusland' riepen de kozakken toen ze Polen bezetten. De overwinning van Lenin op de tsaar betekende bevrijding. Alle strijd was niet tevergeefs geweest, kón toch alstjeblieft niet tevergeefs zijn geweest. Hier kantelde het idealisme van De Groot -in de kiem zeker aanwezig, zoals Stutje duidelijk aangeeft- in het geestdodende klimaat van het communisme mechanisch om naar bezwering.

Zijn eigen en Sally's Joodse roots stelden hij niet op de voorgrond. Maar zij stonden model voor de 'historische noodzakelijkheid' van het communisme: via verheffing uit de armoede door de arbeidersbeweging, met zijn vrouw als mede-strijdster, lag het ideaal van de arbeidersstaat binnen handbereik. En een bezoek aan het beloofde land deed wonderen: ,,Naar Moskou!'' ,,Ik was er opgewonden van!'' ,,Ik kan wel zingen!'' schreef hij in een aanzet tot memoires. Het geloof verblindde: De Groot droomde van ,,kolchozen in de Haarlemmermeer''. En tot ver in zijn carrière liet hij zich vertroetelen in het bountyparadijs op de Krim.

Zeker vóór de oorlog was dat geloof een heilige zaak. De Groot was inmiddels fulltime partijbestuurder en sloeg zijn eerste critici van zich af. Toen de Duitsers Nederland bezetten was hij -ook in eigen ogen- belangrijk genoeg om voor de partij behouden te blijven en probeerde hij naar Moskou te ontkomen, gehoor gevend aan een signaal vanuit de grote moederbeweging. Toen dit mislukte ving hij een nieuw signaal op van de grote Bulgaarse partitocraat Dimitrov ('blijf in het land en zet het werk onder de nieuwe omstandigheden voort'), en aldus geschiedde. De Groot was een meester in de dialectiek. Was Hitler-Duitsland de ene dag aartsvijand nummer één, 'sanderendaags (na het pact Moskou-Berlijn, 1939) werden Frankrijk en Duitsland evengrote 'imperialisten'. Dat nogal wat Joodse partijleden geschokt hun partijboekje verscheurden was voor De Groot geen teken aan de wand. Nee, de bezetting in mei 1940 verdroeg zich niet met de soevereiniteit van het land van Rembrandt enzovoorts, vond ook De Groot wel; maar Dimitrovs opmerking over 'de nieuwe omstandigheden' nam hij ondertussen nogal letterlijk. In het 'wetenschappelijk' partijblad Politiek & Cultuur (juni 1940) bepleitte hij 'tegenover Duitsland een waarlijke neutraliteit', een 'correcte houding'. Pas in november viel hij ,,de nazi's, die de armoede vermeerderen, de cultuur vernietigen en rassenhaat tegen de Joodse bevolking prediken'' aan.

Zijn vermeende poging om naar Moskou te 'deserteren' en zijn te 'correcte' P & C-artikel werden hem door opponenten in de CPN nagedragen. Prompt verdedigde De Groot zich (en liet hij zich door getrouwen verdedigen) met een omkering van de feiten: het stuk was 'misleiding' van de Duitsers geweest en hij had nooit willen deserteren, integendeel, ook toen hij was ondergedoken had hij als geen ander de partij geleid! De Groot kreeg voor de voeten geworpen dat hij vrouw en dochter in de steek had gelaten toen hun onderduikadres was binnengevallen. Stelliger nog dan eerdere geschiedschrijvers (Ger Verrips in 'Dwars, duivels en dromend, De geschiedenis van de CPN' en de pioniers op dit gebied Hansje Galesloot en Susan Legêne in 'Partij in het verzet, De CPN in de Tweede Wereldoorlog') pareert Stutje deze schandelijke verdachtmaking. Sally en dochter Rosa werden in Auschwitz vergast. Ontroerend is De Groots brief aan Sally nadat zij is vermoord, geschreven in de hoop dat zij nog leeft. Het was juist Sally die haar man op het beslissende moment aanspoorde om de maas te benutten in de omsingeling door de binnenvallers: 'Loop, jongen, loop'... Hij geloofde dat Sally en Rosa als 'medestrijdsters' stierven, niet als Joden. Dat lot van partijgenoten was heldhaftig - maar hij moest de partij redden. Wie kon het hem kwalijk nemen dat hij zich daarna onder de bezetting doodsbang verschool?

Na de oorlog werd juist díé kaart gespeeld en ook hier draaide De Groot de zaken om: toen de beroemde oproep tot de Februaristaking geschreven bleek door Lou Jansen, die op de nazi-pijnbank kameraden verried (en werd vermoord), ontroofde De Groot hem de laatste eer en loog hij zelf schrijver te zijn van het 'Staakt! Staakt! Staakt!'.

Niet alleen De Groot, de partij leed aan paranoia. Alle kritiek werd geschaard onder het 'veelkoppige trotzkisme'. (Het is dus een staaltje van professionaliteit dat Stutje, ooit actief trotskist, met respect over De Groot schrijft). In dat zwart-wit-denken werden ná de oorlog tegenstanders alsnóg tot 'Gestapo' gebombardeerd. In de jaren vijftig etterde het oorlogstrauma heviger dan ooit, versterkt door de afwijzing door de democratische partijen van de totalitaire CPN, ondanks haar verzetsrol. Marcus Bakker, een van de nieuwe strijdmakkers met wie De Groot zich had omringd (jong, gewillig, als belezen arbeiders toegerust met het wapen van het ironisch cynisme tegen lastige intellectuelen) werkte De Groots analyse van het oorlogsverleden van tegenstanders uit. In 'Het rode boekje' (naar de kaft) waren de verdachtmakingen te grijs voor woorden.

In 1977 kwam De Groots eigen finale. Zijn verkiezingsleus 'Van Agt eruit, de CPN erin' ging niet op en dit was, ja toch, te wijten aan de gijzelingen in die dagen! (Dat 'Molukse complot' was een onthutsende variant op andere grotiaanse complotten, zoals zijn bezettingstheorie omtrent de Amerikaanse hulptroepen bij de Watersnoodramp van 1953). Partijvoorzitter Henk Hoekstra komt de eer toe om als eerste njet tegen De Groot te hebben gezegd- toen deze Hoekstra voor 'aanhanger van Mussert' uitmaakte knapte het.

Stutje's biografie roept door zijn meeslepende verteltrant het beeld op van een hellevaart à la 'Don Giovanni' (dat zou De Groot als opera-liefhebber vast aangesproken hebben). Er blijft nog wel te wensen over. Hoe zat het bij Bakker, Jaap en Joop Wolff (die De Groot via minister Van Doorn fluks aan een uitkering hielp) met de bezwaren tussen droom en daad? Wie vergelijkt eens de CPN met zusterpartijen? Ook kan het leerzaam zijn als een derde een beknopte exegese maakt van de studies van Harmsen, Verrips, Galesloot/Legêne en Stutje. En weet iemand hoe De Groot reageerde op de debatten, jaren tachtig, tussen de ééns onverzoenlijken?

Stutje deed enkele ontdekkingen (zoals het een-tweetje Wolff-Van Doorn, en De Groots onderonsje met de Legerstaf begin 1940) en weerlegde enkele geruchten (onder meer Igor Cornelissens jokkebrokkerij over de vrijage tussen De Groot en journaliste Anita van Ommeren). Hij is er vooral in geslaagd om de spagaat te tonen waarin De Groot 'de weg wees'. 'De man die faalde' heeft Gijs Schreuders al gebruikt, voor zijn oprechte terugblik op zijn communistentijd- toespeling op 'De God die faalde' waarmee Richard Crossman e.a. in de jaren vijftig velen de ogen opende. Hoezeer De Groot ook het evenwicht verloor in die spagaat van (inter)nationalisme, van stalinist zijn tegenover (Joods) oorlogsslachtoffer, hij had de pretentie 'de weg te wijzen'. Die ambitie tekent deze biografie ten voeten uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden