InterviewMunganyende Hélène Christelle

Munganyende Hélène Christelle: Rechtvaardigheid is mijn favoriete gerecht

Munganyende Hélène Christelle: ‘Ik wil niet opstaan met het gevoel dat ik de wereld bij elkaar moet houden’.Beeld Patrick Post

Munganyende Hélène Christelle (27) wil met haar verhalen jonge, zwarte vrouwen een rolmodel aanreiken. ‘Vooral om te laten zien dat iedereen recht heeft op een doodgewoon leven.’ Ze werkt aan haar debuutroman Vreemd Fruit en won vorige maand de C.C.S. Crone-prijs, een beurs voor beloftevolle auteurs.

Ruiken‘Geuren vallen samen met herinneringen’

‘Mijn eerste herinnering is de geur van onze keuken in ­Kigali in Rwanda. Op een dag ­waren we op bezoek bij ­familie op het platteland waar op een kampvuur werd gekookt. Ik brandde me daar lelijk aan. Direct smeerde iemand zout op mijn wond, want dat stelpte het bloeden – een grootmoedersmiddeltje. Ik schreeuwde het uit. De geur van dat kampvuur, gecombineerd met de geur van mijn verschroeide huid, valt samen met meer herinneringen. Soms zijn dat verhalen van mijn ouders die ik me heb toegeëigend, die door de jaren heen zo zijn gaan leven dat het ook mijn verhaal is geworden. Ik ben een jaar voor de Rwandese genocide geboren, dus ja: ik ben een oorlogskind, maar dat is meer de feitelijkheid over hoe ik de wereld in ben geslingerd. Het is niet mijn identiteit; die bestaat uit veel meer lagen. Eén laag is inderdaad Afrikaans zijn, maar ik ben ook Europeaan, migratiekind, zwarte vrouw, schrijver. 

“Het litteken op mijn been, hier kijk maar, is inmiddels minder zichtbaar, maar weg gaat het nooit. Als kind zorgde die brandwond voor flink wat aandacht. Op de ­basisschool vertelde ik de wildste verhalen aan mijn ­Brabantse klasgenoten. Over dat we giraffen in de tuin hadden. Bloemrijke verhalen, daar leefde ik op. Nog steeds, al zijn ze niet langer verzonnen. Best apart ­eigenlijk, want ik hoefde helemaal geen leugentjes te vertellen om een heftig levensverhaal te hebben.”

Horen: ‘Vertellingen brengen werelden samen’

“Mijn realiteit als kind is altijd geweest: opgroeien tussen verschillende werelden. Een myriade, een veelheid van realiteiten van kleur, migratierealiteiten. Toen ik als kleuter met mijn ouders en broers in het azc aankwam, kwam ik direct in een wereld van tegenstellingen terecht. We woonden tussen vluchtelingen uit Irak, ­Bosnië, Afghanistan. Toch waren we als kinderen allemaal hetzelfde, iedereen had het ergste in zijn of haar korte leventje al meegemaakt. Dood, verderf. Een ­Bosnisch buurmeisje zei altijd: ‘Mijn vader is kapot’. Daar moesten we allemaal hard om lachen, zijzelf ook. Zo ­gingen we ermee om dat haar vader dood was. We ­vonden elkaar in de pijn.

“Daarna verhuisden we naar Woensel in Eindhoven waar ik me moest verhouden met mensen uit weer heel andere culturen: daar woonden vooral Surinaamse en Marokkaanse families. In de atlas zocht ik op waar ze ­allemaal vandaan kwamen. Je vindt elkaar dan niet in pijn, maar in schaarste; je hebt weinig, maar wel elkaar. Migrantenkind zijn is ’s avonds de vuilnis buiten zetten en zien dat het licht bij de Irakese overburen nog aan is, ­omdat ze naar het Journaal kijken vanwege bombardementen in hun thuisland. Het is voelen wat zij voelen.

“Het grootste deel van mijn jeugd heb ik doorgebracht in huiskamers die volledig gereconstrueerd waren naar Rwandese kamers. Museale constructies vol waxdoeken, beeldhouwwerken en houten borden aan de muur met ‘Welkom thuis’ en ‘God zegene dit huis’ in het Kinyarwanda. ’s Ochtends opstaan en dan die woorden zien, gaf moed voor de dag. In al die woonkamers luisterde ik naar eindeloze vertellingen van mijn tantes en ­andere familieleden. Ik observeerde de taferelen en in mijn ogen leek het of ze net deden alsof ze nog in Rwanda woonden, samen speelden ze een schouwspel. Al die ­verhalen zitten in mij. Dergelijke vertellingen laat ik nu horen met mijn podcast ‘Fufu&Dadels’, verhalen over de samenkomst van al die werelden.”

Beeld Patrick Post

Kijken: ‘Dat is observeren, absorberen en veel voelen’

“Ik ben een kameleon en zuig alle indrukken in me op. Als ik een ruimte betreed, gaan al mijn zintuigen aan. Kijken is voor mij dan ook niet alleen observeren, maar responsief zijn op alles wat er heerst in een ruimte. Alles absorberen als een spons. Kijken is bij mij sterk gekoppeld aan voelen. Mijn hoogsensitieve kant zorgt ervoor dat ik aan het begin en aan het einde van de dag een ­ritueel inzet om mijn energie te kanaliseren.

“Ik sta iedere ochtend vroeg op – het liefst rond zes uur – en ga op mijn balkon in de zon zitten. Met een kop heet water met citroen en dan heerlijk free writen. Soms ben ik in een half uurtje klaar, op andere dagen zit ik er rustig twee uur. Ook in de winter, met een dikke jas aan. Uit die schrijfsels komen passages voor mijn roman of essays voort: losse gedachten over hoe ik mezelf zie in deze wereld.

“Na een dag vol indrukken moet ik echt ontprikkelen en dat lukt het beste in water, in bad, of nog beter met een stoombad – meteen goed voor mijn haar. Dan probeer ik alles van de dag los te laten. Het liefst zet ik daarbij Oost- of West-Afrikaanse muziek op. Zo creëer ik mijn eigen metawereld. Thuis zijn, me thuisvoelen is een groot thema voor me.”

Voelen: ‘Iedereen verlangt naar een doodgewoon leven’

“Gewoon onder een boom zitten en genieten van zonnestralen, zonder te denken aan institutionele uitsluiting die aan jouw realiteit raakt, is niet voor iedereen weg­gelegd. Of dat nu seksisme, racisme, islamofobie, transfobie of homofobie is. Dat je naar een festival kunt, ­zonder na te denken of je je daar veilig zult voelen. ­Zonder gedachten als: hoor ik hier wel? Word ik wel gezien of gehoord? Op zo’n doodgewoon leven heeft iedereen recht. Ik schrijf daar in mijn vertellingen graag over. Verhalen die troost bieden en die gaan over een zwarte vrouw met zo’n normaal leven.

“Hoewel ik me direct realiseer dat ik de luxe en het privilege bezit, die miljoenen anderen niet hebben; bijvoorbeeld door naar een podcast te luisteren van een zwarte vrouw die haar verhaal vertelt. Verhalen over ­biseksueel, zwart en vrouw zijn. Het is dan alsof zij met haar stem, met haar verhaal mijn hart raakt. Door haar verhaal mag ik bestaan, ongeacht wat anderen van mij denken.

“Felle, negatieve reacties op mijn verhalen, dat is niet altijd wat ik wil horen. Dat heeft met het politieke klimaat in Nederland te maken. Van jongs af aan is mijn wereld al politiek geladen, dat kan ook niet anders als kind van politieke vluchtelingen. Mijn ouders zijn ­denkers, ze zijn politiek geëngageerd en hebben een denkertje op de wereld gezet. Ik was me al jong bewust dat er bepaalde regels bestaan voor mensen zoals ik. Om het goed te doen moet ik me bewegen tussen die regels óf ik moet een manier vinden om die regels omver te werpen. Steeds daartussen navigeren en je eigen afweging maken kan als een dagtaak voelen.

“Ik wil niet iedere ochtend opstaan met het gevoel dat ik de wereld bij elkaar moet houden. Als zwarte vrouw voel ik dat wel sterk en kan het me soms echt overvloeden. Maar daarin zit tegelijk de kern van mijn schrijverschap. Mij uitspreken tegen het feit dat kennelijk niet iedereen recht heeft op een doodgewoon leven is mijn grootste drijfveer.”

Intuïtie: ‘Jonge, zwarte vrouwen hebben lef nodig’

“Ik heb niet de illusie dat ik als millennial van 27 in mijn eentje de wereld kan veranderen. Maar ik hoop wel ­jonge, zwarte vrouwen een rolmodel aan te reiken. Als kind las ik ontzettend veel, maar in al die boeken zag ik mezelf nooit gereflecteerd. Vaak werd mijn aandacht ­getrokken naar personages die op mij leken. Dat waren meestal antagonisten: de beste vriend van de hoofd­persoon, nooit de hoofdpersoon zelf. Meestal was het ronduit de slechterik. Het viel me op dat personages van kleur vaak expliciet werden beschreven aan de hand van hun huidskleur, de structuur van hun haar en uitge­sproken tongval of het was zelfs een karikatuur. Geen volwaardige personages. En dat is wat je wel wilt lezen: dat je het idee hebt dat jij als volwaardig mens in die ­wereld mag bestaan. Intuïtief voelde ik dat het niet klopte. Door dat gemis werd ik meester in het inleven in andermans narratieven. Ontdek dan maar eens je eigen ik-kracht. Daar is lef voor nodig.

“In mijn debuutroman Vreemd Fruit streef ik ernaar jonge vrouwen die opgroeien met eenzelfde complexe migratiegeschiedenis als de mijne een stem te geven. Jongeren die moeten leren bewegen tussen ontheemding en thuiskomst. De afgelopen jaren ontdekte ik een soort onbeschroomde eigenheid, die ik nu onverbloemd omarm. Juist door de ander te zijn. Het is precies dat ­tikkeltje doordraafde eigenzinnigheid dat mij het lef geeft om straks te debuteren.”

Proeven: ‘Rechtvaardigheid is geen taart’

“Toen deze zomer de eerste manifestatie voor Black Lives Matter op de Dam gaande was, zat ik een portie kibbeling te eten. Ik was op kampeervakantie en dacht: ‘Ik sta hier kibbeling te eten, terwijl de wereld vergaat’. Ik voelde zo sterk: die wereld mag niet vergaan. Intense boosheid borrelde op en verdween niet meer. De Amerikaanse zwarte feministe dr. Brittney Cooper noemt dat ‘eloquente woede’. Ik vind haar zienswijze interessant, omdat je inderdaad welsprekende woede kunt omzetten in een constructieve storm. Dat is exact wat nu wereldwijd gebeurt: een krachtenveld van mensen die de wereld beter willen maken. Die willen vernieuwen op een manier dat die wereld een eerlijke weerspiegeling is van ieders leven – ook de mijne.

“Met mijn vlijmscherpe verhalen probeer ik in elk geval meer rechtvaardigheid te krijgen. Want, en dat is geen citaat van mij, maar ik vind hem wel prachtig: ‘Meer rechten voor anderen, betekent niet minder ­rechten voor jou. Rechtvaardigheid is geen taart’. Ik heb deze zomer wel de smaak van rechtvaardigheid geproefd en die smaakt naar meer. Sterker nog: het is mijn nieuwe favoriete gerecht.” 

Beloftevolle debutant

Munganyende ­­Hélène Christelle (1993) is een politiek geëngageerd ­auteur, sociaal cultureel commentator en publicist. Ze is geboren in Kigali (Rwanda) en vluchtte als vijfjarige met haar ouders en broers naar Nederland.

Ze groeide op in Woensel in Eind­hoven, studeerde politicologie en hield twee jaar geleden de TedX-talk ‘Afropean’ over haar identiteit. Ze was fellow bij het Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds en is hoofdredacteur van het crossmediale ­feministische platform Fufu&Dadels. In haar verhalen ­vertelt ze over zwart-zijn, vrouw-wording en thuiskomen: daarover ontwikkelt ze op dit moment het vak ‘Beyonce­ology’ voor studenten creative writing aan de ArtEZ ­Hogeschool voor de Kunsten in Zwolle.

Vorige maand ­ontving zij de C.C.S. Crone-prijs voor beloftevolle ­debu­terend auteurs. De jury zegt over haar: ‘De beschrijvingslust spat van de pagina’s.’

Haar debuut Vreemd Fruit verschijnt in 2021 bij Uitgeverij Pluim.

Lees ook:

De zintuigen van Stephan Vanfleteren: Ik omhels graag, ik knuffel graag, ik dans graag

Stephan Vanfleteren (1969) is een internationaal gelauwerd fotograaf­­ uit België. Tijdens de lockdown wandelde hij dagelijks bij zonsondergang in de buurt van zijn huis nabij de West-Vlaamse kust. Het mondde uit in het beeldloze ‘Dagboek van een fotograaf’. Start van een interviewreeks aan de hand van de zintuigen.

Mag ik zwijgen in het racismedebat, of ben ik dan medeplichtig?

Als je niet je mond opendoet in het racismedebat, ben je medeschuldig aan het in stand houden van het systeem, las Yonah Sint Nicolaas veelvuldig. Maar dat wringt met het recht om ons innerlijk leven voor onszelf te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden