Museum Insel Hombroich, het Graubner-paviljoen

Reportage Kunst

Museum Insel Hombroich: Ga het zien, vertel het niet verder

Museum Insel Hombroich, het Graubner-paviljoen Beeld Tomas Riehle

Kostbare kunstwerken hangen er in paviljoens tussen almaar wildere natuur. Wim Boevink keert na lange tijd terug naar Insel Hombroich, vlakbij Venlo. ‘Het is een edele, louterende omgeving.’

De parkeerplaats tussen de bomen is matig gevuld. Het is broeierig warm, begin van de middag. Eén kassa staat er in de bescheiden laagbouw. Erachter een oudere dame. Naast haar op de toonbank een handvol publicaties, meest in zwart-wit. Entree tijdens weekdagen 15 euro per persoon. Ik mag met mijn gezin, vrouw, twee dochters, een gezinskaart van 35 euro. “Ja, ziet u, er zit ook een lunch bij in”, zegt ze. Ik weet het. Ik was hier vaker. Al in de beginjaren negentig. Voor mij is het een weerzien. Ik bedank haar en treed naar buiten. Daar wacht een andere wereld.

Ruim dertig jaar bestaat in de buurt van Neuss in Noord-Rijnland-Westfalen, een goed half uur rijden vanaf Venlo, het museumeiland Hombroich. Karl-Heinz Müller, rijk geworden met de handel in onroerend goed, kocht dit areaal van zo’n 20 hectare in het begin van de jaren tachtig. Het omvatte een eilandje in een bocht van het riviertje de Erft – met erop een negentiende-eeuwse villa, een vervallen orangerie en wat oud geboomte – en een omliggend boerenland van weiden en velden.

Hier wilde hij zijn idylle vestigen: een natuurpark met paviljoens voor zijn kunstcollectie, een dialoog tussen kunst, architectuur en natuur. Voor de bouw van de paviljoens riep hij de hulp in van kunstenaar Erwin Heerich; de ordening en opstelling van zijn collectie vertrouwde hij toe aan de kunstenaar Gotthard Graubner; de herinrichting van het terrein lag in handen van de landschapsarchitect Bernhard Korte.

Zo begint het. Met hooggestemde idealen.

Kapellen in het landschap

Heerich bouwt geen paviljoens, hij ontwerpt ‘begaanbare sculpturen’ of ‘kapellen in het landschap’, een verwijzing naar het bijna sacrale karakter van de onderkomens voor de kunst, met hun dak van glas, hun strakke buitenmuren van gebruikte baksteen en hun witgepleisterde binnenwanden. Graubner bedenkt een tentoonstellingsconcept dat toen buitengewoon was. Hij mengt per zaal de objecten zonder tekstbordjes of informatie: werken van Gustav Klimt, Alexander Calder en Hans Arp, Yves Klein, Lovis Corinth en Alberto Giacometti, Rembrandt en Kurt Schwitters. Twintigste-eeuwse schilderkunst naast beelden van de Khmer en Chinees terracotta.

In het Twaalf Zalen paviljoen hangt onder andere een Bart van der Leck. Beeld Tomas Riehle

Er bestaat in de kunst geen hiërarchie. Men is geheel en al overgeleverd aan de eigen waarneming. Eromheen boetseert Korte de begroeiing, maakt nog een arm in de Erft, creëert terrassen en vijvers met rietkragen, plant bomen en struiken aan en een groot perk met vaste planten. De kapellen van Heerich moeten verdwijnen in het groen, als gaan ze op in de natuur.

Radicaal is de omgang met de kunst: de paviljoens zijn deels onverwarmd – in sommige kan de vloerverwarming in de winter ten hoogste 16 graden bereiken – en het dag- en zonlicht valt vrijelijk naar binnen. Niet zelden staan de deuren, ook bij regen en wind, gewoon open.

Lunch inbegrepen

Dit past in de filosofie van Müller: net als mensen hebben ook kunstobjecten een eigen tijd van leven. Voor bezoekers ontwerpt Heerich een cafetaria­gebouw, waar men de wandeling kan onderbreken voor een lunch, de lunch die dus bij de entreeprijs is inbegrepen. De cafetaria voorziet in een sober, voedzaam buffet. Zuurdesembrood, boter, jam, kruidenzout, aardappelen, reuzel, kwark, appelmoes. Daarnaast bronwater, thee en koffie.

We hebben onze dochters niet gewaarschuwd. Ook zij waren hier eerder, maar te klein om het zich te herinneren. Ik heb ze ernstig verteld dat het park onder een koepel ligt waarbinnen geen bereik bestaat voor mobiele telefoons. Er dringt hier geen signaal naar binnen. Ze reageren met ongeloof. Helaas schiet mijn vrouw in de lach.

De ietwat verscholen cafetaria. Beeld Tomas Riehle

Ik verheug me op de eerste sensatie: de afdaling naar het landschap. We hebben onderweg gezien wat mensen met een landschap kunnen doen. Het oorspronkelijke boerenland met zijn velden en akkers is niet ver hiervandaan opengereten door grote baggermachines voor de winning van bruinkool, complete dorpen verslindend met kerken, begraafplaatsen en al.

IJsvogel

Maar hier dalen we van een helling af in een oase, langs water waarover een ijsvogel scheert, over smalle paden van grind, tot we bij een eerste bouwwerk komen, een torengebouw van baksteen, metaal en glas, wit van binnen en hoog, met een tegelvloer van marmer. Er zijn glazen deuren aan vier zijden, elk een blik openend naar een pad dat in het groen verdwijnt.

We blijven even in de lege ruimte, een wassing voor de geest, maar ook omwille van de bijzondere akoestiek. We treffen het park aan op een warme dag na een periode van extreme hitte, over het water van de vijver ligt een wazige laag. Het hoofdpaviljoen, het Labyrint, een raamloos vierkant van 40 bij 40, afgeschermd door hoge haagbeuken, is helaas gesloten vanwege een renovatie. Delen van de collectie zijn tijdelijk in andere paviljoens ondergebracht.

We spreken daarover met Frank Boehm, die namens de Stichting Insel Hombroich, sinds vier jaar de dagelijkse leiding in handen heeft. Van oorsprong architect heeft hij een innige relatie opgebouwd met de kunst, maar krabde zich bij zijn aantreden wel achter de oren over de conservering ervan in Hombroich.

Toen Müller in 2007 stierf, liet hij een stichting na met een statuut waarin werd bepaald dat het cultuurpark zo zou worden bewaard als hij het had achtergelaten. Maar Boehm zag zich voor het dilemma gesteld de kunst te moeten beschermen tegen de elementen zonder de paviljoens met klimaatregelingen aan te tasten.

Verkleurde Cézanne

Hij vertelt van een werk van Francis Picabia dat maar een meter van de ingangsdeur af hing, een deur die op een herfstige dag open was blijven staan, terwijl het naar binnen regende. “Een werk van een miljoen.” Ook waren er tekeningen van Cézanne die door de blootstelling aan daglicht waren verkleurd.

Dat nu, na dertig jaar, het Labyrint wordt gerenoveerd is deel van een nieuwe aanpak. In het dak wordt nu uv-werend en lichtfilterend glas geplaatst. De vloerverwarming wordt vervangen door wandverwarming. Omdat alle kunstwerken een vaste plaats hebben en er nooit gespijkerd of geboord hoeft te worden, kan men precies de positie bepalen van de slangen in de wanden.

Een ander paviljoen is al gerenoveerd: daar in de Schnecke – de Slak – ervaren we koelte in de hoge ruimte met tekeningen en sculpturen. Er zijn daar, vertelt Boehm, al waterslangen in de wanden aangebracht.

Beeld Tomas Riehle

Hoe heet het kan zijn merken we als we het grotere Twaalf-Zalen paviljoen betreden, dat nog aangepakt gaat worden; het is er broeierig heet rond de werken van Rietveld, de speelse mobiles van Calder – stilstaand in de hitte – en de schilderijen van Norbert Tadeusz.

Op een enkele plaats is het stucwerk van de muren gevallen. Maar niets doet af aan de overweldigende ervaring om in dit landschap te vertoeven, al zijn mijn dochters teleurgesteld dat de cafetaria niet eens een broodje gezond of tenminste een tosti aanbiedt.

Het is een rustige dag, met niet al te veel bezoekers, en we hebben kunnen zien dat de natuur groter is geworden, wilder en voller, dan in die jaren ­negentig. De buxushagen zijn hoog opgeschoten, hoge sleedoorn- en vlierbessenstruiken omranken het cafetariapaviljoen, het bomenbestand is rijk met kornoeljes, acacia’s, esdoorns en Italiaanse populieren. Het is een edele, louterende omgeving en die loutering raakt ook de bezoeker aan. Er zijn koude winterdagen met soms maar één bezoeker. (Ik zou willen dat ik die bezoeker was.)

Geen vandalisme of verstoring

Maar op zonnige zondagen in het voor- en najaar, trekt het park wel 1200 mensen, en ofschoon die bezoekers helemaal onder elkaar zijn, en zonder informatie, begeleiding of suppoosten alleen staan tegenover de kunst en de natuur, is er nooit sprake geweest van vandalisme of verstoring. Insel Hombroich is een beschavingswonder.

Overigens liet Müller niet alleen een park na dat onveranderd moet blijven; ook kocht hij een tweede areaal een kilometer verderop, waar zich een verlaten militair terrein bevond met een rakettenstation, een lanceerinrichting van de Navo. Ook daar werden tussen de stalen barakken paviljoens gebouwd, door beroemde architecten als Alvaro Siza en Tadao Ando.

Nu is het terrein voor experimentele kunst en performances, waar kunstenaars wonen en dichters, zoals de veel bekroonde Oswald Egger. Doorgaans, zegt Frank Boehm, zijn er voor de Insel en voor het raketstation verschillende bezoekersstromen. Het mooie aan dat station: je kunt er op aanvraag ook verblijven. Hombroich: ga het zien, vergeet het nooit, en vertel het niet verder.

Lees ook:

Picknicken tussen kunst, kippen en alpaca’s

Een dierentuin of attractiepark mag je Labiomista in Genk niet noemen. Wat is dit wandel- en picknickpark met dieren en kunst dan wel?

De buurt wil dat Pip Passchiers renbaan blijft, dat zou ze te gek vinden

Het eerste grote kunstproject in de openbare ruimte van Pip Passchier valt in de smaak bij omwonenden. ‘Het is wel heel anders als je werk op straat staat.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden