N’Dours vreedzame islam

„Ik denk ook dat de meeste Afrikaanse leiders corrupt zijn, en dat wil ik aan de orde stellen.‿ (MAARTJE GEELS) Beeld
„Ik denk ook dat de meeste Afrikaanse leiders corrupt zijn, en dat wil ik aan de orde stellen.‿ (MAARTJE GEELS)

Unicef-ambassadeur Youssou N’Dour was op het IDFA voor de presentatie van ’ I Bring What I Love’. Een boeiende biopic.

Belinda van de Graaf

De Senegalese zanger Youssou N’Dour (49) was dit weekend te gast op het documentairefestival IDFA. Met vier leden van zijn band ’Le Super Etoile de Dakar’ woonde de Afrikaanse superster de Europese première bij van de documentaire ’Youssou N’Dour, I Bring What I Love’. Na afloop liet het kwintet het Tuschinski theater swingen. „Het is mijn overtuiging dat de koran bestaat in een wereld in beweging”, zo licht N’Dour het hoofdonderwerp van de documentaire toe: de vreedzame islam.

In het documentaire portret zien we N’Dour behalve als kosmopolitische zanger ook als soefimoslim die opgroeide in Dakar, en daar nog steeds naar de moskee gaat, inmiddels samen met zijn twee zoontjes. De film, gemaakt door de Amerikaanse Elizabeth Chai Vasarhelyi, brengt als een goed geoliede biopic het leven van de beroemde zanger in kaart.

We zien hem midden jaren negentig het magische duet zingen met Neneh Cherry (’7 seconds’). We zien hem optreden in Carnegie Hall, en naar het Witte Huis gaan, om een speech te houden over het terugdringen van malaria in Afrika. N’Dour fluistert ook iets liefs in het oor van zijn oude Senegalese grootmoeder aan wie hij alles te danken zegt te hebben.

’Dit is de bron. Hier komt alles uit voort’, realiseert de zanger zich, zittend op het bed van zijn oma, terwijl de regisseuse de rijke traditie van de ’griot’ belicht: de muzikale verhalenverteller die zingt over familie, geschiedenis, politiek en religie. Het soefisme, zo leren we, is een mystieke interpretatie van de islam.

In het eerste liedje in de film, richt N’Dour zich tot de Afrikaanse staatshoofden met de woorden: ’Jullie leiden misschien een land, maar jullie bezitten het niet, en we kunnen misschien om hulp vragen, maar laten we eerst op onszelf steunen’.

N’Dour: „Allereerst denk ik, dat mensen in Afrika moeten ’geloven’. Waarom? Vanwege de rijkdom en de schoonheid van het continent. Ik denk ook dat de meeste leiders corrupt zijn, en dat wil ik in dit lied aan de orde stellen, het is een oproep om verantwoordelijkheid te nemen, om de ogen te openen, en de vraag te stellen: wat ’kunnen’ we doen, en wat ’moeten’ we doen.”

N’Dour is nu 17 jaar ’goodwill ambassador’ van Unicef, het VN-kinderhulpfonds, en ja, ook hij heeft het nieuws vernomen van de plundering van een Unicef-centrum in Oost-Congo. „Ten eerste is het de grootste uitdaging om ervoor te zorgen dat we Unicef op een dag kunnen vergeten”, zegt N’Dour. „Hulpverlening is uiterst ingewikkelde materie. Je hebt te maken met corrupte Afrikaanse regeringen, én met bedrijven en lobbies in het westen die evenveel geld in Afrika pompen als ze eruit halen. Je moet dus een balans vinden en je moet exact weten wat Afrika nodig heeft om een partner te zijn. Hulp heeft te maken met vraag. Soms besluiten mensen hulp te bieden die Afrika helemaal niet nodig heeft. Afgedankte auto’s zijn een stuk minder noodzakelijk dan een ziekenhuis.”

N’Dour heeft ook over IDFA’s controversiële openingsfilm ’Episode 3 – Enjoy Poverty’ gehoord, waarin de Nederlandse filmer Renzo Martens door Congo trekt, om de exploitatie van armoede aan de kaak te stellen. N’Dour: „Afrika is een complex continent. Landen als Senegal, Mali en Mauretanië zijn compleet anders dan Congo. En mensen die uit het westen naar Afrika komen, hebben hun eigen interpretaties en eigen oplossingen. Meestal hebben ze het bij het verkeerde eind. Zoals ze te werk gaan, zoals ze filmen, zoals ze de dingen presenteren. Vaak heeft het met commercie te maken. Welke beelden verkopen goed? Huilende kinderen. En zeker, ik zal niet ontkennen dat dit Afrika bestaat, maar er bestaat ook een ander Afrika. Dat vooruit wil, dat de ogen opent, dat als voorbeeld kan gelden. En ja, misschien dat ik daarom met mijn Grammy Award naar de Universiteit van Dakar ben gegaan, om aan jonge, studerende mensen te laten zien dat dit mogelijk is.

De documentaire spitst zich halverwege toe op de problematiek rond het album ’Egypt’ dat N’Dour samen met een Egyptisch orkest aan het produceren was, toen op 11 september 2001 in New York en Washington de terroristische aanslagen plaats vonden. N’Dour besloot de plaat – een ode aan de islam en de door hem bewonderde soefi leiders – even op de plank te laten liggen, en pas in 2004 uit te brengen, waarna het alsnog een heksenketel werd.

In thuisland Senegal werd de plaat uit angst voor repercussies in de ban gedaan en in het Midden-Oosten verweet men N’Dour profanisering van heiligdommen. Allah werd in verband gebracht met tamtam en dansende mannen en vrouwen. Oelalah. En toch is het best ingewikkeld, N’Dour komt op voor de rechten van de vrouw en brengt tegelijkertijd een hommage aan Mohammed.

N’Dour: „Wij waren in 2004 in Amsterdam, een paar dagen nadat Theo van Gogh was vermoord. In de film is te zien hoe Amsterdammers stonden te zingen en te dansen tijdens ons concert. De religieuze beleving in Senegal is gebaseerd op teksten in de koran, maar de koran bestaat in een wereld in beweging, er is sprake van sociale evolutie en uiteraard moet er een verzoening tot stand worden gebracht. In de Senegalese samenleving bestaat die verzoening tussen religie en de rol van de vrouw al lang. Er bestaan ook hele andere interpretaties van de islam, zoals bij de taliban, dat is verschrikkelijk.”

N’Dour komt naar voren als een begeesterd bruggenbouwer, diep geworteld in de Senegalese samenleving waar hij zijn eigen opnamestudio heeft, en waar hij een nachtclub, een platenlabel, een radiostation en een krant oprichtte. Het doel van zijn Project Joko is het openen van internetcafés in Afrika, en het bevorderen van communicatie. Met het album ’Egypt’ zette hij het muzikale en daarmee ook maatschappelijke experiment voort. Hij bracht de Senegalese drum samen met de Egyptische snaren, en reikte vanuit West-Afrika naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. N’Dour zegt verwachtingsvol uit te kijken naar de nieuwe president van de VS die volgens hem ’de belofte van een echte wereldleider’ herbergt. N’Dour: „Het lijkt me iemand die over grenzen heen kan kijken.”

Bekijk de clip van N'Dour.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden