Review

Misantropische heilsboodschap van Ronald Giphart

Ronald Giphart: Phileine zegt sorry. Balans, Amsterdam; 214 blz. - ¿ 29,90.

In zijn roman 'Phileine zegt sorry' speelt Ronald Giphart ook met het genre, er komt zelfs een heus reclameblokje in zijn boek voor (waarin zijn uitgever wordt aangeprezen) en het verhaal eindigt met een overigens niet ingevulde 'aftiteling'. Dat zijn, als je het deftig wilt zeggen, leesaanwijzingen. je kunt dit verhaal opvatten als een film. En gek genoeg weet je dan ook onmiddellijk niet meer in welk opzicht je het serieus moet nemen want die knipoogjes naar film zetten alles in een ironisch licht.

Hoe vreemd het ook klinkt in de buurt van Giphart, 'Phileine zegt sorry' is een bekeringsroman, de titel zegt het al: het vileine meisje biedt haar excuses aan. Hoofdpersoon Phileine is een sarcastische misantrope van het soort dat je tegenwoordig wel meer aantreft in de literatuur. Dit zusje van Giph, de hoofdpersoon van Gipharts debuut, weet al helemaal hoe ontluisterend de wereld in elkaar zit en reageert er navenant op. Haar denkwereld is vergeven van cynisme. Althans aan de oppervlakte. Wie 'Phileine zegt sorry' net heeft geconsumeerd houdt er voornamelijk een smaak van gekanker en seks aan over.

Phileine vertrekt, verliefd, naar New York, achter haar vriendje Max aan, een toneelspeler die in een extreem erotische zetting van Shakespeare's Romeo en Juliette het publiek probeert te shockeren. Dat wil zeggen, de regisseur heeft er allemaal cultureel verantwoorde ideeën over maar het komt er wel op neer dat Max met een collega op het toneel de liefde bedrijft.

Phileine kan daar, ondanks haar nogal illusieloze ideeën over de liefde, niet tegen en springt, als het haar te ver gaat, op het toneel om haar vriend tegen te houden. Na welke heldendaad ze bij de beroemde Amerikaanse gastheer David Letterman in diens Late Night Show mag opdraven, waarna ze ook nog terecht komt op het jaarlijkse Aids-gala, waar ze voor het front van de feestende menigte een soort ethisch credo ten beste geeft:

“We zijn hier met vijfduizend mensen, ofwel met één miljoenste deel van de wereldbevolking. Dat is niet veel, maar het is een begin. Wij kunnen een beweging in gang zetten. Ik zou een pleidooi willen houden voor een aardige samenleving. Ik wil pleiten voor meer tolerantie, minder geldingsdrang, minder haast, minder lawaai en meer aandacht voor elkaar. U moet zich eens voorstellen wat er zou gebeuren als de geest die hier vanavond in het Palladium heerst, zich uitspreidt over andere steden en dorpen. Dan kan de wereld beter worden, daar ben ik van overtuigd.”

Wat Giphart met dit vrome ethisch reveil precies voorheeft, weet ik niet. Wel dat het, psychologisch als een tamelijk onbegrijpelijke wending in deze geschiedenis werkt want er lijkt weinig innerlijke motivering voor zo'n beate boetedoening. In het voorafgaande heeft Phileine zich namelijk als een onverbeterlijke specialiste in mensen afzeiken en uitschelden laten kennen. Voor het ergens geuite ironische vermoeden dat ze mogelijk aan een vorm van het Gilles de la Tourette-syndroom (decorumverlies) lijkt mij in elk geval alle aanleiding.

Wie op de hoogte wil blijven van hedendaags gekanker kan in dit boek vooruit. Een losse greep leert ons treffende uitdrukkingen als 'richtingloze apekut', 'meeslikkende diarreegorgelaar', 'pratend röntgenapparaat' en meer van deze, overigens nauwelijks lekker bekkende dus meer papieren invectieven.

Het gezochte jargon van Gipharts Phileine overtuigt me niet erg, of liever gezegd: het werkt contraproductief. Je wordt gaandeweg immuun voor de stroom verwensingen aan het adres van Jan en Allemans. Ook de voortdurende seksuele geobsedeerdheid, het geilheidsgehalte en de kennelijk hilarisch bedoelde uitdrukkingen voor dat 'hele erge' (Van Deyssel) zoals 'platgekeesd snotkegelwijf' en 'doorlekkende spagaatslobber' zijn aan mij niet besteed.

Eigenlijk is die verbale aankleding nogal spijtig want Giphart is er verder wel degelijk in geslaagd met Phileine een karakter neer te zetten dat je bijblijft. De illusieloze praat die toch een verdrongen soort menselijke wensdromen verhult, zoals de fantasie dat iemand een documentaire van je maakt of dat je een dubbelleven zou leiden, de korte maar rake verwijzingen naar de ideeën van Milan Kundera ('liefde is verlangen naar herhaling') en Bataille ('als ik moet kiezen tussen fatsoenlijk en smerig, kies ik voor smerig'), maken van 'Phileine zegt sorry' toch meer dan een celineske scheldkanonnade.

Er spreekt zelfs een gevoel voor de menselijke comedie uit. Phileine is bij al haar geëtter een voorbeeld van een vroegwijs meisje met een hypersensor op haar schouder, dat eigenlijk niet meer weet hoe ze van het leven moet genieten.

Maar zo serieus wil Giphart het kennelijk niet brengen, de psychologie moet er vooral niet bovenop liggen en het gevolg is dat die helemaal onderop ligt. Zowel de extreme misantropie als de existentiële eenzaamheid zijn er zo dik opgesmeerd dat je als lezer, tenzij je alles als grap wilt lezen, nauwelijks de kans krijgt enig element van deze roman ernstig te nemen. Het boek lijdt kortom aan een voortdurend 'leukheids'-gehalte.

En toch werd ik bij alle klatereffecten zo nu en dan geraakt en vermaakt door deze 'film'. Phileine houdt te veel van haar Max om hem uit naam van de kunst met iemand anders te zien vozen. Of de schrijver nu met verbaal geweld alle sentimentaliteit uit deze observatie wil schrijven, ze blijft toch op een of andere manier overeind staan, als ernstige kitsch met een kern van puurheid.

Dat is voor een boek met zoveel daverende wise-cracks en grollen een heel merkwaardige gevolgtrekking (en een voorbeeld van het gepatenteerde goede einde' van Amerikaanse series) maar ze is wat mij betreft ook onontkoombaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden