Opinie

Musical over moordenaars mag weer in New York

De rillingen lopen je over de rug als aan het eind van de Broadway musical 'Assassins' negen misdadigers hun pistool de zaal in richten. 'Ieder heeft het recht op zijn dromen', zingen ze en sluiten af met oorverdovend geknal.

'Assassins' is geen escapistisch, betoverend Broadwayspektakel voor het hele gezin. De musical gaat over de negen mensen die in de Amerikaanse geschiedenis een president hebben vermoord of dat gepoogd hebben. Een macaber avondje uit. Zeker in een tijd dat ideologisch gemotiveerd geweld het wereldnieuws bepaalt. Dertien jaar geleden al schreven Stephen Sondheim en John Weidman de musical, maar pas nu maakt 'Assassins' zijn Broadwaydebuut. In 1991, tijdens de 'eerste oorlog in Irak', werd de musical elders in de stad opgevoerd, maar kreeg lauwe reacties. Voor het najaar van 2001 stond Broadway eindelijk op het programma, waarna 11 september roet in het eten gooide. De theatermakers achtten het klimaat daarna niet geschikt voor een stuk waarin onder meer Samuel Byck figureert, de man die in 1974 met een gekaapt vliegtuig het Witte Huis (destijds de ambtswoning van Nixon) wilde binnenvliegen. Nu stroomt de Newyorkse Studio 54 iedere avond vol voor prikkelend muziektheater dat in de tussenliggende jaren aan actualiteitswaarde heeft gewonnen.

'Eindelijk heeft 9/11 z'n eigen musical' kopte The New York Times onlangs.

'Assassins' begint als een bizar kermisspel. 'Shoot! Hit the prez! Win a prize!' klinkt het. Wat is die prijs? Eeuwige faam natuurlijk. Vermelding in de geschiedenisboeken. John Wilkes Booth, die in 1865 Abraham Lincoln neerschoot, geldt als de pionier.

'Ik heb de man vermoord die mijn land heeft vermoord' zingt Booth, die het zijn president niet kan vergeven het land in de Burgeroorlog te hebben gestort. Hij overreedt de andere toekomstige assassins met verraderlijke aanmoedigingen: 'Beweeg gewoon dat vingertje en verander de wereld!'

In 'Assassins' is het vooral de religieuze fanaticus Charles Guiteau die een gevoelige snaar raakt anno 2004. Opgewekt zingt hij 'God was mijn werkgever en is nu mijn advocaat' terwijl hij de trap naar het schavot opdanst, waar hij ter dood zal worden gebracht voor de moord op James Garfield in 1881. Dat verblindende geloof in het eigen gelijk, van bovenaf gezegend, weerspiegelt de blijmoedigheid van de 11-septemberterroristen en andere djihadstrijders. Het weerspiegelt ook de manier waarop Bush in naam van de democratie zijn buitenlandpolitiek voert. 'Assassins' werpt in feite de mogelijkheid op dat die 'zegen van boven' ook de ideologie van de Amerikaanse Droom behelst. 'Niemand kan worden opgesloten vanwege z'n dromen' houden de moordenaars elkaar voor. Oftewel, als je maar handelt in naam van God, Allah, Democratie of de Persoonlijke Vervulling van de Droom is het wel goed wat je doet. Gezien het enthousiasme in de zaal en de zeven Tony-nominaties die 'Assassins' heeft gekregen, blijkt er juist nu, tijdens de 'tweede oorlog in Irak', een voedingsbodem te bestaan voor dit soort provocerende gedachten. Na een lange omtrekkende beweging heeft 'Assassins' z'n publiek gevonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden