Column

Misschien is het de bedoeling dat iedereen aspiring is?

Gerbrand Bakker Beeld Maartje Geels

Methana, de plaatsnaam is de vorige column al gevallen. Vorig jaar was het er erg lekker. Ik was bezig met een boek en het verblijf maakte onderdeel uit van dat boek. Veel beter kun je het niet hebben. 

Het weer was prachtig, zoals dat het weer in Griekenland betaamt. Ik luisterde tijdens het schrijven bijna onafgebroken naar de soundtrack die Hans Zimmer maakte voor de film ‘Dunkirk’. Opzwepende muziek is dat. Dit jaar liggen de zaken anders. We kregen Zorbas over ons heen; de storm zelf duurde dik twee dagen en de dagen eraan voorafgaand waren ook grauw en winderig. Ik luisterde naar niets, had mijn oortjes niet eens mee. Geen project om aan te werken.

Nou ja, geen project? Ik zelf was het project: vlak voor we op reis gingen, begon ik opnieuw met een antidepressivum, een ‘verbeterde versie’ van het middel dat ik voorheen gebruikt heb. Het kan gebeuren dat zo’n middel een tegengestelde werking heeft in het begin. Dat gebeurde. Ik werd in een zwart gat geworpen (Britten spreken bij een depressie wel van the black dog) en had feitelijk een dikke week vierentwintig uur per dag een paniekaanval. Dat is nergens plezierig, maar op reis is dat niet te doen.

Ik ga niet eens proberen het te beschrijven, laat ik volstaan met de uitdrukking ‘de hel op aarde’. Ik kon niets meer, niet eens meer eten. Ik kreeg via mijn therapeut een -pam voorgeschreven die ik ergens in Slovenië bij een apotheek ophaalde. Punt is dat je - hoewel alles in je daarom schreeuwt - niet moet stoppen met het slikken van het antidepressivum, je moet er doorheen; er zal op een bepaald moment een omslagpunt komen.

Ik zat in en om het mooie huis aan zee dus voornamelijk te wachten op dat omslagpunt. Ik was er maar ik was er ook niet. In het gezelschap van een steeds wisselende groep schrijvers. Of beter: mensen die dat willen worden. Ze komen overal vandaan. Sommigen zeggen dat ze gepubliceerd zijn, maar dan fluistert Pauline Slot, die hier ook is, me soms later toe: Ja, op internet.

Vorig jaar was er een stel Britse dames dat een beetje afwerend tegen me deed en toen ze hoorden dat ik een grote internationale prijs had gewonnen, kregen ze nóg meer moeite me aan te kijken. Waarom dat was, weet ik niet, misschien is het niet de bedoeling dat hier ‘gearriveerde schrijvers’ komen, misschien is het hier de bedoeling dat iedereen aspiring is, om maar eens een Engels woord te gebruiken. Dat dit een plek is om dromen en hoop te hebben en te koesteren en dat het dan wel fijn is als iedereen gelijk is, anders gaat zo’n droom al snel aan flarden. Dit jaar vertelde ik daarom ieder- een dat ik eigenlijk geen schrijver meer ben, romans ‘stom’ vind en geen idee heb wat ik verder met mijn leven aan moet, buiten het schrijven van een column in een krant en een tijdschrift.

Er was dit jaar ook een man. Piet uit Kampen. Piet werkte het hardst van iedereen en zijn werk wordt gepubliceerd, zij het op een andere manier: hij schrijft toneelstukken en die worden uitgevoerd door amateurtoneelgroepen. Op een van de laatste avonden zat ik - zo ver mogelijk weg van het gezelschap - na het eten te roken en hoorde ik in de verte Piet voor de vijftiende keer aan een nieuwkomer vertellen dat hij werkte aan een toneelstuk over een robot. ‘Godnogaantoe’, prevelde ik voor me uit. Arme Piet, arme wij, steeds opnieuw vertellen hoe en wat en waarom. Hoog tijd er te vertrekken.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden