Opinie

Molen als decor

Toneelgroep De Kale speelt Bredero’s ’De klucht van de molenaar’ op zes buitenlocaties bij – hoe kan het ook anders – windmolens.

Een extraatje, om de emoties er na een heftige tragedie eens goed uit te lachen. Dat is hoe een komisch stuk als ’De klucht van de molenaar’ van G.A. Bredero (1585-1618) oorspronkelijk bedoeld was. Het publiek mocht niet met een naar gevoel naar huis, dus de uitsmijter moest van hilariteit aan elkaar hangen. Hoe platter hoe beter, zullen de kluchtschrijvers in de zeventiende eeuw gedacht hebben.

Logisch dat er weinig diepgang te vinden is in ’De klucht van de molenaar’ – of kortweg ’Meulenaer’. Voor toneelgroep De Kale geen probleem. „We laten de klucht de klucht”, zegt Vastert van Aardenne, die de rol van molenaar Slimme Piet vertolkt. „Juist de eenvoud maakt het stuk grappig. We proberen geen diepgang te creëren die er niet is.” Het bleek in 2002 en 2003 al een uitstekende manier te zijn om dit verhaal te brengen. De vier spelers van De Kale werden door de pers geprezen om hun ’schaamteloze behandeling van het flinterdunne Bredero-plotje’.

De klucht bevat het thema ’de bedrogen bedrieger’. Slimme Piet en zijn vrouw Aaltje Melis krijgen een onverwachte logé. Trijn Jans, een inwoonster van Amsterdam, staat voor de gesloten stadspoort en wil niet in een onguur plattelandscafé belanden. Na kort overleg besluit het molenaarsechtpaar om Trijn Jans een slaapplek te geven: ’Komt in moer, hangtje huyck op, en setje manckje neer.’ Al snel blijkt Slimme Piet uit te zijn op een buitenechtelijk avontuurtje met Trijn Jans. Zij geeft tegengas, maar ziet een nachtelijke vrijpartij uiteindelijk toch wel zitten. Piet reageert verheugd:

„Mien jy ’t, mijn hertje? Soo gheef me dan ien soen”.

Trijn Jans: „Wel, dat ’s een kleyne saek, dat wil ick geeren doen. Maer als gy flus over tafel sit, hout jou dan wat statich. Ick sel oock mijn best deon dat ick mijn bedwing en hou matich: want dattet jou Wijf sach, sy worden jalours.”

Het tweetal houdt de afspraak stil voor Piets vrouw. Dan verlinkt Trijn Jans alsnog de seksbeluste molenaar. Een simpele wisseltruc moet de overspelige echtgenoot voor eens en altijd een lesje leren.

Toneelgezelschap De Kale gebruikt de oorspronkelijke, Oudhollandse dialogen uit de klucht. Daarin zitten veel Vlaamse invloeden. Na de Spaanse verovering van Antwerpen in 1585 weken namelijk veel Vlamingen uit naar Mokum. „Het publiek verstaat dat vaak niet helemaal, maar begrijpt de strekking perfect”, zegt Van Aardenne. „Leuk is dat zelfs in Bredero’s tijd niet alles te verstaan was. De dichter verzon zelf termen, zoals Van Kooten en De Bie dat in onze tijd doen. Bij Bredero’s ’Ellemallementen!’ weet je direct dat het een vloek moet zijn. Zoiets als: verdorie nog aan toe!”

Bredero heeft zich voor het plot waarschijnlijk laten inspireren door volksverhalen over intriges en seksuele losbandigheid op het platteland. De molenaar had in Bredero’s tijd de reputatie van een rokkenjager. „Ze waren ’s nachts vaak in touw en het malen met molenstenen was van oudsher een metafoor voor seksuele activiteit. Bovendien bevond de molen zich veelal aan de rand van de stad, waar gemakkelijk dingen konden gebeuren die het daglicht niet konden velen”, schrijft R. Chamuleau in het voorwoord van zijn eigentijdse vertaling van de klucht. Duidelijk is dat Bredero die opvatting over het plattelandsvolk deelde.

Toneelgroep De Kale kan het geslaagde kunstje uit 2003 haast op de automatische piloot herhalen, zou je denken. De teksten zitten per slot van rekening nog ergens opgeslagen in een hersenkamertje. Bovendien zijn regisseur Victor van Swaay en de spelers geen onbekenden van elkaar.

Maar er is één groot verschil. De uitvoering van de klucht verplaatst zich van de theaterzaal naar het levende decor van het oer-Hollandse landschap. Marieke de Kruijf, in de rol van de stadse vrouw Trijn Jans, ziet het al voor zich: „Ik kan op sommige locaties uit de verte aan komen lopen, dat is geweldig. Je kunt de omgeving heel goed gebruiken in het spel. Er kan natuurlijk altijd iets onverwachts gebeuren. Daardoor is alles compleet anders dan in een schouwburg.”

Voor de voorstellingen wordt bij de molens een tijdelijke tribune geplaatst, die plaats biedt aan maximaal 250 gasten. Van Aardenne: „Groter dan dat willen we het niet maken. We moeten zorgen dat iedereen ons goed kan horen, zo in de buitenlucht.” De veertien voorstellingen worden gehouden in Kinderdijk, De Zaanse Schans, Groningen, Heerenveen, Nieuwegein en Gouda. De toneelgroep hoopt in het kader van het Jaar van de Molen, in samenwerking met de Vereniging Hollandse Molens, een bijdrage te leveren aan de instandhouding van molens in Nederland.

Het heeft iets romantisch, theater op een buitenlocatie. Wolkenpracht als decor, zicht over de uitgestrekte velden en een verkoelend briesje. Maar in Nederland kun je, ook in de zomer, wel eens een onverwachte bui op je hoofd krijgen. Bij een buitenvoorstelling is er één die de regie in handen heeft en dat is de natuur. „Als het weer ons echt in de steek laat, spelen we het stuk alsnog ergens binnen”, zegt Van Aardenne, „maar wij gaan uit van twee zonovergoten maanden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden