Review

'MONDJE WAT WIL JE? HARTJE WAT BEGEER JE?'

Herman Pleij: Dromen van Cocagne. Middeleeuwse fantasieën over het volmaakte leven. Prometheus, Amsterdam; 544 blz. - ¿ 85 (gebonden) en ¿ 55 (paperback).

T. VAN DEEL

De eerste tekst, een gedicht van ruim honderd regels, is van 1460, en staat nog duidelijk in de orale traditie. De tweede, ook berijmd, is van 1510 en komt in veel opzichten met de eerste overeen, maar is uitvoeriger en geeft er blijk van al verankerd te zijn in de schriftelijke overlevering. In beide teksten heet het droomland Cocagne. De derde, gedrukt in 1600, is een prozatekst van enige omvang, geschreven in oktober 1546 blijkens de spotdatering: “doe men schreef duysendt suyckerkoecken, vijfhondert eyervladen, ende sesenveertich gebraeden Hoenderen, in de Wijnmaent, doe de pastyen wel smaeckten”. Hier heet het land Luilekkerland.

Er is aan deze teksten door de medioneerlandici, zoals ze zich tegenwoordig noemen, nauwelijks aandacht geschonken, wat te maken heeft met het feit dat ze literair of esthetisch onopvallend zijn. Wel waren ze door folkloristen zo nu en dan opgemerkt, maar een bevlogen onderzoek naar de functie van de verhalen over Cocagne en Luilekkerland is achterwege gebleven. Nu de medioneerlandistiek zich al geruime tijd op het standpunt stelt dat het moderne literatuurbegrip niet opgaat voor de Middeleeuwen en de bestudering ter hand heeft genomen van voordien geminachte teksten uit de volkscultuur, ligt er een enorm veld van onderzoek braak.

Herman Pleij, hoogleraar Middelnederlandse letterkunde in Amsterdam, is de stuwende kracht achter deze nieuwe omgang met middeleeuwse teksten. Hij is uit op het schrijven van een beschavingsgeschiedenis of een ideeëngeschiedenis van de late Middeleeuwen en het begin van de moderne tijd aan de hand van schriftelijke bronnen.

In eerdere, zeer stimulerende boeken heeft hij onder andere volksfeesten als de vastenavondviering, meer in het bijzonder de rol van het Gilde van de Blauwe Schuit, in een breed maatschappelijk en ethisch perspectief geplaatst. En nu heeft hij dat op werkelijk overweldigende wijze gedaan met de drie teksten over Cocagne en Luilekkerland.

Hoe lijvig zijn studie 'Dromen van Cocagne' ook is, bijna vijfhonderd bladzijden, men hoeft zich geen ogenblik te vervelen, want er blijken telkens nieuwe, onverwachte kanten te zitten aan Cocagne. De voorstelling van een droomland, een paradijs waar niemand zelfs ook maar iets mag uitvoeren en waar de gebraden duifjes de bewoners vanzelf de geopende mond in vliegen, waar de muren gemaakt zijn van worsten, de huizen bedekt zijn met vlaaien, de rivier van heerlijke wijn is en waar men in een verjongingsbron drieëndertig jaar kan worden - zo'n voorstelling is al oud en heeft een lange orale geschiedenis. Ook in andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Ierland. Zelfs de antieken hadden vergelijkbare voorstellingen.

Eten, of liever gezegd vreten, en luieren, dat zijn de belangrijkste aspecten van Cocagne. Pleij legt overtuigend het verband met de angst van de middeleeuwse boer, want de Cocagne-droom moet in het plattelandsmilieu zijn ontstaan, voor hongersnoden, de vrees voor gebrek aan voedsel. Het zal een ware obsessie in die tijd geweest zijn. De Cocagne-droom heeft aanvankelijk als een soort uitlaatklep gewerkt, waardoor men zich van die angst kon bevrijden. De dagelijkse, harde strijd om het bestaan, het werken om te kunnen eten, de voedselschaarste, dit alles werd opgeheven in de paradijselijke tegenwereld van Cocagne, die een wensdroom is, een compensatie voor het aardse ongemak.

Uitvoerig gaat Pleij met behulp van een vloed aan middeleeuwse bronnen de eetgewoonten na van de middeleeuwer, in de verschillende milieus van boer, geestelijke, burger en adel. Fantastische verhalen zijn daarbij, zoals die over ware Bourgondische eetfestijnen, waarop in reusachtige taarten naakt gedanst wordt of waarbij een heel orkest zit te spelen in een reusachtige paté. Bij alle schaarste gaf de middeleeuwer zich soms nadrukkelijk aan een groot schransen over, bijna alsof de hongersnood hem op de hielen zat.

Cocagne is geen bestaand land, het is een verbeelding waarin men natuurlijk niet geloofde, maar waarin men wel spanningen kon afreageren. Het is opmerkelijk dat in dezelfde tijd aardse paradijzen beschreven worden die elementen van Cocagne in zich dragen. Het wordt uit Pleij's beschrijving van de middeleeuwse voorstellingen van de Hof van Eden, van het er vlakbij gelegen land van Pape Jan en van het Hemelse Jeruzalem duidelijk dat Cocagne zich bevindt in een heel complex van beelden waarmee de middeleeuwse angsten, idealen en waarden konden worden uitgedrukt.

Columbus ontdekte de Nieuwe Wereld en ook andere reizigers deden verslag van wat zij ver van huis aan wonderbaarlijks hadden aangetroffen, paradijzen, waar de mensen een andere kleur hadden en ongekleed gingen en waar bovendien edelstenen en goud in ruime hoeveelheden voorkwamen. De beelden die in reisbeschrijvingen van deze werelden gegeven worden, sluiten op verschillende punten bij Cocagne aan. Het zijn lustoorden, niet alleen wat het voedsel betreft, ook in seksueel opzicht, want de vrouwen bieden zich willig aan en er heerst volmaakte promiscuïteit. Seks is een latere toevoeging aan Cocagne, dat aanvankelijk vooral een wereld van niets doen en veel eten was. In de Luilekkerlandtekst, medio zestiende eeuw, valt te lezen dat er aan seksueel verkeer geen gebrek zal zijn:

“Vrouwtjes die graag op hun rug liggen, staan in dit land in zeer hoog aanzien. Hoe lichtzinniger en hoe smakelijker ze zijn, hoe meer ze geliefd worden. Want al is het zo dat het gezegde luidt dat geile hoeren duur om te onderhouden zijn, dan gaat deze waarheid in dit land zeker niet op. Elk zinnelijk genot is er namelijk in overvloed te krijgen, zonder dat er enige kosten aan verbonden zijn. Men hoeft maar te zeggen of zelfs te denken: mondje wat wil je? Hartje wat begeer je?”

Pleij ziet in deze latere toevoeging aan het Cocagne-verhaal een aanwijzing voor de route die het verhaal heeft afgelegd, namelijk van de plattelandscultuur naar de stadscultuur. In die laatste waren waarschuwingen op het gebied van de seksualiteit veel noodzakelijker en ging Cocagne, dat toen Luilekkerland was gaan heten, als geheel een duidelijker moraliserende functie vervullen. Niet hard werken en toch aan de kost komen en bovendien nog de bloemetjes ongeremd buiten zetten, dat was geen bestaan zoals het in alle eer en deugd, volgens goddelijke regels, geleid moest worden.

Ten minste drie van de zeven hoofdzonden worden in Luilekkerland bedreven: ledigheid, vraatzucht en onkuisheid. Cocagne is, wat zijn functie betreft volgens Pleij geëvolueerd van een compenserende droom voor de boeren tot een leerschool voor de stedelingen.

Behalve met paradijsvoorstellingen, aardse of hemelse, met reisverslagen over verre en vreemde landen en volken, blijkt Cocagne ook nog iets te maken te hebben met ketterse bewegingen in de Middeleeuwen. Het land heet geregeerd te worden, merkwaardig genoeg, denkt men bij eerste lezing, door de Heilige Geest. Destijds waren er vrijgeesten die zich inspanden om het rijk van de Heilige Geest in vervulling te doen gaan, wat betekende dat er onbegrensd gegeten en gepaard kon worden.

Ten slotte brengt Pleij het dan al zo royaal en gedreven becommentarieerde Cocagne in verband met het verschijnsel van de omgekeerde wereld, zo belangrijk in de vastenavondviering. Het spotsermoen van Sint-Niemand, bijvoorbeeld, raadt de gelovigen het volgende aan: “Doet uw uiterste best om goed te begrijpen, dat de hemel openstaat voor degenen die zich bezuipen, anders kan ik het niet zeggen. Vandaar mijn beminden, neemt toch uw ziel in bescherming en spaart bezit noch erfenis, ook al zouden uw kinderen van honger omkomen. Drinkt altijd een stuk in uw kraag, waar u de kans krijgt.”

Cocagne is de omgekeerde wereld en als zodanig een moraalspiegel. Men kan eruit aflezen wat het publiek dat deze teksten hoorde of las werd geacht te doen of te denken. Het zijn natuurlijk behalve leerrijke ook humoristische teksten, de les en de lach stonden in de Middeleeuwen in elkaars dienst. Wie de Cocagne-verhalen wil lezen als parodieën op echte reisverhalen of op sensationele visioenen van vastende geestelijken, en die mogelijkheid bestaat, kan er zelfs dubbel om lachen. Cocagne is pure verbeelding en op geen enkele kaart aan te wijzen, al is het niet onmogelijk dat het Utrechtse Kokkengen ernaar vernoemd is. Maar dan ook al weer als grapje.

'Dromen van Cocagne' is een schitterende studie, breed en diepgaand en altijd weer terugkomend bij het uitgangspunt van de drie teksten. Er wordt een wereld in opgeroepen die achter deze teksten, en heel veel andere, zit en die een geheel andere wereld is dan de onze, waarin Cocagne geen rol meer speelt, alleen als verhaal voor kinderen. Pleij heeft ook een nieuwe Middeleeuwen opgeroepen, omdat hij nieuw materiaal heeft aangeboord en daar met een nieuwe, niet esthetische blik naar kijkt.

Zijn boek lijkt mij een hoogtepunt in de toch al niet weinig bloeiende medioneerlandistiek, die in dit geval trouwens wel cultuurgeschiedenis kan heten. Het is een studie, maar alle noten zijn naar achteren verdreven, waardoor het oogt en leest als een roman. Wie dat voor elkaar krijgt, met deze uitgebreide en vaak specialistische materie, heeft groots werk verricht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden