Review

Monument vol nutteloze kennis voor koopman-schrijver Vader Thijm

Michel van der Plas: Vader Thijm, biografie van een koopman-schrijver. Anthos, Baarn; 711 blz. - ¿ 79,50.

LEONOOR DE GRAAF

Het is een op het eerste gezicht raadselachtige zin. Alberdingk Thijm leek immers voor de buitenwereld een op alle punten geslaagd man: een welgesteld koopman, een vrome en toegewijde rooms-katholiek die menigmaal met de clerus in de clinch lag, maar meer dan welke priester of bisschop uit zijn tijd zijn geloofsgenoten zelfbewustzijn heeft bijgebracht. Opvallend dat hij daarvoor vooral in de tweede helft van zijn leven bij andersdenkenden meer waardering kreeg dan in eigen kring. Bij dit alles was hij ook nog dichter en schrijver, die zich ontwikkelde tot een erudiet geleerde en hoogleraar in de kunstgeschiedenis.

Michel van der Plas had een boek van zo'n 700 pagina's tot zijn beschikking om het raadsel van de melancholie in dat leven te benaderen. Dat dit niet helemaal gelukt is, ligt niet aan hem. Hij moet geprezen worden om zijn moed de 5 630 mappen van het Thijm-archief in het Katholiek Documentatiecentrum in Nijmegen door te worstelen, plus het vele gedrukte materiaal en wat er verder nog te vinden was in de archieven van Thijms zwager, de architect P. J. H. Cuypers en de schrijver Lodewijk van Deyssel.

Maar Thijms kinderen zijn Van der Plas voor geweest. Zij hebben behoorlijk huis gehouden in dat archief en alle verwijzingen naar wat zij minder geslaagd achtten (Thijms, waarschijnlijk ongelukkige, huwelijk en zijn platonische verhoudingen met veelal jongere vrouwen) verwijderd. Negenhonderd pagina's telde de Mémoires intimes die Thijm in handschrift had achtergelaten. De enige die dit document gelezen heeft, is zoon Jan - de pater-jezuïet, die het manuscript daarna aan de vlammen heeft prijs gegeven.

Overigens, gelukkig of ongelukkig huwelijk - zeker is dat vader Thijm van geen van zijn kinderen echt plezier heeft gehad en daar zijn we wèl goed over gedocumenteerd. Jan werd tot Thijms grote verdriet priester, Catharina ging - eveneens tot verdriet van haar vader - in het klooster en stapte er na zeven jaar weer uit (opnieuw verdriet), zoon Frank was een dandy die op de beurs failliet ging (met zestigduizend gulden van zijn vader; twee miljoen in de waarde van nu, rekent Van der Plas ons voor) en zoon Karel, alias Lodewijk van Deyssel - ja, het zal je kind maar wezen. Op Karels zo vroeg begonnen schrijverscarrière was vader Thijm wel eventjes trots, maar dat duurde slechts tot de borden en de kopjes door het huis vlogen en de jongen demonstratief naar de hoeren ging.

Van der Plas zoekt Thijms vaderschap uit de titel van zijn boek daarom evenzeer op andere terreinen dan het strikt biologische. De r.-k. emancipator, de groot-Nederlandse gedachte, de neo-gotische beweging, de monumentenzorg - overal ziet Van der Plas bewijzen van Thijms vaderschap, overigens zonder hem ook maar een moment kritisch te benaderen.

Het valt mij bijvoorbeeld op dat de vader van de Nederlandse monumentenzorg, als vader van de neo-gothische beweging, geen vinger heeft uitgestoken toen vrijwel alle r.-k. huiskerken stuk voor stuk verdwenen om plaats te maken voor minder minder bescheiden neo-gotische gevaarten. Daar is best een historisch verantwoord verhaal over te houden, maar daarmee wordt het toch niet minder betreurenswaardig. Alleen met de altijd betogende en bij voorkeur op voetnoten voortschrijdende schrijver heeft Van der Plas kennelijk wat moeite.

Meer dan vijfduizend mappen archief-materiaal heeft Van der Plas in handen gehad. Hij toont zich daarbij een enthousiast en soms zelfs baldadig onderzoeker, die popelt om alles wat hij gevonden heeft ook door te geven.

Dat is niet altijd verstandig. Zoiets moet in een gigantisch boek eindigen - te gigantisch en te overdadig haast. Maar dat oordeel slik ik toch maar meteen weer in, want Van der Plas moet mij vooral niet vragen wat hij dan wel had moeten schrappen. Ik zou het niet weten. Aan mij is alles besteed: de sigarenpeuk die via Thijms dakgoot in de regenput van zijn buurvrouw terechtkwam, maar ook de dreigende spanning bij de Den Briel-feesten in 1872, toen Thijm voor alle zekerheid een revolver in huis nam.

Er zit een heerlijke paradox in dit boek. Thijm is in zoverre een typisch 19e-eeuwse schrijver dat al zijn werken, zelfs zijn gedichten, onder zijn handen tot een betoog uitgroeiden en dienstbaar werden gemaakt aan het nut (het l'art pour l'art is van de volgende generatie). Dat aan deze exponent van de nuttigheid zo'n monument vol nutteloze kennis is gewijd, geeft dan de meeste voldoening.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden