Mokum in het MoMA

Het Museum voor Moderne Kunst in New York kijkt terug op de tijd dat Amsterdam een broeinest van experimentele kunst was.

Frank Kools

Het eerste beeld van de expositie ’In & Uit Amsterdam’ in het New Yorkse MoMa-Museum had niet beter gekozen kunnen worden. Zo kort nadat dichter Simon Vinkenoog is overleden, hangt daar de poster van ’Open-het-Graf’ uit 1962. Dat was de eerste happening in Amsterdam, die Vinkenoog mee hielp opzetten. Thema van dat geïmproviseerde kunstproject: ’Het eren van de doden’.

Amsterdam was niet de eerste stad waar een happening plaatsvond. Enkele steden in Amerika, maar ook Parijs en Londen hadden er al gehad. „....en nu dus Amsterdam”, zo schreef Vinkenoog. „Wees blij dat u erbij bent. Er zal nog veel meer met u gebeuren.” Naast Vinkenoog staan op de poster ook acteur Donald Jones, schrijver/kunstenaar Jan Cremer en dichter Johnny van Doorn als zijn ’handlangers’ vermeld.

Er is in Amsterdam inderdaad nogal veel gebeurd op kunstgebied in de jaren ’60 en ’70. Onder invloed van de provo-cultuur, het progressieve beleid van het Stedelijk Museum en de voortrekkersrol van de galerie Art & Project van Geert van Beijeren en Adriaan van Ravesteijn werd de hoofdstad een brandpunt van de conceptuele kunst.

Die beweging vond de oude kunstwereld met zijn nadruk op schilderijen en de technische vaardigheid van de artiest te beperkend. De kunstenaar moet niet allereerst maker van voorwerpen zijn, maar bedenker van concepten of ideeën. Hij kan zijn kunst doorgeven via performances, happenings, video’s of films. Hij kan dat binnen de muren van musea doen, maar evengoed daarbuiten.

Vanaf afgelopen zondag kan het publiek in het MoMa werk van tien kunstenaars zien die in die wilde periode voor korte of langere tijd in Amsterdam neerstreken. Daaronder een bekende Amerikaan, zoals Sol LeWitt, het Britse kunstenaarsduo Gilbert & George, Duitsers en Nederlanders. De getoonde werken zijn allemaal ooit voor het eerst in Amsterdam tentoongesteld.

Die kunstenaars reisden wat af in die periode. Ook de Nederlanders vlogen Amsterdam in en uit. Niet zo verwonderlijk spelen plattegronden dan ook een voorname rol in de expositie, die plaatsvindt in het kader van het herdenkingsjaar Hudson 400. De Nederlander Jan Dibbets vroeg in 1971 abonnees van het bulletin van galerie Art & Project de helft van het blad terug te sturen. Op vier landkaarten geeft Dibbets aan vanwaar hij post terugkreeg.

Een navrant werk is ’Op zoek naar het Miraculeuze’ van zijn landgenoot Bas Jan Ader. In die installatie loopt Ader ’s nachts met een zaklamp langs een snelweg in Los Angeles, gefotografeerd door zijn vrouw. Zijn leerlingen zingen op de band zeemansliedjes. Het laatste onderdeel van het werk is nooit afgemaakt, omdat Ader in 1975 bij een zeiltocht over de Atlantische Oceaan spoorloos verdween.

Het hoogtepunt van de expositie vormt de installatie ’100 Boeken 00-99’. Daarin heeft de Duitse Hanne Darboven een eeuw gevat in honderd boeken, die of 365 of 366 pagina’s tellen en open op tafels liggen. „Het is een landschap van boeken, dat het verloop van de tijd vangt”, aldus curator Christophe Cherix.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden