Review

Muntje in de gleuf, roltrap op, en je stapt zo de baarmoeder in

Matthijs van Boxsel maakt al decennialang studie van de domheid. Het derde deel van zijn levenswerk is opnieuw verrukkelijk om te lezen.

T. van Deel

Matthijs van Boxsel is niet op zoek naar wijsheid, geloof, kennis volgens de algemeen gebruikelijke wegen van filosofie, godsdienst, wetenschap, hij slaat een andere weg in en toont zijn interesse voor de ’eenmanstheorie’.

,,Om niet het slachtoffer te worden van je wijsheid moet je de eigen dwaasheid incalculeren.” Hij wil de tegenstelling blootleggen die er bestaat tussen wijsheid en domheid en hij wil dat niet doen via de wijsheid, maar juist via de domheid. Dat is een vruchtbare benadering, zoals weer blijkt uit dit derde deel van ’De encyclopedie van de domheid’.

Het verbaast me niet dat zijn boeken in vertaling veel succes hebben: hij laat zien dat er naast de mainstream nog een ontzaglijke hoeveelheid vaak hoogst particuliere opvattingen leeft, die op hun eigen, artistieke manier „in het reine komen met de idiotie van het bestaan”. Wie niet van wijsheid uitgaat maar van domheid, keert alles om, en dat doet Van Boxsel stelselmatig. Dat betekent niet dat hij zomaar meegaat met de uitvinders van nieuwe inzichten, hij bespreekt ze sympathiek, allerminst neerbuigend, maar hij kijkt als schrijver én als wetenschapper.

Van Boxsel heeft eerder onder meer de tuinarchitectuur, vooral de overgang tussen cultuur en natuur, aan een nader onderzoek onderworpen vanuit het perspectief van de domheid. In het tweede deel van zijn encyclopedie – een project dat een leven lang in beslag zal nemen en grillige vormen aanneemt – heeft hij een grote collectie ’morosofen’ bijeengebracht en besproken, dat wil zeggen auteurs die niet volgens de wetenschap denken en die proberen zoveel mogelijk met elkaar in verband te brengen tegen de gewoonlijke verbanden in.

Het derde deel opent met een persoonlijk verslag van de ontmoeting met de ’wereldmachine’, te bezichtigen in Edelsbach, Oostenrijk. Daar heeft een zekere Franz Gsellmann in de loop van vele jaren een enorme machine gebouwd die als een soort vervanging is gedacht voor de hele wereld, het universum.

De machine kan aangezet worden, maar wat zij produceert is en blijft de vraag. Het is een kunstwerk dat in synopsis alles vertegenwoordigt waar de maker zich in meent te bevinden.

Uitgaande van het Atomium heeft hij een collage van met elkaar in verbinding staande elementen gecreëerd: ,,Het ijzeren geraamte rond het schaalmodel van het Atomium schraagt de andere onderdelen; een infraroodlamp van een tandarts, een Hollands windmolentje, twee miniatuurgondels, een Mercedesster, een horlogekast, een porseleinen adelaar, een eenarmige bandiet, een pindaschaal met uitschuifbare bakjes; een treinlamp, een blauw vliegwiel dat tand voor tand door Gsellmann in de dorpssmidse uit een plaat aluminium is gezaagd, een tonbodem waarop de drie standen (boer, soldaat en priester) zijn afgebeeld.”

Het uitgangspunt van de domheid zorgt ook voor veel humor, ironie, en hierbij moet beslist de stijl van Van Boxsel gecomplimenteerd worden: hij is droog, gedetailleerd, kortaf op het juiste moment, hij voegt van alles bijeen wat nimmer ooit bij elkaar heeft gestaan, precies zoals de wereldmachine in elkaar steekt. Onoverzienbaar en toch op de een of andere manier werkzaam.

Een belangrijk woord in de encyclopedie is ’Patafysica – inderdaad volgens Alfred Jarry geschreven met een apostrof. Het is „de wetenschap van de denkbeeldige oplossingen, die het clinamen omhelst, het stomme toeval, en kairos, de kunst om de juiste gelegenheid te grijpen. Een van de organisaties die in het diepste geheim aan de ’Patafysica is gelieerd is het Deskundologisch Genootschap.” En de hoofdfiguren van het DG zijn Robert Jasper Grootveld, Theo Kley en Max Reneman, allen geassocieerd met Provo. Om mensen te bevrijden van hun moedercomplex ontwikkelt Kley een elf meter hoge elektromechanische surrogaatmoeders van polyether met kunsthaar. ,,De moederpoppen moeten op pleinen geplaatst worden. Na inworp van een muntstuk in een gleuf ter kniehoogte gaat de roze buik open en kan men via een roltrap bij de baarmoeder komen; daar treft men kleedhokjes aan; vanaf een springplank duikt men vervolgens naakt in het vruchtwater, samengesteld uit limonade, gestoofde peertjes, alcohol en krenten. Ontspannen dobberend in de baarmoeder kan men eten van de moederkoek. Alles is rood verlicht, uit luidsprekers klinkt het getik van breinaalden, terwijl de baarmoeder zachtjes schommelt.”

Het grootste deel van ’Deskundologie’ gaat niet over deze provo-experimenten, maar over Nederland versus de domheid. Het is een zeer geschakeerde behandeling van onze cultuur, onze ontworsteling aan het water, de inpoldering, de dijken, de vervening, de drooglegging, de inklinking, de verdediging via overstroming, het Deltaplan, de plaatsnamen – Van Boxsel gaat echt alle kanten op. En stelt vast: ,,wij leven op een van de duurste stukjes land ter wereld, dat bestaat bij de gratie van het waterpeil”.

Niemand kan zonder domheid leven, sterker nog, domheid is het fundament van ons rationele handelen. Deze paradoxale waarheid heeft Van Boxsel opnieuw omgezet in een studieus en aanstekelijk literair werk, dat ieders aandacht verdient.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden