PoëzieJanita Monna

Monter poëziedebuut van Anna de Bruyckere maakt intrigerend uitstapje over de soortgrens

De debuutbundel van Anna De Bruyckere biedt tal van leegregels, maar verzandt niet in zelfhulppoëzie.

Je hebt maar één leven en dus kun je er maar beter het beste van maken. Het is een cliché van jewelste, dat je te pas en te onpas hoort. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Daar zijn dichters voor. Die leggen zo’n ongrijpbaar begrip als ‘leven’ op de tekentafel en veranderen ‘je’ in een architect. In iemand die – ‘Muurtje eruit, pui erin. Veel glas.’ – orde schept in de chaos van het leven: ‘je krochten geschikt/ voor permanente bewoning.’

Zo’n dichter is bijvoorbeeld Anna de Bruyckere (1987), die eerder al stadsdichter van Middelburg was. Bovenstaande regels komen uit ‘Bouwtekening’, het titelgedicht van haar debuut, dat nog wel meer ‘leefregels’ bevat, twee hele series zelfs.

Voor wie nu denkt: O jee, zelfhulppoëzie, dat is Voor permanente bewoning allerminst. Want De Bruyckere dicht weliswaar over grote, abstracte noties, over leven, dood, pijn, over lichaam en geest, of over hoe jezelf niet te veel in anderen te verliezen (‘Wees liever vestingstad’), maar zonder dat ze die nadrukkelijk opvoert. Filosofische vragen leiden vaak tot verrassend concrete gedachtenexcercities: ‘In de kern lijken de dingen toch zo vaak hetzelfde, ook/ wat een medicijnman doet, wat een minnaar en wat een rivier’.

Anekdotiek is daarbij vaak wel op de achtergrond aanwezig, maar De Bruyckere houdt ’m net buiten het zicht van de lezer. Zoals in de reeks ‘Olijf’, over een jongetje dat kopjes soep verzameld, een moeder in een tent die ‘welkom’ ademt en een versteende olijfboom die alles gadeslaat, de kopjes soep ‘bewaakt’. Of in een gedicht waarin, kort nadat een dierbare is overleden, een fietstochtje wordt gemaakt waarbij ‘We zouden nog’ meerijdt.

Door de montere ondertoon – ‘Een lichaam kan in tweestrijd raken? ja’ – wordt De Bruyckeres klankrijke stem nooit zwaar. En al zijn niet alle gedichten in dit debuut geslaagd, dat wordt dan weer goedgemaakt met een gedicht als ‘Zelfkennis’. Daarin mondt een spelletje ‘stel je was iets anders’ uit in een intrigerend uitstapje over de soortgrens. Want zou dat andere geen regen kunnen zijn? En stel, je was regen, wat zou je dan doen? ‘Ik zou me vragen// elke druppel te herinneren/ want waar die valt daar horen we/ elkaar. Horen we te zijn, vallen we even// samen.’ Regen die verbindt. Het mag herfst worden.

Voor permanente bewoning 
Cossee; 64 blz. € 19,99

Bouwtekening

Lege ruimte ben je nooit geweest.

Lichaam en geest?

Een rommelschuur waar wat orde in geschapen moet.

Muurtje eruit, pui erin. Veel glas. Isolatie onder het dak.

(Want vorstelijk heeft niets met kou te maken en

afzondering niet alles met moed.)

Wat je hier doet?

Je vingers versoepelen voor het tekenen.

Je ogen trainen op stijlen, materialen, brandveiligheid.

Je hersenhelften kneden voor de verhoudingen die uitgemeten

de kostenplaatjes die berekend moeten worden.

In je schouders de schuilkelders

voor jong aangeleerde angsten ontmantelen.

Heilzamere houdingen voor aan de tekentafel proberen.

De nog onbestaande lijnen en constructies die je gaat verzinnen

een voor een ontfutselen aan je hoofd, je hart.

Alles is al voorbereid en uitgedacht.

Talent, het verborgene en dat aan je oppervlak,

in kaart gebracht en alles past. Maar het is jouw werk.

Tot je een gedegen kasteel, een geheel vernieuwde koning –

tot je de meesterbouwkundige geworden bent

die in je krochten huist

je krochten geschikt

voor permanente bewoning.

Anna de Bruyckere

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden