Review

Muzikanten, schrijvers en dichters lenen en luisteren

Crossing Border-festival in Den Haag. Gezien vrijdag 17 en zaterdag 18/11.

Vrijwel uitverkocht en toch geen rijen bij Crossing Border. Dat was wel eens anders. Het vierdaagse muziek en literatuurfestival in en rond Theater aan het Spui in Den Haag was relaxed en verzorgd, tot en met waxinelichtjes op de bio-toiletten aan toe. En het publiek is al even keurig, zelfs als een band als het Amerikaanse Brian Jonestown Massacre zijn psychedelische rock de zaal in slingert en ook nog ruzie begint te maken (’Zonder onze neven spraken jullie hier Duits’), blijft iedereen netjes en koelbloedig. Hoewel, het volle programma maakt ook onrustig.

Wie het als festivalzapper niet lukt om de publieke interviews met alle schrijvers af te wachten, komt de literatuur gelukkig vanzelf elders tegen. Want schrijvers houden ook van muziek: Herman Koch luistert naar de geladen emotierock van The Veils uit Nieuw-Zeeland, Booker Price-winnaar DBC Pierre wordt onder het voorlezen begeleid door een atmosferisch klinkende pedal steel. En auteur Rick Moody, van o.a. ’The Ice Storm’, beklimt na een interview in huiskamersetting het podium als gitarist van zijn band The Wingdale Community Singers. Ze brengen intieme country-folk, met een nummer over ’naked goth girls’ en het ’Castro regime’. Bezig zijn met muziek beïnvloedt het schrijven, zegt Moody over zijn hobby.

Omgekeerd lenen veel muzikanten de uitdrukkingskracht van dichters. Soms wat vrijblijvend, zoals in het project van Stephen Emmer en gelegenheidsformatie, waarbij Sylvia Kristel ’La Beauté’ van Baudelaire voordraagt en zo in het Frans als een jong Gainsbourg-meisje klinkt. Andere gedichten komen van de harde schijf en worden onvertaald geprojecteerd, waardoor de toegevoegde waarde wat afneemt.

Bij De Kift, die Russische gedichten op muziek hadden gezet, viel de taal vrijdag meer op zijn plek, ongekunsteld en bij vlagen ontroerend. Zoals in ’Blauwgras’, over een stervende man die door muziek te luisteren de voorjaarstuin nog eenmaal ziet. Het stuk bevat elementen uit het Requiem van Mozart. Even later, in ’De Zee’, vielen blazers, percussie, gitaar en zang samen tot een krachtige zevenkoppig golfslag.

Soulzangeres Bettye LaVette (60) vertelde bij haar optreden zaterdag hoe iedereen meelift op haar onverwachte comeback: „Vier jaar geleden had ik nog geen cd op mijn naam staan. Inmiddels acht, terwijl ik maar eenmaal nieuwe opnames heb gemaakt.” Maar het belangrijkste is dat ze weer meedoet, vindt ze zelf. Ze zong werk van haar vorig jaar verschenen album ’I’ve got my own hell to raise’, maar ging ook terug naar haar eerste opname uit 1962, ’My Man - He’s A Lovin’ Man’. Het gehijg en gepuf bij het eerste praatje maakte wat bevreesd voor het vervolg, maar met een indrukwekkende ballad nam ze meteen alle twijfels weg. Al was haar band futloos, LaVette zelf maakte met haar rauwe klassieke soulgeluid en heupbewegingen duidelijk jong genoeg te zijn voor een tweede carrière.

In flink contrast met dat plezier stond het optreden van Susanna and the Magical Orchestra, een Noors tweetal. De schuwe Susanne Wallumrüd zong covers in het duister, allemaal even verstild en eenvormig. Wel kwam haar aan Björk en Sinéad o’Connor herinnerende stem prachtig uit. Zo kun je zelfs mediteren op ’Jolene’ van Dolly Parton.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden