Review

Music for the millions

Er zijn veel redenen om niet in den vleze naar North Sea Jazz te gaan maar om, in je naïviteit, te denken dat je vast ook wel een aardig beeld krijgt van wat daar zoal gebeurt als je naar de tv-registratie kijkt. Er is immers het bezwaar van de drukte. En van de prijs. Of je zult geen tijd hebben. Of je favoriete avond is al uitverkocht.

Dus zet je laat op de vrijdagavond de tv aan, vol verwachting: nu gaan we iets beleven.

Kom je dan even bedrogen uit.

Ach ja, natuurlijk is North Sea Jazz een doorsnede van wat er zoal gebeurt in de jazz. En dat is veel, want jazz is -om met gitarist John Scofield te spreken- een werkwoord, dus een veranderlijke muzieksoort. En ach, heeft Carlos Santana niet ook een punt als hij zegt: ,,Ik houd erg van de muziek uit de jaren zestig. Maar, ik leef in 2004.''

Is het om iedereen die daar ook maar een tikje anders over denkt eens flink te pesten, dat de televisieregistratie van North Sea Jazz zo ver beneden peil is? Want je zet de televisie aan in de hoop op een vorstelijke muzikale maaltijd, maar je wordt afgescheept met een hamburger waaraan een of andere simpele ziel in ernst 'voor de vitaminen' nog een plakje tomaat heeft toegevoegd.

Neem bijvoorbeeld de vrijdagavond. Toen bestond het menu uit Carlos Santana, John Scofield, Buddy Guy, Elvis Costello en, wat een opluchting, Dave Brubeck. Erger nog was de zaterdagavond, toen de televisie je wilde laten kijken naar Al Jarreau, Patti Labelle, Macy Gray, Larry Carlton en, ach ja, Jamie Cullum. Op de zondag bestond het menu uit James Brown, Stanley Clarke en opnieuw Santana.

Dat zijn uiterst risicoloze keuzes, opgenomen in de drie grootste zalen (van maar liefst zestien). Zoals de grootte van de eetzalen bij Van der Valk al iets zegt over hoe het eten zal zijn, zo is dat ook met de grootste concertzalen: daar is de music for the millions. Van drie avonden North Sea Jazz-op-tv, samen ruim vier uur televisie, verdiende nog geen uur de kwalificatie 'verrassend'. Niet omdat het niet op het festival voorradig was, maar omdat het niet werd opgenomen en/of niet werd uitgezonden.

Zo komt het dus dat iets interessants als Johan Plomp met zijn Tribute to Rogier van Otterloo niet te zien was, zo min als Lee Konitz, of Martijn van Iterson.

(Er is ook nog de radioregistratie en anders is er nog internet, valt daar tegen in te brengen. Inderdaad, de radio was er ook nog -de internetroute tot North Sea Jazz gaf langdurig geen beeld, dus was als een radio.)

Aan presentator Hans Mantèl ligt zo'n misstand vast niet. Op televisie is hij relatief nieuw, maar al langer verzorgt hij op de radio jazzprogramma's die het waard zijn om er je bioritme een beetje voor te verleggen.

Waar in het verleden de tv-presentatie van North Sea Jazz ook wel eens in handen is geweest van een sportverslaggever -over respect voor het genre gesproken- daar is Mantèl uiterst deskundig, zoals hij eerder dit jaar ook al liet zien in schitterende uitzendingen van Nederlandse tv-fragmenten van jazzlegendes uit de jaren vijftig en zestig.

Het mooiste stukje North Sea Jazz-tv waren de paar minuten dat Mantèl, zelf een niet onverdienstelijke bassist, een stukje speelde met het wonderkind Francesco Cafiso, een 15-jarige Siciliaanse saxofonist. Zo mooi had het ruim vier uur lang moeten zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden