Recensie

Na de veerbootramp ook nog een echtscheiding

Per Petterson Beeld EPA

Alterego Per Petterson verliest vader, moeder, broer en neefje bij ferryramp en gaat scheiden.

In de roman ‘Mannen in mijn situatie’ keert de Noorse schrijver Per Petterson (1952) – bekend van het succesvolle boek ‘Twee wegen’ – terug naar zijn ‘basispersonage’ Arvid Jansen. Arvid kwam ook al voor in ‘Kielzog’ en in ‘Ik vervloek de rivier des tijds’. Zijn leven vertoont best wel gelijkenissen met dat van de auteur, al ontkent Petterson dat Arvid Jansen een alter ego zou zijn. ‘Hooguit is het iemand met dezelfde mentaliteit’.

‘Ik vervloek de rivier des tijds’ draaide rond Arvids zieke moeder en de val van de Berlijnse muur. Dat laatste betekende voor de communistische Arvid niets minder dan een persoonlijk fiasco. Op zijn achttiende was Arvid immers ‘uit solidariteit met de arbeidersbeweging’ in een fabriek gaan werken. Dat dit politieke engagement zinloos bleek toen eenmaal de Muur was gevallen, ervoer Arvid als diep treurig. En de relatie met zijn moeder veranderde geen spat door haar ziekte: de vrouw bleef haar schrijvende zoon net zo afstandelijk bejegenen als ze altijd had gedaan.

Ramp

‘Mannen in mijn situatie’ schuift heel andere thema’s naar voren, al vangen we hier en daar ook nog een glimp op van het communisme en de moederfiguur. Centraal staan nu de echtscheiding van Arvid en de ramp die zich een jaar vóór de echtscheiding in Arvids familie heeft voorgedaan. Want Pettersons personage maakt mee wat de schrijver zelf heeft meegemaakt: in 1990 kwamen zijn vader, moeder, broer en neefje om bij een brand op een ferryschip. Dat drama resoneert volop in ‘Mannen in mijn situatie’, niet als een uitgewerkt verhaal, maar als iets wat voortdurend op de loer ligt, zowel in Arvids gedachten als in de opmerkingen van mensen uit zijn omgeving – heel Noorwegen is op de hoogte van de tragedie. We zien hoe Arvid plompverloren rondzwalkt in zijn leven en in de straten van Oslo, geobsedeerd door de twee grote tragedies die hem hebben getroffen. En hoe hij lange autoritten maakt om zijn wanhoop te bezweren: ‘Ik was rusteloos, al een hele tijd, en dan was het niet makkelijk om uit de buurt van de auto te blijven. Het laatste jaar had ik hem als doping gebruikt.’

Petterson toont het ware gelaat van verdriet door het decor te schetsen van een leven dat tot stilstand is gekomen, waar plekken non-plekken zijn geworden en activiteiten non-activiteiten. De non-plekken in het boek zijn de desolate landschappen, busstations en kroegen – uiterst gedetailleerd beschreven, als een soort bezwering – waar de hoofdpersoon van lieverlee belandt. De non-activiteiten behelzen alles wat Arvid doet om de associaties in zijn hoofd stop te zetten: urenlange autoritten maken, drinken, onbetekenende praatjes maken, vrouwen opscharrelen in kroegen en dan niet weten wat ermee aan te vangen. Het verdriet na de echtscheiding roept Petterson op aan de hand van details: het dekbed op de lege plek in bed en de vraag wat hij daarmee aan moet, kleren die zijn vrouw heeft achtergelaten en die hij op onverwachte momenten vindt. Ze refereren aan wat er geweest is en getuigen nu van einde en verlies.

Bevrijdende ironie

Zo verteld, klinkt dat als mismoedige, lastige, misschien zelfs saaie lectuur, maar vreemd genoeg is dat niet zo. De verteller schrijft lange, meanderende zinnen die de lezer letterlijk het boek inzuigen als in een gedachtestroom die nooit ophoudt, wat natuurlijk de mentale toestand is van een gekweld personage. Pettersons schrijven is een soort écriture automatique: alles wat Arvid denkt en meemaakt komt op een associatieve manier op het papier terecht. Zelfs dialogen hebben geen aanhalingstekens, maar worden pardoes doorheen de lange zinnen gegooid, met bizarre effecten. Toch betekent ‘associatief’ bij Petterson niet zoiets als ‘lukraak’. Want ondanks de schijn van eenvoudige gedachten-associaties, is zijn stijl uiterst goed overwogen en uitgebalanceerd, overigens de enige manier om een dergelijke aanpak echt te doen werken.

Soms klinkt Petterson ondanks alle ellende een tikkeltje ironisch. Dat werkt bevrijdend. Zoals wanneer Arvid een nooit verzonden brief van zijn echtgenote aan hem vindt: “Ik wist niet wat ik met die brief aan moest, het voelde verkeerd om hem weg te gooien, alsof de rijksarchivaris elk moment op de deur kon bonzen en roepen, nee, nee, nee, in godsnaam, die moet worden bewaard, omdat het een belangrijk historisch document was.’”

Oordeel: weloverwogen en uitgebalanceerd in stijl, soms bevrijdend in ironie.

Per Petterson
Mannen in mijn situatie
Vert. Marin Mars. De Geus; 256 blz. € 20,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden