Modelschip voor de Bataafse oorlogsvloot

Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft het belangrijkste penschilderij van Ludolf Backhuysen aangekocht. Het gaat om een scheepsportret uit circa 1660 van het oorlogsfregat De Vrijheid. Dit schip vormde de basis van de vernieuwde oorlogsvloot, waardoor Nederland in de Gouden Eeuw de belangrijkste maritieme macht ter wereld wereld. Dit penschilderij is voor 1 miljoen euro gekocht van het Koninklijk College Zeemanshoop, een vereniging van zeekapiteins in Amsterdam, en daarmee de duurste aankoop ooit van het Scheepvaartmuseum. Een groot aantal fondsen heeft eraan meebetaald. Het schilderij hing jarenlang in de sociëteit van Zeemanshoop op de Dam.

Henny de Lange

De aanwinst ziet er op het eerste gezicht uit als een pentekening, zo ragfijn zijn de lijntjes. Ludolf Backhuysen (1630-1708) behoorde tot de beste zeeschilders van de zeventiende eeuw. Dit penschilderij is een absoluut hoogtepunt onder de weinige penschilderijen van deze meester. Waarschijnlijk heeft hij deze techniek alleen in het begin van zijn carrière beoefend. Toch moet het volgens het museum gerekend worden tot de beste werken die hij heeft gemaakt. Een penschilderij is in feite een verduurzaamde tekening, meestal op paneel, maar soms ook op doek. Met een tekenpen (in dit geval met een ganzeveer) wordt de afbeelding aangebracht op een witte grondlaag en vervolgens gevernist. Het procédé is te vergelijken met het tekenen op perkament. De techniek van het penschilderen is zeer arbeidsintensief, wat mogelijk de reden is dat Backhuysen er niet mee doorgegaan is. De techniek is vrijwel beperkt gebleven tot de marineschilderkunst en leent zich bijzonder goed voor het weergeven van het subtiele lijnenspel van de tuigage van een zeilschip.

Niet alleen de techniek, ook de afbeelding maakt dit schilderij bijzonder. De Vrijheid was één van de twee nieuwe oorlogsfregatten die de Amsterdamse admiraliteit in 1651 bouwde. Kort daarna brak de Eerste Engelse oorlog uit en bleek dat er een groot tekort was aan goede schepen. Op initiatief van raadpensionaris Johan de Witt besloten de Staten-Generaal om in hoog tempo zestig nieuwe schepen te laten bouwen, naar het model van De Vrijheid. Deze schepen waren de eerste standaardfregatten van de Nederlandse marine. De meeste kwamen pas na afloop van de oorlog (1654) in de vaart, maar tijdens de oorlog werd de juistheid van het vlootbouwbesluit bevestigd. Nooit behaalde de Nederlandse vloot zoveel overwinningen op de aartsvijand als toen.

Het paneel van 75 x 140 cm laat nog een ander aspect van de modernisering van het zeewezen zien. Links, aan de oever van het IJ, staat het Zeemagazijn van de Amsterdamse admiraliteit. Dit gebouw maakte deel uit van een groot modern werfcomplex op het eiland Kattenburg, waarvan de aanleg in 1655 was begonnen. Voor de bouw en bevoorrading van de nieuwe vloot was het magazijn van essentieel belang. Het gebouw was in 1658 klaar en dat is voor dit wel gesigneerde, maar niet gedateerde penschilderij tot nu toe als argument voor de datering gebruikt: omstreeks 1660. Aardige bijkomstigheid is dat in dit voormalige zeemagazijn nu het Scheepvaartmuseum is gevestigd. De aanwinst heeft inmiddels een plek gekregen en zal permanent te zien zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden