Moederziel alleen

Beeld ANP

In zijn brieven aan Reve getuigt Kousbroek van zijn wanhopige zoektocht naar ritueel en zin. 

Het boekenweekthema 1997, ‘God in de letteren’, bracht essayist Rudy Kousbroek (1929-2010) aan het foeteren tegen geloof en godsdienst. Daarbij had hij het vooral voorzien op jodendom, christendom en islam. Geworteld als die waren in ‘xenofobe herdersculturen uit vroeger eeuwen’ hadden ze “niets zinnigs te vertellen over democratie en rechtvaardigheid, over ecologie en de morele toelaatbaarheid van homosexualiteit, over genentechnieken, vrouwenrechten, voortplanting, geboortebeperking, erfelijkheid, vruchtbaarheid, verlengde levensduur, de status van dieren en noem maar op, het leven zelf.” Wie de deur opende voor het geloof haalde meteen ook de achterlijkheid in huis.

Dat achter deze ferme uitspraken iemand schuilging die wanhopig op zoek was naar de zin van zijn bestaan, zonder te weten waar of in welke richting, is de verrassende uitkomst van de pas gepubliceerde brieven die Kousbroek schreef aan Gerard Reve (1923-2006).

Correspondentie begon in 1979

Hun correspondentie begon in 1979. Kousbroek was na een kort Haags intermezzo weer in Parijs gaan wonen, Reve verbleef sinds geruime tijd in het Zuid-Oosten van Frankrijk. Zowel de een als de ander had daar bewust voor gekozen, niet het minst vanwege een diep gekoesterde weerzin tegen Nederland en de Nederlanders. Voor Kousbroek kwam daar in 1979 nog eens bij dat zijn huwelijk met schrijfster Ethel Portnoy op de klippen liep. Zijn terugkeer naar Parijs werd mede ingegeven door de omstandigheid dat daar een nieuwe liefde was opgebloeid. Niet dat hij er gelukkig van werd. Brief na brief ging Kousbroek bij Reve te biecht en getuigde van zijn schuldgevoelens tegenover het gezin dat hij in de steek gelaten had, zijn levensonmacht, en niet te vergeten zijn writer’s block.

Auteursrechtelijke redenen hebben het onmogelijk gemaakt dat dit brievenboek ook het aandeel van Reve omvat. Wel kunnen we raden hoe deze roomse bekeerling de tobbende Kousbroek heeft willen bemoedigen: gewoon katholiek worden, de geloofsartikelen symbolisch opvatten, geregeld een kaars opsteken en minstens eenmaal per jaar op bedevaart. Niet al die adviezen wees Kousbroek zonder meer van de hand. Hij was zelfs openlijk teleurgesteld en ook wel een beetje jaloers toen Reve zonder hem richting Lourdes bleek te zijn afgereisd.

Lange brief 

Kousbroek vond pas een minimum aan houvast toen hij na jaren van getob en nutteloos heen en weer geschrijf een lange brief schreef die over Reve’s hoofd gericht was tot zijn eigen achterban, de - niet bepaald gelovige - lezers van NRC Handelsblad. Er was één religieus fenomeen waarvoor Kousbroek wel een lans wilde breken: het ritueel. Weliswaar was het niet bij machte om ook maar iets te veranderen aan de zin- en uitzichtloosheid van het leven, maar het bood wel de mogelijkheid je ermee te verzoenen. “Je bent nog steeds moederziel alleen in een heelal dat zich niet om je bekommert, er wordt geen enkel nieuw perspectief door geopend, geen hoop ergens op, niets, niets. Maar je bent zelf veranderd.” Wat zo’n ritueel behelsde deed er niet toe. In zijn anti-godsdienstig boekje ‘Hoger honing’ (1997) zou Kousbroek naderhand bekennen dat hij het niet drooghield wanneer hij las hoe J.D. Salingers personage Franny onophoudelijk bad: Lord Jesus Christ have mercy on me. Maar het had hem niets uitgemaakt als Franny een of andere nonsenstekst zou hebben gepreveld. Hoe zinlozer de inhoud, des te passender en troostrijker de vorm.

Toen Kousbroek zijn open brief publiceerde, was het contact tussen hem en Reve al aardig verflauwd. Hij zal vast moe zijn geworden van een correspondent die vastzat in zijn eigen refreinen en voornamelijk brieven schreef bij wijze van stijloefeningen. Voor Reve was de geadresseerde meestal geen relevante factor.

In 1989 stokte de correspondentie definitief. Bij wijze van toegift gunde Reve zijn voormalige penvriend nog een weinig flatteus optreden in zijn roman ‘Het Boek van Violet en Dood’ (1996). Kousbroek is duidelijk herkenbaar in het personage Eddy Kleingeld, een geharde rationalist die in vogelzang niets anders kan horen dan baltsgedrag en territoriumdrift. Reve brengt daar tegen in dat een vogel “gewoon uit zichzelf, spontaan dus, een geheel nieuw lied voor God zingt, dat niemand hem geleerd heeft, intuïtief dus, door een diepe vroomheid. Wist jij dat bijna alle vogels katholiek zijn, zelfs als ze niet zingen?”

Beeld Rudy Kousbroek

Rudy Kousbroek
Seks, natuurlijk, maar vooral orde; brieven aan Gerard Reve
Atlas Contact; 159 blz., € 24,99

Lees hier meer boekrecensies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden