recensie

Muziek bij ‘Dood in Venetië’: in een steeds roder belichte zaal ligt kitsch op de loer

Dood in Venetië, Koninklijk Concertgebouworkest en Internationaal Theater Amsterdam.Beeld Jan Versweyveld

Klassiek
Muziek bij ‘Dood in Venetië’ 
Koninklijk Concertgebouworkest
★★★★☆

Toneelmuziek. Er zijn grootse voorbeelden van. De muziek van Mendelssohn voor Shakespeare’s ‘A Midsummer Night’s Dream’ bijvoorbeeld, of die van Grieg voor Ibsens ‘Peer Gynt’. Prachtige partituren met een flinke hoeveelheid noten, waarin vaak ook nog gezongen wordt. 

In die zin paste de muziek die voor ‘Dood in Venetië’ was samengesteld geheel in die traditie. Met als belangrijkste verschil dat hier een combinatie was gemaakt tussen speciaal voor het stuk gecomponeerde muziek van Nico Muhly en bestaande partituren van uiteenlopende grootheden als Monteverdi, Schönberg, Webern en Strauss.

Ultra chic strijkje

De dramaturgie voor de muziek was van de Poolse regisseur Krystian Lada. Opvallend dat het allemaal zo goed bij elkaar paste, dat zijn muziekkeuze de avond ook in klanken samenbond. 

Het Koninklijk Concertgebouworkest zat achter op het podium, eerst nog verborgen achter luxueuze vitrages. Toen in het stuk de eetzaal van Hôtel des Bains werd geopend, schoof de vitrage weg en zat het orkest – ruim 40 musici sterk – als een ultra chic en behoorlijk uit de kluiten gewassen strijkje op de achtergrond. 

Onder leiding van David Robertson eiste het orkest soms mooi de aandacht op, maar vaker voegde de muziek zich naar de gesproken teksten van de acteurs, zoals het een melodrama betaamt.

De machtig mooie muziek van Muhly viel in de ‘Sebastien’-scène, waarin Von Aschenbach een vurige ontmoeting heeft met de naakte Tadzio, perfect samen met handeling en woorden. En er waren meer gevallen waarin muziek en handeling elkaar optimaal versterkten. Zoals toen Katja Mann wanhopig en gefrustreerd in het zand beet op de klanken van Schönbergs ‘Verklärte Nacht’. 

Weldadige echo

Schitterend ook het moment dat Von Aschenbach de mooie Tadzio voor het eerst ziet. Uit de elektronische klanken van Muhly maakte zich Monteverdi’s zinnenprikkelende ‘Pur ti miro’ los, als een weldadige echo die over de lagune aangewaaid kwam. Muhly maakte van dit duet een bewerking, waarin een smachtende hobo zich fraai bij countertenor Yuriy Mynenko voegde. De schitterende muziek keert terug als de spiegelende toneelvloer heel ingenieus en langzaam in een zandstrand veranderd. 

Maar hoe mooi ook, muziek en beelden bleven vreemd op afstand, raakten niet. En Strauss’ lied ‘Im Abendrot’ was aan het slot al te voorspelbaar. Hoe mooi Mynenko ook zong, en hoe zinderend het orkest ook speelde, in een zaal die steeds roder uitgelicht werd, lag de kitsch hier vervaarlijk dicht op de loer.

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Lees ook:

Onderhuidse erotiek en omhelzingen als een aria

Theaterrecensie van dezelfde uitvoering van ‘Dood in Venetië’ door Hanny Alkema.

De toneelbewerking van ‘Dood in Venetië’ onderzoekt morele grenzen

In ‘De dood in Venetië’ beschrijft Thomas Mann uit eigen ervaring de hartstocht voor een beeldschone jongen, een kind nog. Ramsey Nasr bewerkte de tekst en zet de schrijver naast zijn alter ego op het toneel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden