InterviewJudith Schalansky

‘Na het vertrek van mijn vader heb ik altijd het gevoel gehad dat er iets ontbrak’

Judith SchalanskyBeeld Patrick Post

In haar verhalenbundel ‘Inventaris van enkele verliezen’ onderzoekt Judith Schalansky thema’s als vergankelijkheid en toeval. Ze wilde altijd al een boek schrijven ‘waar de hele wereld in past’. 

Ze was zestien toen ze voor het eerst haar vader ontmoette. Schrijfster Judith Schalansky (1980) spreekt er luchtig over: niks opmerkelijks hoor, in Greifswald, waar ze opgroeide. Het stadje was deel van de toenmalige DDR. “Daar maakte je alleen kans op een woning als je getrouwd was en kinderen had. Iedereen trouwde zo snel mogelijk. Bijna allemaal waren ze na een jaar alweer gescheiden.” De constructie waarbij gescheiden ouders gezamenlijk de zorg voor de kinderen op zich nemen, bestond in de DDR niet, want wat voor het land gold, gold ook op gezinsniveau: “eenmaal eruit, nooit meer erin.” Ze zegt het luid, er valt een stilte. “Verdringing was een van de basisprincipes van dat land. Dat mechanisme heeft veel kapot gemaakt. Dat is waar ik me in mijn werk tegen weer.”

We zijn in het Amsterdamse Goethe-Institut. Het is niet de eerste keer dat Schalansky in Nederland over haar werk komt praten: in 2013 vielen lezers voor haar enthousiasme toen ze aanschoof als hoofdgast bij ‘Hier is... Adriaan van Dis’. Ze sprak daar over haar tweede roman ‘De lessen van mevrouw Lohmark’, waarvoor ze – net als voor haar andere boeken – zelf de bijzondere vormgeving verzorgde.

Met gulzige verwondering neemt de schrijfster de lege, hoge ruimte in zich op als we er binnenkomen. Later wijst ze me door het raampje op de grachtenpanden aan de overkant: op iedere nok zit een duif. Ze heeft me dan al de foto’s op haar mobiel laten zien die ze gisteren maakte in een antiekwinkeltje om de hoek, waar ze opgezette dieren verkopen. Judith Schalansky raakt gefascineerd door details die de meeste mensen zouden ontgaan.

Gedachtes in hooggeconcentreerde vorm

Het valt ook op in ‘Inventaris van enkele verliezen’, haar nieuwe verhalenbundel, waarin ze (bijna) verloren gegane partjes geschiedenis wil helpen overleven. Ze kruipt in de huid van filmicoon Greta Garbo die, ver in de vijftig, als een levende dode door de straten van New York struint; vertelt over de zoekgeraakte geschriften van Mani, de incompleet overgeleverde poëzie van Sappho, de vernietigde openlucht-encyclopedie van een Zwitserse kluizenaar – curieuze onderwerpen, die ze met liefdevolle aandacht voor de vergeting behoedt. Want, zo schrijft ze in het voorwoord: ‘het verschil tussen aan- en afwezigheid [is] wellicht marginaal zolang we de herinnering hebben’.

“Het is altijd mijn wens geweest een boek te schrijven waar de hele wereld in past”, vertelt ze, “al is zoiets natuurlijk volstrekt onmogelijk.” Toch: de wens zelf is voelbaar in haar zinnen. Het is een vol boek. Schalansky biedt haar gedachtes aan in hooggeconcentreerde vorm, alsof hier plek wordt gespaard omdat de rest van de wereld er nog bij moet.

“Toen ik mijn vader als zestienjarige voor het eerst ontmoette was dat een enorme teleurstelling”, vertelt ze. Aanvankelijk had niemand haar verteld dat de man die haar opvoedde niet haar biologische vader was, maar “kinderen hebben daar een instinct voor. Mijn hele jeugd werd gedomineerd door het onbestemde gevoel dat er iets niet klopte, dat er iets wezenlijks ontbrak. Ik heb me altijd op een basaal niveau verlaten gevoeld.”

Toen ze hoorde hoe het zat, begon ze zich een beeld van haar vader te vormen: “Ik zag een matroos voor me, een stoere avonturier, een man die wegging om met een zeilschip de wereld te verkennen.” De gefantaseerde vaderfiguur werd haar voorbeeld, haar idool.

Judith SchalanskyBeeld Patrick Post

“Op wat afwezig is kun je alles projecteren,” legt ze uit. “Daar gaan veel van de verhalen in de bundel over: hoe leegte uitnodigt tot invulling. Mensen kunnen niet goed omgaan met leegte. Daarom gebruiken we dat wat we niet kennen of begrijpen als een projectiescherm. We vullen de leegte op met dat wat we missen, wat we nodig hebben. Het is de basis van psychoanalyse. En ook van religie. Een vriend van me is pastoor. ‘God is dat wat ontbreekt’, zegt hij. Dat kun je natuurlijk heel atheïstisch opvatten, maar ik vind het mooi verwoord.”

Haar vader bleek al die tijd vlakbij haar te hebben gewoond. “In dezelfde buurt. Niks avonturier. Hij bestelde kamillethee. Kamillethee. Mijn vader, de zeegod. Een volwassen man, die kamillethee dronk.”

Het constante gevoel dat er iets ontbrak, uitte zich in haar jeugd in een panische angst voor verlating. “Mijn moeder begreep daar niets van. ‘Stel je niet aan’, zei ze, ‘doe toch niet zo hysterisch.’”

In ‘Het kasteel van de Von Behrs’, een van de autobiografische verhalen in de bundel, beschrijft Schalansky een gebeurtenis uit haar jeugd die haar fataal had kunnen worden. Ze was vier. Haar ouders waren niet thuis. Toen ze ontdekte dat ze alleengelaten was, sprong ze uit het slaapkamerraam; een sprong van vier meter. “Het was het moeilijkste verhaal om te schrijven. Ik heb er lang over gedaan. Maar schrijven helpt. Als je kwellende gevoelens in woorden omzet, neemt dat een deel van de pijn weg. Ook het delen ervan helpt – het werkt helend.” >>

Hoe verklaart u de helende werking van taal?

“Taal geeft een gevoel van houvast. Begrippen die we hanteren trekken kunstmatige grenzen, waardoor we orde kunnen ervaren in een wereld die in wezen uit chaos bestaat. Het gevaar is wel dat we die taalafbakeningen gaan beschouwen als de waarheid. We moeten onszelf eraan blijven herinneren hoe willekeurig die grenzen zijn.

“Neem ‘homoseksualiteit’. Dat begrip bestaat pas relatief kort. Niet de liefde tussen twee mannen of twee vrouwen natuurlijk, maar de keuze om seksualiteit te organiseren op basis van geslacht. Bij de Grieken en de Romeinen was sociale status de maatstaf. Het deed er niet toe of je het bed deelde met een man of vrouw; waar het om ging was of je seksuele rol paste bij je sociale rol. Degene met de hoogste maatschappelijke status werd geacht in bed de actieve rol te vervullen, de ander de passieve. Ik zeg niet dat ik die indeling nou zo geslaagd vind, maar het laat wel zien hoe arbitrair de keuze is om bij het benoemen van seksuele relaties zo’n nadruk te leggen op geslacht.

“Dat we zoeken naar manieren om de wereld te ordenen, is eigen aan de mens. We kunnen niet anders. We worden geboren met een behoefte aan zingeving, omdat we ons moeten wapenen tegen ‘toeval’. Tot ‘toeval’ kunnen we ons met geen mogelijkheid verhouden; het is net zo abstract, net zo onvoorstelbaar als de dood. Maar hóe we ordenen, wélke grenzen we besluiten te creëren, daar hebben we wel de hand in. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee.”

Als u één ding voor de eeuwigheid zou kunnen conserveren, wat zou dat zijn?

“De diversiteit van de natuur. Ik wil niet beweren dat vroeger alles beter was, maar de generatie van mijn ouders was tenminste nog op een akkertje groente aan het verbouwen. Alleen al daardoor hadden ze een directere band met de natuur dan wij. Als je nu iemand vraagt ‘Natuur’ te omschrijven, is de kans groot dat je een omschrijving krijgt van een prent uit de 18de eeuw.

“Omdat onze afstand tot de natuur groeit, wordt het begrip steeds abstracter. Daardoor beginnen we ook de natuur, te gebruiken als projectiescherm, als een spiegel van onze eigen ziel. Op die manier raken we natuurlijk alleen maar meer van de reële natuur vervreemd.

“Voor het verhaal ‘Haven van Greifswald’ gaf ik mezelf de opdracht een wandeling te beschrijven en me daarbij strikt te beperken tot zintuiglijke waarnemingen. Geen interpretatie, geen gedachtes: enkel registreren. Dat is best lastig. Ik denk dat dat een van de manieren is waarop we onze band met de natuur kunnen herstellen. Gewoon: naar buiten gaan en om je heen kijken. Écht kijken.”

Wat zou u veranderen als u het voor het zeggen had?

“Alle auto’s afschaffen. Daar zou ik mee beginnen. Stel je voor: al die ruimte die zou ontstaan, daar waar nu snelwegen liggen. Is nogal onrealistisch natuurlijk. Zeker in Duitsland, waar ze al op de barricade staan als iemand een snelheidslimiet van 130 kilometer per uur oppert. Voor de Duitser is de auto wat voor de Amerikaan het geweer is: een vrijheidssymbool. Dat laat men zich niet zomaar afpakken.

“‘Er bestaat geen verlies zonder winst, en geen winst zonder verlies’, zei de Hongaarse filosofe Ágnes Heller. Ik geloof niet dat het inperken van onze keuzemogelijkheden ten koste hoeft te gaan van onze vrijheid. Oei. Kijk, als ik zoiets zeg gaan natuurlijk meteen alle alarmbellen af; zo’n uitspraak resoneert behoorlijk met de DDR-leuzen – maar we hoeven in de supermarkt toch niet de keuze te hebben uit honderd verschillende soorten chocola om ons vrij te kunnen voelen? Het imperatief waarmee de westerse mens op dit moment leeft is: koop! Het consumentisme is zelf een vorm van gevangenschap. Het maakt niet gelukkig. Sterker: als we niet snel iets veranderen wordt het onze ondergang.”

Dat gegeven roept ook veel weerstand op.

“Ja, het klimaatprobleem is een beangstigende waarheid. Mensen zijn hardnekkig in het ontlopen van hun angst. Ik dacht laatst: misschien zou een nieuwe religie een oplossing kunnen zijn. Als je vertelt dat je om ideologische redenen niet meer vliegt, reageren veel mensen defensief: ze voelen zich veroordeeld, noemen je honend een Gutmensch – maar als je zegt dat je uit religieuze overwegingen bent gestopt met vliegen, halen ze hun schouders op. Moet jij weten. Religie is privé. Een mythe zou ook kunnen.

“Ik zou het koraal kiezen als symbool. Dat is zo’n ongrijpbaar organisme – buitengewoon geschikt voor projectie. Eerst dachten we dat het steen was, later een plant, uiteindelijk bleek het een dier te zijn. We kunnen ons er totaal niet mee identificeren, en dus hebben we de neiging het te verwaarlozen, wat we ook met verve hebben gedaan en doen – terwijl we wéten dat ons leven ervan afhankelijk is.”

U schrijft: het verleden is een mogelijkheidsruimte. Kunt u dat uitleggen?

“We geven zelf ons verleden vorm. Theodor Lessing heeft het daarover in ‘Geschichte als Sinngebung des Sinnlosen’; hij ontmaskert de geschiedenis zoals we die kennen als ‘vormgeving achteraf’. In onze geschiedenisboeken, zegt hij, lezen we niet over de lotgevallen van de bij de verovering van Luik vertrapte viooltjes – we maken een selectie, dat is onvermijdelijk. We besluiten het ene te onthouden en het andere niet. Wát we onthouden bepaalt niet alleen ons beeld van het verleden, maar speelt ook een cruciale rol bij onze ervaring van het heden, en de manier waarop we over de toekomst denken.

“De geschiedenis wordt steeds opnieuw verteld. Niet voor niets gaat een nieuw regime vaak samen met een vernietiging van het gedachtegoed van het oude; boekverbrandingen, beeldenstorm, het neerhalen van standbeelden. Neem het Palast der Republik, in Berlijn. In 1950 werd het Berliner Stadtschloss opgeblazen, omdat het een doorn in het oog was van de leiders van de DDR. Op die plek verrees vervolgens het Palast der Republik, een ‘paleis voor het volk’. Als de DDR een centrum had, dan was het dat gebouw. Na de Duitse hereniging moest het natuurlijk weer sneuvelen. Zogenaamd vanwege asbest. En raad eens: nu zijn ze weer bezig met de wederopbouw van het Berliner Stadt­schloss. Is toch hilarisch?

“Ik ontken de historische gebeurtenissen uit geschiedenisboeken niet. Waar het me om gaat is dat we zelf het narratief ontwerpen waarin we die gebeurtenissen inbedden. Niet de feiten, maar het verhaal dat we ervan maken is van belang. In die zin kun je het verleden beschouwen als een utopische ruimte. Met ieder nieuw perspectief op het verleden schep je in wezen een nieuwe mogelijkheid voor de toekomst.” 

Judith Schalansky (Greifswald, 1980) woont samen met haar partner, actrice Bettina Hoppe, en hun dochter in Berlijn. In 2013 was ze te gast bij het DWDD-boekenprogramma ‘Hier is... Adriaan van Dis’ om te praten over ‘De lessen van mevrouw Lohmark’, In haar nieuwe boek, ‘Inventaris van enkele verliezen’, onderzoekt ze grote thema’s als vergankelijkheid en het menselijke onvermogen zich te verzoenen met het concept ‘toeval’. Naast schrijver is ze ook vormgever en uitgever.

Judith Schalansky
Inventaris van enkele verliezen
Vert. Goverdien Hauth-Grubben. Meridiaan; 252 blz. € 26,99

Lees ook:

Reizen op verbeeldingskracht

Hemel en hel liggen dicht bij elkaar op de afgelegen eilanden van Schalansky

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden