RecensieCentraal Museum

Musea staan in de rij voor vrouwelijke surrealisten

J.H. Moesman, Ontmoeting (1932).

‘De tranen van Eros. Moesmans surrealisme en de seksen’
Het Centraal Museum in Utrecht
★★★☆☆

‘Vaarwel, rampzalig oord’, schreef kunstenaar Joop Moesman in 1967 aan zijn vrienden toen hij Utrecht met vrouw en kind ontvluchtte. Er was te veel verkeersoverlast in het centrum, vond hij. Niet dat hij ook echt verdween, hij verhuisde naar Tull en ’t Waal, hooguit 15 kilometer vanaf de Domstad. Maar boos bleef hij.

Moesman was geen makkelijk persoon. Dirkje Kuik, collega-kunstenaar en schrijver, omschreef Moesman als een egel: iemand waar je niet te dicht bij moest komen, maar met wie ze vanaf een afstand goed kon opschieten. In het Centraal Museum benaderen ze de kunstenaar ook postuum voorzichtig, met eerbied: Moesman was de enige Nederlander die ooit schitterde in een tentoonstelling goedgekeurd door André Breton, de zelfgekroonde keizer van de internationale surrealisten­beweging.

Leonora Carrington, Again, the Gemini are in the Orchard (1947)

In 1928 voerden de surrealisten een serie groepsgesprekken over seksualiteit – de mánnelijke surrealisten, wel te verstaan. In Utrecht is een filmopname te zien van een reconstructie van zo’n gesprek. Daarnaast publiceerden de surrealisten talloze erotische geschriften, die vaak direct door de Franse staat werden vernietigd.

André Breton stichtte de beweging in Parijs met het eerste surrealistische manifest in 1924. Geïnspireerd door de ideeën van Freud ging het de surrealisten erom het onderbewustzijn, met hulp van vrije associatie en het toeval, in kunst en literatuur te laten spreken. In de schilderkunst zetten hoofdrol­spelers als Salvador Dalí, Max Ernst en ­Giorgio de Chirico rationele associaties overboord, en kwamen zo al snel bij de seksualiteit.

Onzedelijkheid

Moesman was zelf zijn leven lang gefascineerd door het werk van De Sade en haakte hierbij aan. Ook in Nederland werd zo’n expliciete houding niet altijd gewaardeerd. Zo werd zijn schilderij ‘Namiddag’ op last van een wethouder in 1933 wegens onzedelijkheid uit een groepstentoonstelling in het Amsterdamse Stedelijk verwijderd. Zichtbaar zijn twee witte in elkaar geschoven ­organische vormen, met op één punt een donkerbruine ronde vorm die nog het meest wegheeft van een toupetje, al zou het ook iets seksueels kunnen zijn. Maar wat?

Moesmans kunst beklijft moeilijk. Hij was duidelijk geïnspireerd door het werk van Dalí en De Chirico, maar het blijft op de vlakte, kil; nergens kiest hij werkelijk een eigen stijl, reikt hij je de hand. Veel naakte vrouwen, met of zonder hoofd, vrijwel altijd met de rug naar de toeschouwer toe. Moesmans bekendste werk, ‘Het gerucht’, van een blote vrouw op de fiets, is helemaal niet te zien in Utrecht. Wel maakte Paul Kooiker een nieuwe serie aandoenlijke ezelsportretten met dezelfde titel. Moesman koos expres titels die zo weinig mogelijk over het kunstwerk zeiden. ‘Ik heb eigenlijk nooit een bedoeling. Je gaat ergens van uit, er wordt je iets opgedrongen, en dan gaat dat groeien in je onderbewuste’, zei hij.

Salvador Dalí, La Memoire de la Femme-Enfant (1929)

Dat ontbreken van een expliciete betekenis (en van variatie, en warmte, en charme) vangt het museum op met een associatieve uitbreiding van de thema’s van Moesman. Om te beginnen met het werk van andere, mannelijke én vrouwelijke surrealisten rondom het thema seks en naakt. Vrouwelijke surrealisten waren er wel, stellen de tentoonstellingsmakers, alleen hebben de heren kunsthistorici en museumconservatoren hen een halve eeuw genegeerd: die kochten en schreven alleen over kunst van de mannelijke kunstenaars. Terwijl de surrealisten zélf, met hun antiburgerlijkheidsmoraal, juist ­relatief open stonden voor vrouwelijke en zelfs non-binaire medekunstenaars. Meret Oppenheim ontwierp in de jaren dertig persiflages op sieraden, met bijvoorbeeld handboeien als armband. Haar werk past prachtig naast de bronzen ‘vrouwelijke vijgenbladen’ van Marcel Duchamp.

Populair

Vrouwelijke surrealisten zijn nu zó populair, dat musea in de rij moeten staan om bruiklenen te krijgen. Gelijktijdig is er in Frankfurt een grote vrouwelijke surrealistententoonstelling, dus in Utrecht zijn herontdekte sterren als ­Leonora Carrington, Dorothea Tanning en Leonor Fini slechts met één of twee werken vertegenwoordigd.

Viviane Sassen, Marte #02 (2014).

Dat betekent niet dat het leeg is in het Centraal Museum, integendeel, het is, met alle zijpaden, een iets té veelzijdige tentoonstelling geworden. En soms wel erg expliciet. De meest overbodige toegift is een hoofdstuk over Moesmans passie voor Markies De Sade en dáár dan ook weer hedendaagse ­reacties op. Voor fijnproevers: hoogte- of dieptepunt is een beeld van Dinos & Jake Chapman uit 1997 met de titel ‘HMS Cockshitter’.

Veel verrassender is in de ruimte ervoor de reactie van hedendaagse kunstenaars op de visie van de surrealisten: van Sarah Lucas, met ‘Titti Doris’ uit 2017, een vermakelijke installatie van twee iele vrouwenbenen met alleen maar borsten als torso, een karikatuur van de mannelijke blik. Hoogtepunt zijn vier betoverende grote schilderijen van de Belgische Sanam Khatibi (1979). ­Paradijselijke scènes met eindeloos ­gedetailleerde bomen en planten en daartussen bijna transparante, muze-achtige naakte vrouwen. De dierenkarkassen om hen heen en in hun handen suggereren dat al die schoonheid geen garantie geeft op overleven. Het is ­oppassen geblazen, zelfs voor egels.

‘De tranen van Eros. Moesman, surrealisme en de seksen’ is tot 24 mei in het Centraal Museum te zien in Utrecht. 

Sarah Lucas, Titti Doris (2017)

Lees ook:

De hengsten, merries en veulens van Stubbs zijn magisch, ook voor niet-paardenmeisjes

Door kadavers van paarden te ontleden kwam George Stubbs alles te weten over hun anatomie. Het werk van de beroemdste paardenschilder van Engeland is nu voor het eerst te zien in Nederland. ‘Stubbs had meer met paarden dan met mensen.’

In het Rijksmuseum vangen Caravaggio en Bernini de emotionele achtbaan van Barok

Huilen, jammeren, razen: in de zeventiende eeuw mochten emoties ineens zichtbaar worden. Schilder Caravaggio en beeldhouwer Bernini omarmden deze revolutie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden