Musée d’Orsay geeft zwarte vrouwen op schilderijen hun naam terug

Olympia (herdoopt als Laure) van Manet. Beeld Foto Musée d’Orsay

Tentoonstelling: Le modèle noir: de Géricault à Matisse
Tot en met 21 juli te zien in Musée d’Orsay in Parijs
Musée d’Orsay
★★★★

In Musée d’Orsay krijgen Franse schilderijen een nieuwe naam, naar de zwarte modellen die erop staan afgebeeld. De expositie is een uitdaging voor de kijker, die telkens een standpunt in moet nemen.

 Ze heeft een ontblote borst, een oorring en een witte doek om haar hoofd. Dit is geen vrouw des huizes die zich heeft laten schilderen, dat zie je zo. Deze vrouw is een bediende, iemands bezit: zowel van haar rijke eigenaar als van de kijker, die haar zonder scrupules opneemt. Haar kwetsbare, ontblote pose lijkt vreemd genoeg natuurlijk. Ze heeft immers een zwarte huid en in warme landen liepen de mensen er toch altijd zo bij?

Vooroordeel op vooroordeel. Allemaal als gevolg van de huidskleur van deze vrouw.

Daarvan word je je bewust op de tentoonstelling ‘Le modèle noir: de Géricault à Matisse’ in Musée d’Orsay in Parijs. Het museum aan de Seine laat zien hoe schilders in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw zwarte mensen afbeeldden én hoe die afbeeldingen bij de kijker allerlei kleurgebonden vooroordelen oproepen.

Aïcha, geschilderd door Félix Vallotton in 1922 Beeld Musée d’Orsay

Vrijgemaakte slaaf

Dankzij onderzoek van de tentoonstellingsmakers weten we nu wie deze vrouw is. Ze heette Madeleine en was een vrijgemaakte slaaf uit Guadeloupe. Ze werkte als bediende in het huis van de broer van de schilderes Marie-Guillemine Benoist, die haar als model nam. In 1800 hing het schilderij op de Parijse Salon, de belangrijkste expositie van Frankrijk; sindsdien stond het bekend als ‘Portret van een negerin’, later omgedoopt in ‘Portrait d’une femme noire’. Maar voortaan heet het schilderij ‘Madeleine’.

Er zijn meer schilderijen die op deze tentoonstelling een nieuwe naam krijgen. ‘Laure’ bijvoorbeeld, het schilderij waarop een zwarte vrouw met een bos bloemen kijkt naar een witte vrouw die naakt op bed ligt. Het werk van Édouard Manet staat bekend als ‘Olympia’. Niemand wist wie de zwarte vrouw was, tot een Amerikaanse student aan de Columbia University, Denise Murrell, op onderzoek uitging. Het bleek gewoon in de aantekenboekjes van Manet te staan: het gaat hier om Laure, die in de Rue Ventimille 11 in Parijs woonde. Manet noemde haar een ‘bijzonder mooie negerin’ en portretteerde haar wel vaker. Murrell promoveerde op het onderwerp en werd uitgenodigd een tentoonstelling erover te maken in the Wallach Art Gallery, die vervolgens naar Musée d’Orsay in Parijs reisde.

Interessante periode

De tentoonstelling ‘Le modèle noir’ is een enorme eye-opener. Zij laat zien dat schilders bedoeld of onbedoeld hun zwarte modellen beladen met betekenissen afbeeldden. Op hun huidskleur projecteerden ze hun ideeën: positief of negatief, zwarte mensen zijn onderdanig en zielig, of trots en sterk. De kijker doet daar met zijn eigen blik en vooroordelen nog een schepje bovenop.

De tentoonstelling omvat een bijzonder interessante periode, van de Franse Revolutie tot vlak na de Eerste Wereldoorlog. In 1793 werd door het revolutionaire regime van Robespierre de slavernij in Frankrijk afgeschaft. In 1802 voerde Napoleon de slavernij weer in. Maar de geest was uit de fles, een anti-slavernijbeweging kwam op gang. Schilders speelden daar een bijzondere rol in door op hun doeken en in steen te laten zien hoe onrechtvaardig slavernij was. Geketende mannen en vrouwen en keiharde straffen brachten ze in beeld. De witte eigenaar en zijn familie kijken onbewogen toe op ‘Straf met de vier staken’ van Marcel Verdier.

Madeleine, een vrijgemaakte slaaf uit Guadeloupe. Geschilderd door Marie-Guillemine Benoist Beeld Musée d’Orsay

Wat is de correcte positie?

Théodore Géricault was een van de schilders die zich verbonden aan de anti-slavernijbeweging. Op zijn ‘Het vlot van de Medusa’ is de sterkste overlever van de schipbreuk, die bovenaan de menselijke piramide met een vlag zwaait, zwart. Het was een man die bekend staat onder de naam Joseph. Hij kwam uit Saint-Dominique en reisde door Frankrijk met een groep acrobaten. Hij werd een populair model in artistieke kringen en stond van 1832 tot en met 1835 als model op de loonlijst van de kunstacademie. Géricault schilderde ook een waardig portret van hem, waarop hij als individu staat afgebeeld. De schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres gebruikte hem voor een minder prettige rol. Zonder dat Joseph het wist, stond hij model voor Satan die door de lucht buitelde nadat Christus hem van de berg had gegooid. 

Hoe moet je je verhouden tot de mensen op deze schilderijen? Die vraag komt maar zelden op bij het bekijken van schilderijen. Maar door de insteek van deze tentoonstelling ontkom je niet aan de vraag: wat is hier de correcte positie? Mag je Madeleine mooi vinden, voor de gevangen slaaf medelijden voelen, de trouw van de slaaf die bij zijn stervende heer blijft bewonderen? Dat je de aapachtige karikaturen van Alexandre Dumas père, die één zwarte voorouder had, af moet wijzen, spreekt voor zich. Maar ook het grote schilderij ‘Proclamatie van de afschaffing van de slavernij in de Franse koloniën’ van Francois-Auguste Biard is in de context van deze tentoonstelling tenenkrommend. Daarop juichen de zwarten met gebroken kettingen in hun handen, blij dat ze eindelijk vrij zijn. Maar dan zie je de twee zorgzame witte dames die zich ontfermen over een halfblote zwarte vrouw, die aan hun voeten knielt.

Lelieblanke huid

In 1848 was de slavernij definitief in Frankrijk afgeschaft. In kunstzinnige kringen kwamen inmiddels vaak zwarte muzen voor. De dichter Charles Baudelaire had een minnares uit Haïti, Jeanne Duval, die hij bezong in ‘Les fleurs du mal’. De bundel werd geïllustreerd door Henri Matisse, die daarvoor zijn eigen getinte geliefde, Antoinette-Carmen Lahens uit Haïti, als model nam. Zwarte muzen waren bovenal exotisch, net als de zwarte vrouwen die vaak als bloemenmeisjes op schilderijen fungeerden. De zwarte huid van bediendes contrasteerde ook zo mooi met de lelieblanke huid van hun witte meesteressen, zoals in ‘La toilette’ van de impressionist Frédéric Bazille. Opmerkelijk, de halfblote bediende neemt dezelfde onderdanige houding aan als de dankbare bevrijde zwarte vrouw op het schilderij van Biard.  

Stapje voor stapje zie je de emancipatie van zwarte mannen en vrouwen terug in de kunst. Zwarte gemeenschappen in Parijs namen hun positie in, vaak in artistieke kringen als het circus, het theater en de muziek. In de jazz en in revues (denk aan Joséphine Baker) speelden ze een prominente rol. Toen zwarte troepen in de Eerste Wereldoorlog mee gingen vechten aan geallieerde zijde werd het beeld nog positiever.

Exotisch en dus interessant

Een voorbeeld is Aïcha Goblet, die sinds de jaren twintig in revues optrad. Ze werd vereeuwigd door fotograaf Man Ray en door schilders als Félix Vallotton, Kees van Dongen en Henri Matisse. Een vrouw met een rechte rug en een kleurrijke tulband op het hoofd. Goblets hoofddeksel, dat naar verluidt nooit afging, maakte haar exotisch en dus interessant. Dat geldt ook voor de vele zwarte vrouwen die Matisse inspireerden. Er spreekt een exotisme en escapisme uit dat werk, dat misschien wel aangenaam is, maar op merkwaardige wijze aan de huidskleur kleeft. Of dat erg is? Dat is aan de kijker. 

En dan staan we halverwege de twintigste eeuw opeens bij de uitgang, terwijl het onderwerp actueler is dan ooit. Deze tentoonstelling, waarvoor de makers alle lof verdienen, schreeuwt om een vervolg. 

Lees ook:

Kunstminner Johan Maurits handelde in slaven voor persoonlijk gewin

Johan Maurits kennen we als de beminnelijke, tolerante kunstliefhebber die het Mauritshuis liet bouwen. Op een tentoonstelling in het Mauritshuis blijkt ook dat hij slavenhandelaar was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden