ReportageNacht van de Poëzie

Na een jaar van poëtische droogte komen liefhebbers eindelijk ‘uit hun grot’

De 38ste Nacht van de Poëzie in Utrecht trok een volle zaal. Dat was voor sommige bezoekers even wennen.   Beeld Joris van Gennip
De 38ste Nacht van de Poëzie in Utrecht trok een volle zaal. Dat was voor sommige bezoekers even wennen.Beeld Joris van Gennip

Na een jaar poëtische droogte was het een ouderwets gloeiend gebeuren, de 38ste Nacht van de Poëzie. En dat lag niet alleen aan de hoge temperatuur in de zaal.

Rianne Oosterom

De Nacht is slechts vijf minuten jong als het woord piemel valt. Gegiechel gonst door de volle grote zaal van TivoliVredenburg. Het gaat om een exemplaar met de naam Ed. Dichter Rosa Schogt, die de avond opent: “Inmiddels weet ik dat niet alle mannen hun piemel een naam geven. Steekproefsgewijs kom/ ik op één op eenentwintig en een half.”

Het is een aanstekelijk begin van een als vanouds broeierige Nacht van de Poëzie, na een jaar van poëtische droogte, vanwege corona. En dat ligt niet alleen aan de hoge temperatuur in de grote zaal, die – ondanks dat de avond niet uitverkocht is – zo ontzettend vol is dat er een voortdurende strijd om de stoelen gaande is (“Bezet zegt u? Daar doen wij niet aan.”)

Vanwege de warmte gaan al gauw knoopjes los en vestjes uit. Presentatrice Esther Naomi Perquin zegt even later: “Misschien zie je wel iemand waarvan je denkt... die houdt ook van poëzie. Neem het ervan.” En als de fluisterende Vlaamse dichter Erwin Mortier ‘baarmoederhals’ uitspreekt, lacht er iemand zo hard dat hij ontstemd opzijkijkt.

De Nacht doet vanaf de start het gekozen motto (‘’s Nachts woon ik zelden waar mijn bed staat’) van Vrouwkje Tuinman eer aan. Het poëziespektakel is al veertig jaar een begrip en één van de drukst bezochte literaire evenementen van Nederland, met vaak legendarische optredens tot in de late uurtjes, van zowel dichters als entr’actes.

Om twaalf uur ging in zaal TivoliVredenburg de bar dicht.  Beeld Joris van Gennip
Om twaalf uur ging in zaal TivoliVredenburg de bar dicht.Beeld Joris van Gennip

Eindelijk! Echte mensen!

Het is wel even wennen, zo dicht op elkaar. Als Tuinman later in een gedicht over een eerdere poëzienacht de zin ‘Iedereen neemt zoveel ruimte in’ uitspreekt, zie je aan de gezichten van bezoekers dat ze dat herkennen. Voor velen is het de eerste keer in tijden dat ze een cultureel evenement van dit formaat bezoeken.

Ook op het podium regent het de hele avond verzuchtingen, variaties op de uitroep van de Vlaamse dichter Paul Demets: “Eindelijk! Echte mensen!” Of neem popartiest Jett Rebel, die indruk maakte met zijn prachtige stem zonder poeha, alleen achter een piano: “Ik ga niet praten maar alleen maar zingen, want ik ben zo blij om weer op het podium te staan.”

Het motto van De Nacht had net zo goed van dichter des vaderlands Lieke Marsman kunnen zijn, die van de dichters dan ook ongeveer het hardste applaus kreeg. Haar zinnetje “Kom uit je grot” weerspiegelde precies de overgang die De Nacht voor veel bezoekers was.

Zinnen opdrinken

Neem Magda Runderkamp (77) en Ab Maas (ook 77). Ze zitten wat verstopt op twee stoelen in de foyer rechts van het podium. Zij in een gestreken kanten blouse met een bescheiden kettinkje, hij met een keurig ringbaardje. Voor het eerst weer onder zoveel mensen, als ouderen, maar bang zijn ze niet. “Het stelt ons gerust dat iedereen zo’n QR-code heeft.”

Ze gingen altijd naar De Nacht, vooral toen ze jonger waren. Hun zoon, die zelf ook dicht, had hen overgehaald om nóg eens te gaan, nu het weer kon. Omdat het niet zo goed met hem gaat, moest hij tragisch genoeg thuisblijven. Dus zit het stel er vastberaden met hem in gedachten te luisteren naar al die zinnen die langswaaien.

“Ik vind het zo bijzonder aan poëzie dat het woorden geeft aan gevoelens waar je zelf nog geen woorden voor gevonden had”, zegt Runderkamp. Het is nog voor middernacht als ze het welletjes vinden. “We zijn toch bijna tachtig.” Er zijn genoeg jongeren die blijven, inmiddels onderuit hangend op zitzakken. “En wij dachten dat jonge mensen niet meer van gedichten hielden!”, zegt Runderkamp.

Jacht op de drank

Vlak daarvoor spoorde Esther Naomi Perquin het publiek vanaf het podium al aan op ‘de jacht op de drank’ te openen. Er is ‘noodrantsoen’ te koop tot twaalf uur (lees: hele flessen drank). Door de coronaregels moet de bar dicht om middernacht, maar mag het feest wel doorgaan en mogen er wel gewoon drankjes genuttigd worden.

Mocht er nu geen druppel meer te vinden zijn, dan is er altijd nog de moeder van de Utrechtse dichter Ingmar Heytze, zegt Perquin, die ieder jaar een fles port in haar tas meesmokkelt. Als na twaalven de tap opdroogt, zet Heytze een fles wijn voor zich op de reling neer. En zijn moeder? Die is wijselijk nergens te bekennen.

Lees ook:

Lieke Marsman: ‘Soms dan wordt er een soort oerkracht aangewakkerd

Lieke Marsman, nu dichter des vaderlands en geroemd om haar engagement, vertelde vorig jaar in Trouw over poëzie als protestkunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden