Review

Na de moord op Karel werd Bertulf wreed gelyncht

In 1127 raakte Galbert, grafelijk secretaris bij de staatsadministratie van het graafschap Vlaanderen, in de ban van een drama dat zich in zijn directe omgeving afspeelde: de machtsstrijd tussen graaf Karel van Vlaanderen (de latere Karel de Goede) en de familie van de Erembalden, van wie proost-kanselier Bertulf het hoofd was.

Het drama culmineerde op 2 maart 1127, toen de graaf door de Erembalden vermoord werd. Dat gebeurde in zijn eigen kapel, de Sint-Donaaskerk, die binnen de grafelijke burcht van Brugge lag. Voor Galbert was die gebeurtenis, en dat wat erop volgde, reden om naar de schrijfstift te grijpen. Als een heuse verslaggever noteerde hij alles wat hij zag en hoorde. Hij deed dat om ,,zijn hevig wankelende geest te beteugelen en schrijvenderwijs te kalmeren'.

Het was dan ook niet niks wat Galbert te verstouwen kreeg: twee goede bekenden van hem stierven kort na elkaar op dramatische wijze. Niet alleen werd de graaf vermoord, ook proost Bertulf liet kort daarop het leven. Beschouwd als verrader werd hij wreed gelyncht op het marktplein van Ieper. Tot in de kleinste details beschrijft Galbert het bittere einde van de man die in feite zijn directe baas was, want Bertulf oefende als kanselier controle uit op de centrale grafelijke administratie. Ruim 36 jaar zat hij op die machtige post, terwijl hij als proost ook nog eens het kapittel van de Sint-Donaaskerk bestuurde. Ook in die rol had Galbert met hem te maken, omdat hij daar kanunnik was.

De proost-kanselier beschouwde zich als de machtigste man van Vlaanderen. Ook zijn familieleden waanden zich onaantastbaar en dat terwijl ze van oorsprong horig waren en op oneerlijke wijze aan de macht gekomen. Graaf Karel had dat ontdekt en wilde de gezagsverhoudingen bijstellen. Hij moest het met de dood bekopen.

Maar, aldus Galbert, nu nam God ,,in de derde en vierde generatie consequent wraak'; alle ellende was immers met Bertulfs vader Erembald begonnen. Die was destijds vazal van burggraaf Boldran van Brugge en een bekwaam ridder. Nadat de graaf hem voor een krijgsexpeditie opgeroepen had, voeren ze samen over de Schelde naar Antwerpen. De graaf vertrouwde hem echter ten onrechte, zo verhaalt Galbert, want ,,Erembald had vaak overspel gepleegd met de echtgenote van zijn heer. De overspelige vrouw, zo vertelt men, had haar minnaar het ambt van burggraaf beloofd, mocht haar man binnenkort overlijden. Vandaar dat de echtbreker voortdurend de dood van zijn heer beraamde. En toen de nachtelijke stilte was ingetreden en de burggraaf aan de rand van het schip stond om te plassen, kwam die Erembald achter op hem toegesneld, wierp zijn heer ver van het schip en bracht hem ten val in het diepe, kolkende water. Dit speelde zich echter af terwijl de anderen sliepen. Niemand, behalve de echtbreker, wist wat er met de kinderloos verdronken graaf was gebeurd. Bij zijn terugkeer nam Erembald zijn minnares tot vrouw en kocht, met het rijke vermogen van zijn heer, het ambt van burggraaf. Bij zijn vrouw won hij proost Bertulf, Haket, Wulfric. . .' Het is een knap staaltje beeldend proza dat Galbert hier creëert, zeer compact verschaft het ook nog eens alle nodige informatie om de illegitieme positie van Bertulf en zijn familie te benadrukken.

Het verhaal over de proost is een van de boeiende stukken uit dit dagboek dat, beslist ten onrechte, tot nu toe bij het grote publiek niet zo bekend is. Galberts boek heeft immers alle ingrediënten in zich van een middeleeuwse detective, maar dan waar gebeurd.

Nu is er dan een nieuwe uitgave van het werk verschenen, om precies te zijn een herziene Nederlandse vertaling, want Galbert schreef zijn verhaal in het Latijn. Wellicht krijgt hij met deze uitgave eindelijk de aandacht die hij verdient; aan prof. Raoul van Caenegem en mediëvist Albert Demyttenaere zal het in elk geval niet liggen, hoewel hun namen die van Galbert op de omslag hebben verdrongen. Beiden zijn in de loop der jaren duidelijk aan Galbert verknocht geraakt. Al in 1978 presenteerden ze het dagboek en eigenlijk is de nieuwe uitgave een - goedkoper uitgevoerde - bewerking hiervan.

Van Caenegem handhaafde gelukkig zijn sublieme historische inleiding. Demyttenaere beet zich opnieuw als vertaler in de stof vast en veranderde zijn eerdere versie grondig. Verder voegde hij voetnoten toe om allerlei termen en gebeurtenissen te verklaren. Daaruit blijkt dat lang niet alles eenduidig kan worden opgevat. Zo heeft hij duidelijk problemen met de cryptische termen die Galbert hanteert bij de beschrijving van het interieur van de Sint-Donaaskerk, de plek waar graaf Karel werd vermoord. De kerk, een centraalbouw naar het voorbeeld van de Akense Paltskapel, werd al rond 1200 afgebroken. Hoe ze eruitzag, is dus goeddeels giswerk. Lang niet altijd is de gekozen vertaling van bepaalde termen bevredigend.

Soms worden er in de voetnoten ook boude beweringen gedaan. Zo stelt Demyttenaere ergens dat proost Bertulf wellicht niet verwaand was - zoals Galbert ondubbelzinnig suggereert - maar bijziend en daarom mensen over het hoofd zag. Wie echter het fragment over Bertulfs terechtstelling leest, waar hij niemand van zijn belagers aankijkt, die kan niet anders dan concluderen dat de proost bewust zijn tegenstanders geen blik waardig keurt. Dat Demyttenaere in zijn enthousiasme Galbert hier heeft willen verbeteren, zij hem echter graag vergeven, want hij heeft tenslotte wel dit schitterende dagboek onder onze ogen gebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden