Review

Moeder aller zuchtmeisjes

Françoise Hardy geldt als de koningin van het Franse chanson. In haar autobiografie, die volgende week in het Nederlands verschijnt, schrijft ze over haar zangcarrière en haar liefdesleven. ’Je voelt je altijd aangetrokken door mensen met problemen die de jouwe versterken.’

’Een beproeving”. Zo kenschetst Françoise Hardy de opnames van de cd waaraan ze momenteel de laatste hand legt. „Ik duik altijd met veel enthousiasme in zo’n project”, zegt de gevierde chansonnière aan de glazen tafel in de zitkamer van haar appartement nabij de Arc de Triomphe in Parijs.

„Maar ik vergeet steeds de kwellingen, de conflicten en de aanstellerij die bij zo’n opname komen kijken.” Theatraal heft ze haar tengere armen ten hemel. Zorgen zijn er ook dit keer in overvloed. „Eén van de muzikanten, waarvan we dachten dat hij heel goed was, valt tegen. Hetzelfde geldt voor de producent.”

Ze heeft dus maar een weekje vrij genomen. Meer dan dat kan niet: in december moet de cd, waarvan ze tien van de twaalf nummers schreef, voltooid zijn. Françoise Hardy is dus alles behalve een ster in ruste.

Vanaf het moment dat ze op achttienjarige leeftijd haar televisiedebuut maakte met ’Tous les garçons et les filles’ (1962), rees die ster pijlsnel tot grote hoogte. ’De koningin van het chanson’ wordt ze genoemd. Ze werkte samen met de legendarische zanger/songwriter Serge Gainsbourg en acteerde in films van ondermeer Roger Vadim. Toen Bob Dylan op 26-jarige leeftijd naar Frankrijk kwam, wilde hij maar twee mensen zien: Brigitte Bardot en Françoise Hardy.

Moeder aller zuchtmeisjes, zou je haar kunnen noemen, naar het genre waartoe ook de Franse first lady Carla Bruni wordt gerekend. Vorig jaar publiceerde ze haar memoires in het Frans. Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling, die de ondertitel ’Een roemrijk vrouwenleven’ draagt.

Roemrijk was dat leven zeker. Bewogen was het ook. Het woord ’beproeving’ is ook hier op zijn plaats: het leven als studio-opname.

Hardy werd in 1944 geboren in het negende arrondissement in Parijs, toen nog een volkswijk. Haar vader, een fabrieksdirecteur, schitterde door afwezigheid en ze werd opgevoed door twee vrouwen: haar moeder, die alles op haar projecteerde wat ze zelf niet had kunnen worden, en haar grootmoeder, die haar zelfvertrouwen stelselmatig ondermijnde.

„Verpletterend”, noemt Hardy die situatie nu. „Ik zat bekneld tussen twee radicaal aan elkaar tegengestelde vrouwen, zonder dat ik me in een van beiden werkelijk kon herkennen.”

Het was in ieder geval geen prettige omgeving voor een jong meisje dat al genoeg tobde over haar lichaam en haar existentie. Voor haar eindexamen kreeg ze een gitaar. Muziek bood een goede uitlaatklep voor haar angsten en onzekerheden; die over de liefde met name.

„Ik wilde graag mijn kant van de waarheid laten zien”, zo verklaart ze haar beslissing om haar memoires uit te geven. „Er is in de loop der jaren veel over mij geschreven en daar zat ook een hoop onzin tussen. Zonder twijfel zal dat in de toekomst nog wel vaker gebeuren, maar nu staat daar in ieder geval mijn eigen visie tegenover.”

Het schrijven was soms confronterend, omdat het haar dwong naar zichzelf te kijken. „Ik ben altijd iemand geweest die veel met haar gevoelens overhoop heeft gelegen, vooral waar het aankwam op gevoelens van amoureuze aard. Door daar gedurende een lange periode over na te denken, leer je menselijke verhoudingen beter begrijpen.”

Of ze bepaalde dingen anders zou doen, betwijfelt ze. „Er is nu eenmaal zoveel wat je op je twintigste niet weet en ook niet weten kunt. Zelfs als mensen het je zouden vertellen, dan nog zul je het nodige moeten doorstaan om daar de waarheid echt van in te zien.”

Een liefdesrelatie, zo leerde ze, is een ’neurotische verankering’, want, aldus Hardy, „je voelt je altijd aangetrokken door mensen met problemen die de jouwe versterken”. Geen erg aansprekend idee van de liefde, maar in het geval van Hardy klopt het geheel met de werkelijkheid, zeker waar het aankomt op haar relatie met de zanger en acteur Jacques Dutronc, bekend van het liedje ’Il est cinq heures, Paris s’éveille’ (Vijf uur ’s ochtends, Parijs ontwaakt).

In 1968 namen ze de wijk naar Corsica, de Franse hoofdstad vol rebellerende studenten latend voor wat ze was. „Het waren idyllische weken”, schrijft Hardy in haar autobiografie. „De eerste en laatste van onze lange, vreemde relatie.”

Ze bleven bij elkaar, kregen een zoon, en staan elkaar nog steeds heel na. Maar vanaf 1969 veranderde het exclusieve karakter van hun relatie. Dutronc vertoonde zich nog maar zelden, zei afspraken op het laatste moment af en had affaires met andere vrouwen, waaronder actrice Romy Schneider.

„Maar daar stond veel tegenover”, haast Hardy zich te onderstrepen, „want Jacques is en blijft een heel charismatische man. Hij deed mij vibreren en wist mij te betoveren. Steeds opnieuw. Natuurlijk was ik ontzettend jaloers wanneer ik vermoedde dat hij een verhouding had. Maar ik koesterde een heel opofferingsgezind idee van de liefde. Binnen dat idee is jaloezie niet iets waar je de ander mee lastig valt.”

Het bevestigde de kwetsbaarheid die ze van jongs af aan vis-à-vis de wereld had gevoeld en die ze ook onmiddellijk herkende bij de schrijver Michel Houellebecq. „Toen ik hem voor het eerst op televisie zag, werd ik onmiddellijk getroffen door zijn onbeholpenheid en de mate waarin hij leed. Dat fascineerde me, en ik ben hem toen gaan opzoeken. Ik voelde een zielsverwantschap en we zijn nog steeds heel goed bevriend.”

Het chanson is voor Hardy daarom tegelijk de uitlaatklep en de uitdrukkingsvorm van haar kwetsbaarheid en onzekerheid. Ze moet vaak denken aan een lied van Alain Souchon, die ooit zei dat hij zong om te zorgen dat een meisje verliefd op hem werd, en vervolgens, als dat gelukt was, dat ook blééf.

Vijfentwintig soloalbums leverde Hardy tot dusver af. In 2006 boekte ze ongekend succes met ’(Parenthèses...)’, een album met remakes in de vorm van duetten, gezongen met grootheden als Alain Bashung, Julio Iglesias en Ben Christophers. Dat album kwam tot stand in een periode waarin Hardy naar eigen zeggen nauwelijks goede nieuwe melodieën aangeleverd kreeg.

„Het album werd geboren uit noodzaak, in een tijd waarin veel mensen om mij heen teruggrepen op oude nummers. Ik begon al te vrezen voor de toekomst van het chanson.”

Die vrees is volgens Hardy ongegrond, al erkent ze dat het klassieke Franse chanson zijn prominente plaats in de wereld dankzij de opmars van het Engels al lang geleden heeft verloren. „Maar in Frankrijk is veel nieuw jong talent opgestaan. Camille Dalmais bijvoorbeeld, of Julien Doré. En natuurlijk mijn eigen zoon, die de laatste jaren ook niet onverdienstelijk aan de weg getimmerd heeft.”

Hardy’s eigen nieuwe album zal komend voorjaar uitkomen. ’Pluie sans parapluie’ moet het gaan heten, Regen zonder regenscherm. „Die titel roept iets heel eenzaams op, en past daarom goed bij een solitair persoon als ik.”

Françoise Hardy: De autobiografie. Een roemrijk vrouwenleven.

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 384 blz. ISBN 9789038892986

euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden