InterviewGerbrand Bakker

Na een zware depressie en een ingezakt libido kan Gerbrand Bakker weer lachen

Schrijver en columnist Gerbrand Bakker woont in de Duitse Eifel met zijn partner Marcel en diens hond Floris. Beeld Joris van Gennip
Schrijver en columnist Gerbrand Bakker woont in de Duitse Eifel met zijn partner Marcel en diens hond Floris.Beeld Joris van Gennip

Een zware depressie, een mislukt liefdesleven en een ingezakt libido. Ondanks alles valt er veel te lachen in Gerbrand Bakkers nieuwste ego-document ‘Knecht, alleen’. Lucht en humor zijn noodzakelijk als je over ellende schrijft, zegt de auteur. ‘Anders sla je de lezer volkomen lam.’

Gerbrand Bakker is een beetje van slag. Langs de tuinrand van zijn huis in de Eifel zijn werklui bezig om de fundering van een zijmuur te storten. Constant drukte om hem heen, daar houdt hij niet van. En dan komt er ook nog een Nederlandse journalist op bezoek die zijn auto zomaar op de smalle oprit naast de tuin parkeert. “Zo, jij bent brutaal!”, roept Bakker. “Je kan ook verderop gaan staan hoor, daar is een weilandje.”

“Koffie met gebak?”, vraagt de schrijver en gediplomeerd hovenier als even later de rust is weergekeerd. “Of wil je eerst een rondleiding door de tuin?” Het tripje naar Bakkers woonhuis in Schwarzbach is vooral bedoeld om te praten over zijn nieuwe boek ‘Knecht, alleen’. Daarin draait het om zijn depressie en zijn bewogen liefdesleven. Maar die beroemde tuin, daar kun je uiteraard niet omheen. Trouw-lezers kennen het botanische project uit de columns die Bakker er jarenlang over schreef in de zaterdagkrant.

De tuin ligt grotendeels verscholen achter het huis, aan de voet van een bosrijke helling. Het perceel loopt helemaal door tot aan de heuveltop. Bakker kapt elk jaar een strookje bos zodat hij zijn tuin kan uitbreiden, verder omhoog. De perken staan vol met oranje en paarse bloemen, allerhande struiken, snijbieten, frambozen, kruisbessen, noem maar op, alles keurig geordend. Bakker wijst op een zwartebessenstruik die hij pas kaal heeft geplukt voor een zelfgemaakte taart – erg lekker, vond de buurvrouw.

Het terrein wordt doorkruist door getrapte waterpartijen, grindpaden en muurtjes van gestapelde natuurstenen. Bielzen langs rechthoekige bloembedden verlenen het geheel extra structuur. “De vorm vind ik het belangrijkst”, zegt Bakker, “meer dan wat erin staat. Hetzelfde geldt voor mijn boeken, nou ja, min of meer. Als je een solide vorm hebt, kun je binnen die lijnen heel veel doen met de inhoud.”

Autobiografisch, eerlijk, direct

‘Knecht, alleen’ is gegoten in een gestileerde dagboekvorm. Autobiografisch, eerlijk, direct, dat ligt Bakker de laatste jaren het best. Hij vertelt het verhaal niet chronologisch, eerder springerig en fragmentarisch, als in een roman. Lezers moeten zelf reconstrueren wat er precies is gebeurd en op welk punt in het verhaal ze zich bevinden. Dat heeft Bakker opzettelijk zo gedaan. In de donkerste periode vroeg hij zichzelf ook steeds af waar hij ook alweer was gebleven met zijn leven. De literaire vorm weerspiegelt dit.

Het boek is uitgegeven in de prestigieuze reeks Privé-domein, Bakkers tweede deel in deze serie. De voorganger ‘Jasper en zijn knecht’ (2016) werd met vijf drukken een onverwacht succes. Jasper, een dominante hond, was de vedette. Zijn baasje Bakker fungeerde als ‘knecht’. De schrijver sprak in dit eerste boek al openhartig over zijn depressies. Deel twee – de hond is nu dood, vandaar de treurige titel – gaat opnieuw over een depressie, maar dan een extreem heftige die alle voorgaande overtreft.

Bakker: “Tijdens het schrijven dacht ik de hele tijd: jongens, gooi ‘Jasper en zijn knecht’ maar weg, want wat ik nú heb meegemaakt, dat is echt niet te geloven”. De ellende begint als de auteur een nieuw antidepressivum krijgt voorgeschreven: Escitalopram. Dit middel zou minder bijwerkingen geven dan Bakkers oude pil en hopelijk zijn libido sparen. Maar het pakt verkeerd uit. Door het nieuwe middel zinkt de schrijver steeds verder weg in een ongekende leegte waarin niets nog zin lijkt te hebben.

Een hoopje mens

De neergang voltrekt zich tijdens een roadtrip naar Griekenland met twee schrijversvrienden. Bakker begint nog redelijk monter aan de reis, maar gaandeweg verwordt hij tot ‘een hoopje mens op de achterbank’. Zijn vrienden slepen hem langs bezienswaardigheden in Albanië en Bosnië-Herzegovina. Ondertussen denkt Bakker: ‘Hoe haal ik het einde van de dag?’

“Tijdens zo’n depressie leef je op een ander niveau dan de mensen om je heen”, verklaart hij vanuit zijn tuinstoel. “Ik práátte wel met anderen, maar in feite heb ik drie maanden lang gespééld dat ik een gesprek had. Eigenlijk was ik er niet. Het was heel eenzaam. Bijna ondraaglijk.”

Elke emotie, elke betrokkenheid was weg. Mensen hebben daar geen benul van, vervolgt Bakker. “Ze denken: je bent gewoon somber, we peppen je wel even op. Lief bedoeld, maar kansloos.” Het lijkt alsof je je aanstelt, want van buiten valt er niets te zien. De strijd woedt vanbinnen, verlammend. “In de diepste periode was ik tot niks in staat”, zegt Bakker. “Het was letterlijk overleven, van seconde op seconde.”

Toch is het boek niet inktzwart. Integendeel. Bakker hanteert een lichte toets en een innemend soort humor. Daar was hij toe in staat doordat hij het verhaal pas achteraf op papier zette, een half jaar na dato, toen het weer beter ging.

Wil je zo’n braillebord lezen, verbrand je je vingers!

Erg grappig is Bakkers uitstapje naar het orakel van Delfi. Vanwege de losse stenen en steiltes moet de schrijver voortdurend uitkijken om zijn nek niet te breken. Tegelijk ziet hij dat overal metalen braillebordjes zijn gemonteerd. Hoe moet een blinde die bordjes in vredesnaam vinden?, vraagt hij zich af. In de zon zijn de bordjes bovendien kokendheet geworden. Ontsteld schrijft hij: “Je komt als blinde dus naar Delfi, je struikelt er overal over oude stenen, en dan wil je zo’n braillebord lezen, verbrand je je vingers! Waardoor je minstens een week niet zal kunnen ‘lezen’.”

Dit soort ademruimte heb je nodig in een boek met een zwaar onderwerp, vindt Bakker. “Anders krijg je zoiets als ‘Een klein leven’ van Hanya Yanagihara, over de gruwelijke gevolgen van seksueel misbruik. Eén bak ellende. Als lezer word je volkomen lamgeslagen. Op den duur interesseert het je geen reet meer.”

‘Knecht, alleen’ heeft genoeg lucht, ook dankzij Bakkers tragikomische liefdesleven. Dat vormt, bovenop de depressie, de tweede laag van het boek. Meteen al in de openingsscène bezoekt de schrijver een seksuoloog vanwege zijn verdwenen lust. Antidepressiva en het libido, een beruchte combinatie. “Zodra ik die tweede laag erbij had, dacht ik: dit wordt iets moois, nu heb ik een vorm waar ik alles in kwijt kan”.

De schrijver noemt het verminderde libido een ‘rotbijwerking’. “Seks, opwinding, klaarkomen, dat geeft troost. Daar heb je met een depressie juist behoefte aan.” Zijn erotische fut verdween totaal toen hij met zijn oude antidepressivum stopte. “Heel vreemd, mijn seksuoloog begreep het ook niet. Er is bijna geen onderzoek naar gedaan.”

Ooit was Bakker een ‘seksbeest’, zei hij eens in een Trouw-interview met Arjan Visser. In ‘Knecht, alleen’ haalt hij met smaak herinneringen op aan zijn avontuurtjes met mannen. Maar wat opvalt, zegt hij, is dat al zijn vroegere liefdesrelaties zijn mislukt. “Ze duurden meestal maar heel kort. Vaak rende ik zelf weg, want dan kon ik het allemaal weer niet aan enzo, blablabla.”

Eén zo’n moeizame verhouding had Bakker ooit als twintiger met de toen 63-jarige kinderboekenschrijver Paul Biegel. Hij weet niet meer precies waarom hij zich destijds liet ‘bepotelen’ door die oude man met een stoma en een zweepje op de kast. IJdelheid? Altruïsme? Plichtsgevoel? Hoop op een kruiwagen? “Ik had vooral medelijden, geloof ik”, zegt Bakker. “Ik was ook wel kwaad op hem. Maar het was absoluut geen #MeToo, want ik weet nog dat ik dacht: waarom laat ik dit eigenlijk voortduren? Je hebt zelf ook verantwoordelijkheid. Mensen zetten zich veel te snel als slachtoffer neer, vaak alleen om wat handtastelijkheden. Dan denk ik: zeik niet zo!”

Veilig contact

Zijn relaties liepen meestal stuk op bindingsangst, suggereert Bakker in het boek. Hij verlangde naar contact, maar deinsde er ook voor terug omdat hij mensen onpeilbaar en onberekenbaar vond. Dat zat er al vroeg in. Als kind verzon hij een tweede ik, een surrogaatvriend waar hij onbevreesd mee kon praten. Het tekent zijn levenslange eenzaamheid en roept de vraag op of Bakker wellicht schrijft omdat hij zo tenminste veilig contact kan maken: met de lezer, met zijn personages. “Ja”, antwoordt hij zonder dralen. “Punt.”

Dit aspect verder maar laten rusten dan. Voor je het weet sta je er als interviewer net zo gekleurd op als een Duitse journaliste van Psychologie Heute. Bakker noemt haar in zijn boek ‘een zuigster’. Ze bleef maar peuren en doorvragen. Veel te intens.

Dan komen verderop in de tuin partner Marcel en hondje Floris aangelopen. Want dat is het goede nieuws: Bakker woont sinds een jaar samen. Hij voltooide ‘Knecht, alleen’ anderhalf jaar geleden, en een half jaar later kreeg hij zowaar een vriend. De twee hadden 28 jaar geleden een kortstondige affaire. Vorig jaar zocht Marcel voor het eerst na lange tijd opnieuw contact. Hij kwam langs in de Eifel en ging nooit meer weg. Zijn echtgenoot liet hij achter in Bretagne, hondje Floris nam hij met zich mee.

Waarom lukt de liefde nu ineens wel? Bakker heeft geen zin om daarover na te denken. “Het werkt, dat is het enige wat telt. We hebben het heel fijn samen. Dankzij Marcels lichaam kan ik weer bij mijn libido. Een prachtige ontdekking toch, voor iemand van 57?”

Hondje Floris – een energiek teefje – schiet ondertussen dwars door de planten achter een veldmuis aan. Even later deponeert ze een paarse rubberen bal voor onze voeten. Jankend en trillend van opwinding smeekt ze ons de bal weg te werpen. Ze probeert het ook met een stok. “Niet op ingaan”, waarschuwt Bakker. “Je komt er nooit meer vanaf. Ze maakt ook niet altijd onderscheid tussen een stok en een vinger.” Wanneer ze van ongeduld vervaarlijk begint te grommen, bijt hij haar toe: “Pas op, anders krijg je een spuitje”.

Aan tafel met de drie hoofdpersonen uit Bakkers laatste werk

De avond valt. “Dus je blijft eten?”, vraagt Bakker. Hij gaat in de keuken aan de slag. Om de tijd tot het diner te overbruggen overhandigt hij een klein wandelboekje: ‘De 3 bestaat niet’. Het is net verschenen en vormt in feite het vervolg op ‘Knecht, alleen’. In dit werkje beschrijft Bakker gepassioneerd hoe hij een wandeling door de Eifel voorziet van nieuwe routebordjes. Gaandeweg introduceert hij ook zijn nieuwe gezin. En zo zit je die avond dan ineens aan tafel met de drie hoofdpersonen uit Bakkers laatste werk: de schrijver zelf, Marcel en hondje Floris, die na alle opwinding in een diepe slaap verzinkt.

Het tafereel heeft iets van geluk. Een knap lastig onderwerp voor een boek. Literatuur leent zich toch eigenlijk alleen voor het etaleren van leed? Die vraag komt ook aan de orde in ‘De 3 bestaat niet’. Marcel antwoordt dan: “Nee, daar moeten jullie eens mee ophouden, al die ellende. Die tijd is voorbij. Mensen willen fijne boeken lezen, boeken met een gelukkig einde.” “O, ja?”, vraagt Bakker. “Ja.”

Het avontuur loopt ten einde. De witte wijn is op. De pastasalade en het ijs ook. Tijd om op te stappen, met in de rugzak een potje rabarber-gemberjam uit eigen keuken. En, viel deze journalistieke ervaring uiteindelijk mee, ondanks de brutale binnenkomer? “Och, voor het publiek is het leuk en aardig hoor, zo’n interview”, zegt Bakker. “Maar ik zeg altijd: lees mijn boeken, daar staat alles in.”

Bio

Gerbrand Bakker (1962) debuteerde in 1999 met de jeugdroman ‘Perenbomen bloeien wit’, inmiddels ook bewerkt voor een volwassen publiek. Zijn doorbraak kwam met ‘Boven is het stil’ (2006). De laatste jaren kreeg hij geen romans meer uit zijn pen. Hij ging autobiografisch schrijven met ‘Jasper en zijn knecht’ (2016) en ‘Rotgrond bestaat niet’ (2018). Dit jaar verschenen ‘Knecht, alleen’ en het wandelboekje ‘De 3 bestaat niet’. Aan de columns die Bakker al jaren in Trouw schrijft, komt door de vernieuwing van het katern ‘Letter en Geest’ na de zomer een einde.

‘Knecht, alleen’, De Arbeiderspers, 287 blz., 23,99 euro. Beeld
‘Knecht, alleen’, De Arbeiderspers, 287 blz., 23,99 euro.

Lees ook:

‘Die hele Bijbel is natuurlijk quatsch’

In 2009 had Arjan Visser een ‘Tien Geboden’-interview met Gerbrand Bakker. Zo begon het: “Wij waren thuis niks. Mijn vader sowieso niet en mijn moeder was ooit hervormd, dacht ik. Dat geloof, het zegt me helemaal niets. Laatst las ik de recensie van een boek over de vrouw van een of andere Romeinse keizer. Zij werd daarin ‘een tijdgenootje van Maria’ genoemd. Dan denk ik: ho ho, mensen! Een tijdgenootje? Voor mij is Maria toch een soort Roodkapje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden