BoekrecensiesDe dood in haar handen

Miss Marple met te veel fantasie

Beeld Trouw

Otessa Moshfegh schrijft een pesterige Agatha Christie-persiflage, een echte Moshfegh

De nieuwe roman van Ottessa Moshfegh opent met een mysterie. Er is een lijk – althans, het zou ergens moeten liggen – en er is een vertelster, een oudere vrouw die alleen woont aan de rand van het bos, buiten een klein dorp ergens aan de oostkust van de VS. Dat deze vrouw, genaamd Vesta Gul, geheel op eigen houtje detective zal spelen is ook snel duidelijk. Haar naam klinkt excentriek genoeg voor een Bondfilm en de titel zou zo uit het oeuvre van Nicci French kunnen komen. Maar wie Moshfegh kent weet dat ze spelletjes speelt met zulke clichés, en dat van een traditionele whodunnit beslist geen sprake zal zijn. “Als het geen practical joke was, dan zou het de eerste alinea van een verhaal kunnen zijn, door de schrijver verworpen als valse start”. Wat we in handen hebben is een pesterige Agatha Christie-persiflage, met een vleugje Stephen King en een flinke snuif Shirley Jackson. Of liever: een echte Ottessa Moshfegh.

Met halve pillenwinkel in winterslaap

Ottessa Moshfegh schreef eerder de sterke verhalenbundel ‘Heimwee naar een andere wereld’ en stal in 2018 internationaal de show met haar roman ‘Mijn jaar van rust en kalmte’, een radicaal boek over een jonge vrouw die met behulp van een halve pillenwinkel zichzelf op de bank van haar luxeappartement in New York in een winterslaap wil houden. Het was een razend grappig en in zekere zin ontroerend boek, maar de volmaakt nihilistische stem die Moshfegh haar personage gaf wekte ook weerstand. Naar die weerstand lijkt Ottessa Moshfegh nu juist op zoek te zijn, want ook in ‘De dood in haar handen’ – dat ze grotendeels schreef vóór haar vorige roman – stel je als lezer al snel een tikje wanhopig vast dat je geen grip krijgt op het verhaal, noch op de hoofdpersoon, en dat de bedoeling van de auteur een raadsel is. Moshfegh krijgt je dus precies waar ze je hebben wil. 

Het begint er al mee dat ze ons met de eerste kalme scènes na de geheimzinnige vondst van het briefje bijna in slaap sust. Vesta vertelt op bedaarde en bijna kinderlijke toon over haar hond Charlie, de verhuizing van het westen naar de oostkust, naar het lelijke en duffe dorpje Levant: “De enige boeken bij de kringloopwinkel gingen over breien en de Tweede Wereldoorlog.” Af en toe laat ze iets los over de dood van haar man. Zijn urn staat op de schoorsteenmantel, ze rouwt, maar niet al te erg, ze is eenzaam maar gelukkig met haar hond. Ondertussen probeert ze te achterhalen wie Magda is en wat er met haar is gebeurd, niet door echt iets te onderzoeken, maar door te fantaseren. Detectivewerk is mentale arbeid, meent ze. Gaandeweg verzint ze een compleet leven voor Magda bij elkaar, een Oost-Europese achtergrond, een baantje als verzorger van een bejaarde, en een paar minnaars van wie één de moordenaar moet zijn, ze weet ook wie, hij heet Blake.

Wraak op de urn

Het ongemak groeit met iedere bladzijde. Niet alleen begrijp je dat ze geen steek verder zal komen met deze ‘moordzaak’, je ziet ook in dat Vesta een onbetrouwbare verteller is, dat je niet de werkelijkheid ziet, maar een voyeur bent van haar toenemende waanzin. Was dat huwelijk van haar en Walter wel zo goed? Al in het begin krijgen we vreemde signalen: “Alle mannen waren diep in hun hart jagers. Het waren allemaal moordenaars, of niet dan? Het zat in hun bloed.” En wat te denken van het terloopse “Ik moest weer denken aan de geaborteerde foetus”? De detective ontrafelt helemaal geen moordzaak maar zichzelf.

Dat de boel ontspoort is geen verrassing, maar je hebt geen idee hoe, dus blijft het spannend. Het is knap van de vertalers dat de surrealistische sfeer in het Nederlands intact blijft. Na drie boeken hebben Tjadine Stheeman en Lidwien Biekmann de toon van Moshfegh uitstekend in de vingers. Terwijl Vesta’s observaties in het heden steeds bedrieglijker worden, bereikt ze over haar verleden en haar drijfveren een lucide eerlijkheid. Van de nagedachtenis aan haar man blijft geen spaan heel, maar wraak nemen kan ze alleen nog op die urn waar zijn as in zit.

Net als in ‘Mijn jaar van rust en kalmte’ tekent Moshfegh in deze roman het treurige lot op van een vrouw die het slachtoffer blijkt van verwaarlozing en geestelijke mishandeling. ‘De dood in haar handen’ is minder grappig en scherp dan zijn voorganger, maar even compromisloos. Moshfegh toont een mens, een eenzame vrouw die óók gezien wilde worden, die zo graag had gewild dat er iemand was die haar kende.

Oordeel: Minder scherp en grappig dan voorganger, maar even stijlvast

Otessa Moshfegg 
De dood in haar handen
Vert. Tjadine Stheeman en Lidwien Biekmann
De Bezige Bij; 272 blz. € 21,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden