Review

Miralles durfde ondanks oog voor detail niet te kiezen

De verhuizers rijden al af en aan, terwijl het vernieuwde stadhuis van Utrecht van buiten nog maar half af lijkt. Aan de kop van de Oudegracht staat het oude neoclassicistische hoofdgebouw er nog als vanouds bij, maar aan de achterzijde lijkt de gevel geëxplodeerd. Nieuwe bouwdelen steken schijnbaar kriskras uit de achterwand. Iedere orde is op het eerste oog zoek. Logica is er echter wel degelijk, al maakt de Spaanse architect Enric Miralles het ons nog knap lastig met een detaillering die balanceert tussen informeel en onaf.

Miralles heeft de opening van het stadhuis op 30 augustus door koningin Beatrix niet gehaald. Hij was al een tijdje ziek en overleed vorige maand. We blijven daarom met de vraag zitten of wat we nu zien, werkelijk de definitieve versie zou zijn geweest. Miralles heeft zich met ieder facet, ieder detail (zowel aan de binnen- als buitenkant) van het gebouw intensief bemoeid. Er zit best nog wat ruimte in de afwerking van de nieuwbouw en aanwijzingen van een architect kunnen op zo'n moment heel belangrijk zijn.

De Spanjaard bedacht een tentakel-achtige uitbouw, die er niet simpelweg aan de achterkant aan is geplakt, maar werkelijk groeit uit het binnenste van de 'oudbouw' en dan vooral op de plek waar het oude stadhuis versnipperde in een reeks geschakelde middeleeuwse woningen. Het oude stadhuis was een kruipdoor-sluipdoor en Miralles heeft dit labyrintische binnenwerk op twee manieren opengebroken.

In het neoclassicistische deel van de oudbouw uit 1830 door deze uit te hollen en daardoor vele malen ruimtelijker te maken, en op de plek van de middeleeuwse panden door uit de achtergevel te breken, als een aardkorst die opensplijt en lava spuugt. De lava in Utrecht is een langgerekte nieuwe vleugel die langs een groot binnenplein kronkelt. Voor deze expansie heeft de lava wel een oude vleugel uit de jaren dertig (Burgerzaken) verzwolgen. Alleen de kopgevel van deze vleugel is als een ornament blijven staan, een relikwie die het oude straatbeeld intact laat. Een heldere, maar weinig fraaie oplossing door de discrepantie tussen dit geveldeel en de modernistische nieuwbouw.

Het bewaren van oude details is door het hele nieuwbouw-/renovatieproject heen een thema geweest. Waar mogelijk zijn oude plafonddelen, wandfragmenten, deurposten, opgegraven kelders en materialen in het zicht gelaten danwel hergebruikt. Het is Miralles' ode aan het verleden, klaarblijkelijk onder het mom dat alles van vroeger waardevol was. Vaak gaat dit goed en zorgt dit voor verrassende momenten in het vernieuwde stadhuis, maar soms komt het ook erg geforceerd over, zoals bij de gevel van Burgerzaken die als wees is blijven staan.

De belangrijkste verdienste van Miralles is dat hij orde en helderheid heeft geschapen in het oude stadhuis. De ingang is naar achteren verplaatst, zodat de bezoeker een veel ruimere entree kan worden geboden. De oude hoofdingang is wel intact gebleven, maar dient nog slechts voor ceremoniële momenten.

De nieuwe ingang is een spannende betonnen opgang in de 'scheve' beeldtaal van het deconstructivisme. Iedere beweging in de routing van de entreepartij (er zit onder meer een trap in) is expressief gemaakt.

In de vormgeving van de nieuwe vleugel heeft Miralles zo'n radicale keuze niet durven maken. De wanden zijn beurtelings van beton en baksteen, terwijl ook een zinken dakrand nog meespreekt in het totaalbeeld. De vlakken staan koud op elkaar, waarbij het gevelbeeld nog eens wordt vertroebeld door betonnen 'voorzetwanden', waarin grote vensters zitten. Deze vensters zijn ingevuld met zware metalen lijsten waarop brokstukken van oude zandstenen lijsten (hergebruik van het oude!) zijn bevestigd.

Het totaal is vrij rommelig, al ligt de bouwplaats op dit moment nog vol bouwtroep, wat het beeld nog eens extra onrustig maakt. Dat Miralles het echter niet zo nauw neemt met de manier waarop hij materialen samen laat spreken, blijkt uit drie kolommen die beginnen als betonnen staanders en opeens overgaan in metalen palen. Dit geeft een gevoel van onaf-zijn en is op zijn minst geen toonbeeld van verfijning.

Zo is Miralles in de detaillering wel vaker onevenwichtig. Alsof hij geen duidelijke keuzes heeft kunnen maken. In de totale opzet heeft de Spanjaard echter een zeer interessante verbouwing tot stand gebracht. Zeker in de aansluiting van de achterkant van het oude stadhuis op de Ganzenmarkt erachter. Die vormt nu één geheel met het binnenplein van het stadhuis. Dit is mede mogelijk gemaakt door de sloop van de Burgerzaken-vleugel, die als een blokvormige barrière tussen Ganzenmarkt en stadhuis stond.

Utrecht heeft nu in ieder geval zijn architectonische landmark, zoals zoveel steden die op dit moment zoeken sinds architecten als Frank Gehry hele drommen naar een stad weten te lokken met hun vooruitstrevende en excentrieke gebouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden