Opinie

Muziek als onzichtbare levenskracht voor dansers

Sander Hiskemuller

’Sparring Partners’ van Conny Janssen Danst. Choreografie: Conny Janssen en Ronald Wintjens. Tournee t/m 24/5. www.connyjanssendanst.nl.

Een bijzondere sensatie bij binnenkomst: het ruikt naar rubber op het asfalt. De twee wallen van snippers autoband op het speelvlak lijken daar ook wel op: twee snelwegen haaks op elkaar, een stuk ringweg waarbinnen een stad tot leven komt. Of is het een halve boksring waarbinnen dansgezelschap Conny Janssen Danst zijn nieuwe productie plaatst: een metafoor voor strijd en glorie, van scheppende tegenkracht?

De productie ’Sparring Partners’ is vooral dat laatste: een confrontatie tussen Conny Janssens danstaal en de speciaal door Jeroen van Vliet gecomponeerde orgelmuziek. Daarnaast treffen twee choreografische visies elkaar; in een tweede deel neemt dansmaker Ronald Wintjens het stokje van Conny Janssen als interessant contrast over.

De eerste veertig minuten van de voorstelling staan in het teken van Conny Janssens gedanste poëzie voor zes dansers. Drie van hen komen langzaam los uit de wallen, als jonge spruiten op weg naar het licht. De andere drie voegen zich in de beslotenheid van het afgebakende kader: een microkosmos komt tot leven, de stad ontwaakt. Duetten en unisono groepsdansen zijn geleiders voor hectisch leven in volle overgave, rust bij een individuele danser die langs de wallen een eenzaam parcours aflegt. Prachtig zijn de momenten waarop een danser zich terugtrekt búiten de ’ring’: een niemandsland – een staat van niet-zijn.

Sparringpartner orgel geeft Janssens choreografische microkosmos diepte. Van Vliets compositie, aangevuld met sax en klarinet van Mete Erker, is soms uitgesproken minimalistisch, op wonderlijke wijze harmonisch en soms zelfs jazzy; nooit sacraal, laat staan stoffig. En Janssen gaat mee in sfeer, maar volgt nergens slaafs. De muziek is daarmee een onzichtbare levenskracht, de oerbron waar de dansers zich steeds bewust van lijken te zijn. Het orgel rochelt op hun ademhaling, de sax knerst op hun weerbarstige fysiek. Mooi hierin is de individuele detaillering die Janssen aanbrengt: een arm die siddert, het reiken naar andermans hand. Die spanning weet Ronald Wintjens in zijn deel niet vast te houden, toch heeft hij als Janssens sparringpartner genoeg te melden. De snippers uit de rubberen wallen worden bij hem over het hele podium verspreid, de dansers trekken met hun voet dikke groeven in deze rubber deken. Wal wordt geul om de ruimte te markeren: een fraai diapositief dat ook in de muziek wordt doorgevoerd. Van Vliets harmonische structuren gaan over in door Wintjens zelf gefabriceerde elektroklanken. Elke bliep, plop of piep lijkt te worden opgezogen om weer te worden uitgespuugd, een vervreemdende muzikale verbuiging van tijd. De dansers geven daar ruimtelijke invulling aan in een aaneenschakeling van ontmoeting, vertrek en herpositionering.

Ook Wintjens speelt met de dynamiek van individu versus de groep, maar Janssens met gevoel beladen universum is vervangen voor een naargeestiger exemplaar: een fascinerende asphalt jungle.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden