Review

Na 1600 jaar klinkt nog zijn iele stem

Hij viel niet op, maar zodra Augustinus zijn mond opendeed, bleek zijn charisma. Zestien eeuwen later blijkt hij nog aanstekelijk.

Wie Augustinus had zien en horen preken trok hier meer profijt uit dan wie alleen zijn werken had gelezen. Dat schreef kort na de dood van Augustinus in 430 Possidius, die lange tijd met Augustinus in een kloostergemeenschap had gewoond.

Op grond van wat Augustinus zelf los laat over zijn uiterlijke verschijning lijkt deze omschrijving onwaarschijnlijk. Hij beklaagt zich over zijn zwakke stem en op zeker moment ook over zijn ziekelijk ‘lichaampje’.

Deze man preekte na zijn priesterwijding in 391 iedere zaterdag en zondag en in de vasten- en paastijd dagelijks. Tot aan zijn dood in 430 moet Augustinus dus om en nabij de zesduizend preken hebben gehouden. Slechts een fractie daarvan is ons overgeleverd.

Wie kennis neemt van Augustinus’ preken, beseft al gauw dat Possidius zich nog gematigd uitdrukte. In tegenstelling tot zijn uiterlijk moet Augustinus als predikant een ongekend charisma hebben bezeten.

Augustinus schreef zijn preken nooit uit. Of hij nu in zijn eigen bisschopskerk te Hippo voor ongeletterden preekte of in de basiliek te Carthago, waar zich ook geletterde mensen en hoge ambtenaren voor hem staande hielden: hij preekte voor de vuist weg. Snelschrijvers tekenden op wat Augustinus verkondigde.

In hun weergave van Augustinus’ preken is tot op de dag van vandaag Augustinus’ charisma te ontwaren. Zo is in de Enarratio in Psalmum 140, 18 nog steeds waarneembaar dat Augustinus behendig inspeelt op temperamentvol tot uiting gebrachte tekenen van vroomheid als knielen, neerliggen in de kerk en geklop op de borst bij de schuldbelijdenis. Hij grijpt het mediterrane rumoer in zijn kerk aan om het verschil tussen de uiterlijkheden en het innerlijk van zijn gelovigen aan de kaak te stellen: ‘ik zie waar het lichaam ligt, maar ik vraag waar het gemoed heen en weer fladdert!’

De diensten waren ook lang: tijdens de morgendienst op zondag werd de eucharistie voorafgegaan door de lezing van drie hoofdstukken uit de Schrift. Des te frappanter is het dat gelovigen Augustinus’ preek soms te kort vonden en om méér riepen (sermo 269, 1). Ook in de hier vertaalde preek 311 hebben de stenografen de bijval opgetekend die Augustinus bewerkstelligde. Toen hij wat een mens op aarde liefheeft omschreef als vogellijm voor de geestelijke vleugels – ’waarmee men naar God vliegt’ – moet applaus zijn losgebarsten. Dit maakte wel dat Augustinus zijn kans schoon ziet en terstond aan zijn vergelijking toevoegt dat hij een goede levenswandel wil: ‘en geen kreten!’ (sermo 311, 4).

Al even weergaloos slingert Augustinus in de hier uitgegeven preek 23 de gedachte de kerk in dat de mens zelf de ruimte is waarin God ontwaard kan worden. Eenvoudige gelovigen reageerden hier onthutst op. Zij vonden het moeilijk te aanvaarden dat God ‘bestaat’ buiten de dimensies van tijd en ruimte en dus zeker niet gezien moest worden als een grote man die de aarde als een voetenbank gebruikt en met zijn hoofd in de hemel troont (Jes. 66, 1, cf. sermo 53, die de dag na sermo 23 gehouden is). Zij namen woorden in de Schrift letterlijk. Er ontstaat rumoer in de kerk omdat degenen die de ethische implicaties van deze schriftuitleg begrepen, deze al tijdens de preek verklaarden aan degenen die deze nog niet vatten. Als voormalig retoricaleraar ziet Augustinus dat hij op het punt staat een doodzonde in zijn vak te begaan door over de hoofden heen te praten (s. 23.8). Onmiddellijk speelt hij op de ontstane situatie in; kondigt aan dat hij nadere uitleg zal geven. De dag erna gaat hij nog uitvoeriger in op de voorstelbaarheid van God, die niet aan tijd en ruimte gebonden is.

Augustinus’ charisma komt ten slotte tot uiting in zijn even eenvoudige als sprankelende manier van spreken, zijn ongekunstelde woordspelingen of beschrijving van situaties, van dieren als de kameel en de pauw om respectievelijk hun dienstbaarheid en sterkte als deugd voor te houden, en zijn vergelijkingen, die soms behoorlijk plat zijn. In korte zinnen veinst hij ook vaak een levendige, ongedwongen dialoog waarin zijn temperamentvolle gelovigen waarschijnlijk volledig zijn opgegaan.

Hij schroomt daarbij niet, zoals in preek 150, ongeletterden in te leiden in kerngedachten van filosofen als de epicureërs en de stoïcijnen om vervolgens hun levensorde in het licht van Paulus’ verkondiging van het christendom van kanttekeningen te voorzien. De ongeletterden voelden zich daardoor serieus genomen; maar de geletterden in Carthago ook. In Umberto Eco’s ’De Naam van de Roos’ kunnen kenners tal van verwijzingen naar het werk van Aristoteles vinden. Het stoort lezers van de roman echter niet als zij deze niet herkennen. De ‘gelaagdheid’ in deze roman waardoor een meervoudig publiek tegelijk wordt aangesproken vinden we ook in de preken van Augustinus. Soms legt hij een enkel woord uit de voorgelezen pericoop minutieus uit. Vaak pleegt hij een allegorische exegese op een verhaal dat letterlijk genomen onwaarschijnlijk overkomt. Zeer vaak benadert hij, zoals de klassieke schrijvers, schriftgedeelten als een probleem dat ontrafeld moet worden en waaruit conclusies kunnen worden getrokken. Middels deze drie benaderingen, die hij soms op virtuoze wijze vervlecht, ontsluit hij zijn in de schrijfkamer bevochten inzichten; inzichten die hij in ’De stad Gods’ of in ’Over de Drie-eenheid’ wel weer ‘academisch’ uiteenzet.

Voor geletterden schrijven deed Augustinus minder graag. De elite wilde hij zeker christelijk houden. Maar zijn volk, het lichaam van Christus, lag hem het meest aan het hart.

Dit is de inleiding op het vierde boek in de reeks ’De kracht vanbinnen’, die uitgeverij Van Gennep en Trouw uitgeven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden