Review

Muziek in Donizetti’s opera ’Poliuto’ schroeit en schuurt

Radio Kamer Filharmonie, Groot Omroepkoor en solisten olv Giuliano Carella met ’Poliuto’ van Gaetano Donizetti in ZaterdagMatinee van 27/1. Uitzending vanavond via Radio 4 vanaf 20.00 uur.

De papillen-prikkelende Italiaanse operaserie van de ZaterdagMatinee is al aardig op dronk gekomen. Na ’Macbeth’ (Verdi), ’Adriana Lecouvreur’ (Cilea) en ’La fanciulla del West’ (Puccini) was zaterdag Donizetti’s ’Poliuto’ aan de beurt. ’Maometto II’ van Rossini sluit de reeks in mei af. Het levert een mooie staalkaart op van de tweede helft van de 19de eeuw én een machtig tegenwicht aan het repertoire van De Nederlandse Opera, waar Italië dit seizoen slechts belicht wordt door de reprise van Puccini’s ’Madama Butterfly’.

Donizetti’s ’Poliuto’ is een sleutelwerk in het circa zeventig opera’s omspannende oeuvre van de componist. En toch is het een opera die zelden op de planken staat. Operakenner Paul Korenhof verbaast zich er in het programmaboekje terecht over. Maar de matinee gaf ongewild zelf al een beetje antwoord op de vraag waarom dat zo is. De originele ’Poliuto’ werd door de censuur in Napels verboden; christenvervolging op het toneel, dat was taboe in de ogen van de Spaans/Napolitaanse koning Ferdinando II. En toen begon het gesleutel aan het werk. Donizetti werkte de partituur voor Parijs om tot ’Les martyrs’, waarna de opera in vertaling als ’I martiri’ weer in Italië te zien was. Zangerswisselingen en zangersgrillen zorgden voor vele alternatieve aria’s en uiteindelijk was de originele ’Poliuto’ onherkenbaar geworden. Pas in 2001 kwam er een kritische partituur-uitgave, en de bedoeling was dat die zaterdagmiddag op de lessenaars zou staan. Maar ook de Matinee lukte het niet om het origineel te laten horen, omdat zangers en/of dirigent wederom wijzigingen aanbrachten.

Een ratjetoe dus, maar wel een originele ratjetoe.

Neem nou die prachtige ouverture, waarin vier fagotten, celli-pizzicati en paukenroffels matenlang alleen aan het woord zijn. Jammer dat Donizetti niet op het idee kwam om met deze ’kleur’ verder in de opera iets te doen; Verdi zou de tint tot bindmiddel van de partituur hebben gemaakt. Er is overigens wel veel dat in ’Poliuto’ vooruitwijst naar Verdi; die stond in de ontstaansjaren van ’Poliuto’ (1838-1840) in de startblokken om met zijn eerste grote succes ’Nabucco’ (1842) de wereld te veroveren.

De mix van jaloezie, doodgewaande geliefden, stiekeme bekeringen en een heuse doopscène in het geniep – alles gebaseerd op Corneille’s toneelstuk ’Polyeucte’ – boden Donizetti heerlijke handvatten voor schroeiende en schurende muziek. Dirigent Giuliano Carella schroeide en schuurde met Donizetti mee dat het een aard had. Carella’s mix van precisie en teugels-laten-vieren maken hem voor dit repertoire uitermate geschikt. En het goed ingevoerde Matinee-publiek herkent dergelijke dirigenten – je moet ze zoeken met een lantaarntje – stante pede. Terechte ovaties waren Carella’s deel.

Het publiek pikte er zaterdag ook feilloos de beste zanger uit: bariton Nicola Alaimo in de rol van Severo. Een machtige stem, vloeiend als kolkende lava en met een opvallend stijlgevoel. Francisco Casanova (Poliuto) is in alles niets wat zijn naam zou doen vermoeden. Hij is het vleesgeworden cliché van een tenor: klein, kaal en moddervet. Maar ja, als hij zijn strot opentrok en je sloot je ogen, klonk daar de ultieme opera-lover. Sopraan Majella Cullagh zong de Paolina-rol, die Callas in 1960 tegenover Franco Corelli in de Scala vertolkte. De Ierse kwam ver, maar haar optreden was als een goede paardendressuur-act in het circus en niet het koningsnummer: de salto mortale hoog aan de trapeze. Zonder vangnet!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden