Review

Mory Kanté keert terug naar authentiek Afrikaans geluid

Zijn imposante verschijning dwingt nog steeds respect af. Getooid in hagelwitte boubou schreed Mory Kanté vrijdag het Paradiso-podium op met die fascinerende kora als trofee in de hand. Het verblindende tableau de la troupe, een bont gezelschap aan kleurige kleding en instrumenten, deed de rest.

Met wisselende spanningsbogen vermaakte Kanté het gretige publiek, maar wist desondanks zijn naam als gemakzuchtig mainstream artiest niet weg te poetsen. Op zijn nieuwste album 'Sabou' keert hij immers na bijna 20 jaar terug naar zijn oorsprong, naar de verhalenverteller (griot) die hij eens was en naar de klank van akoestische instrumenten.

Ook al is de westerse pop in veel gevallen schatplichtig aan Afrikaanse bronnen, met Afrikaanse popsterren onderhoudt ze een moeizame relatie. Uitzondering daarop vormt Mory Kanté. Dankzij de monsterhit 'Yeke yeke' zette de kora-speler uit Guinée zich vanaf 1988 definitief op de popkaart. Hij had de wind in de rug dankzij het doorslaand succes van Paul Simon, die met Graceland de Afrikaanse pop tot trend verhief.

Tegelijkterijd viel de sound van Yeke yeke goed in de opkomende acidhouse stroming. Zodoende wist Kanté zich jarenlang het troetelkind op menig festival wegens zijn imposante verschijning en lekker in het gehoor liggende muziek. De WestAfrikaanse griot-traditie bracht hij voor westerse oren op smaak met een pulserende dance-beat uit synthesizers. Zijn tinkelende kora, een robuuste West-Afrikaanse 21 snarige harp, deed de rest.

Met haar onuitputtelijke improvisatie-mogelijkheden voerde de kora ook in Paradiso de boventoon. Alle elektronica was uitgebannen ten faveure van veel percussie waaronder talking drums, djembe en twee ballofoons. Deze xylofoon, gemaakt van houten toetsen waaronder kalebassen hangen, veroorzaakt een hypnotiserende, repeterende klankstroom. Multi-gelaagd en exact aansluitend op de rijke klankwatervallen die de immer glimlachende Mory aan zijn kora ontlokte.

In vraag-en-antwoordgezangen met drie zangeressen, ogend als The Supremes, ontstond een hechte sound: Afrikaanse soul met een funky groove, die nog jaren meekan. Helaas verstoorde de bandleider zelf de mooie illusie van een geslaagde comeback.

Net als zijn andere West-Afrikaanse collega's Youssou N'Dour en Salif Keita keert Mory Kanté terug naar een authentiek Afrikaans geluid. Alsof hij de geschiedenis van zijn land wil teruggeven. Wegens zijn hang naar entertainment bleef Mory Kanté steken in een goedwillend cliché van zijn eigen handelsmerk: De eeuwige man met de kora.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden