Review

Moord! Zo zet ze het hem betaald

Zo'n dertig jaar heeft de Mexicaanse schrijver Sergio Pitol (1933) buiten zijn vaderland doorgebracht. Hij werkte in diplomatieke dienst in steden als Parijs, Boedapest, Warschau en Praag, zoals zoveel van zijn Latijns-Amerikaanse generatiegenoten. Door die buitenlandse omzwervingen heeft de erkenning van deze romancier, verhalenschrijver, essayist en vertaler op zich laten wachten, maar daar is inmiddels verandering in gekomen. Vorig jaar verscheen in Mexico het eerste deel van het Verzameld werk, en steeds meer Europese uitgeverijen hebben boeken van Pitol in hun fonds. Zo ook Cossee, dat de auteur in het Nederlands introduceert met 'Het geluk getrouwd te zijn'. Deze roman, die oorspronkelijk uit 1991 dateert en goed apart te lezen valt, vormt het sluitstuk van de trilogie 'De triptiek van het carnaval', waarvan ook de overige twee delen in vertaling zullen uitkomen.

Ilse Logie

Vrijwel meteen blijkt de ironische betekenis van de titel, 'Het geluk getrouwd te zijn'. Het huwelijk van Jacqueline Cascorro met Nicolás Lobato komt namelijk neer op een niet-aflatende krachtmeting. Beiden hebben ze zich met veel moeite aan hun bescheiden afkomst ontworsteld, hij door hotelcomplexen te bouwen, zij door de salons van haar kunstzinnige vriendin Márgara te bezoeken. Nicolás' zakenimperium is echter op drijfzand gebouwd, terwijl Jacqueline niet verder raakt dan de flapteksten van de boeken die de docenten van de vele door haar gevolgde cursussen hebben aanbevolen.

Eigenlijk is deze intellectuele ambitie slechts compensatie. Jacqueline beschouwt haar huwelijk immers als mislukt sinds ze erachter is gekomen dat Nicolás haar systematisch bedriegt. Nog minder kan ze verkroppen dat hij haar niet bij zijn nieuwe mondaine leven betrekt. Ze concludeert dat geen enkele passie tegen het huwelijk bestand is -althans niet volgens de romantische opvatting die zij van het begrip hartstocht heeft. Tegen de tijd dat ze haar zevende huwelijksverjaardag viert -ze is dan dertig- is de maat vol en zint ze op wraak. Bij het horen van het krakende geluid van een krabbenpoot en de knal van een champagnekurk, moet ze aan een geweerschot denken. De associatie treft haar als een bliksemschicht en brengt haar op het idee haar man te vermoorden.

Zelf durft ze dat niet, maar ze weet telkens weer een jonge minnaar te vinden die bereid is de klus te klaren. Gaandeweg beheerst het beramen van moordplannen Jacqueline's hele leven. Het verleent haar de illusie eindelijk macht over Nicolás te verwerven, en creëert een onverwachte erotische spanning: Jacqueline beleeft haar wildste orgasmen wanneer ze Nicolás' dood voorbereidt. Ze waant zich een femme fatale, een Mexicaanse Madame Bovary voor wie een meeslepende toekomst is weggelegd. Maar de glansrol bestaat alleen in haar verbeelding, want haar minnaars verknoeien het ene plan na het andere, zodat Nicolás telkens de dans ontspringt en Jacqueline zelf de schade oploopt. Op een dag wordt Nicolás als oplichter ontmaskerd en vlucht hij naar het buitenland. Jacqueline is ontroostbaar. Tot ze de 'man van haar leven' nog een keer ontmoet en alles van voren af aan begint.

Pitol is ervan overtuigd dat mensen hun beelden en voorstellingen ten onrechte voor de werkelijkheid houden, en dat deze neiging vaak slecht afloopt. Het zigzaggende tijdsverloop van de roman onderstreept deze onontkoombare ironie van het lot: hoe de verteller het ook draait of keert, hoe strak hij ook de regie over het verhaal tracht te voeren, Jacqueline's 'doorslaggevend' gewaande voornemen loopt op niets uit. Zowel deze ouderwetse, licht parodiërende vertelinstantie als de klassieke, laconieke stijl scheppen afstand ten opzichte van de hoofdfiguren, die vooral als twee producten van hun samenleving worden afgeschilderd. Die samenleving kent Pitol als geen ander. Trefzeker, maar toch niet zonder mededogen legt hij de tekortkomingen ervan bloot: de nietsontziende corruptie en belangenvermenging, het brutale optreden van de politie en andere vormen van machtsmisbruik, de hypocrisie van de bourgeoisie, haar hang naar vergane glorie en haar onvermogen om in de eigen tijd te leven.

In het nawoord bij deze roman omschrijft Pitol zijn romans als 'logboeken van een bewogen tijdperk'. 'Het geluk getrouwd te zijn' dateert uit de derde fase van zijn schrijverschap, die wordt gekenmerkt door een groteske toonzetting. Binnen de erg gevarieerde Mexicaanse literatuur is Pitol de auteur van de subtiele toets. Hij laat een heel eigen, altijd sceptische stem horen, waarmee hij uitdrukking geeft aan de ondoorgrondelijke paradoxen van de werkelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden