Boekrecensie Nederlandse literatuur

‘Minnebrieven’ laat zien: Maarten 't Hart heeft altijd de lust om te provoceren

Bewonderende en kritische Elsbeth Etty geeft in ‘minnebrieven’ een psychologische interpretatie van Maarten ‘t Hart.

Z o’n veertig jaar geleden had schrijver én veellezer Maarten ’t Hart bij NRC Handelsblad een ruim bemeten podium om het literaire aanbod de maat te nemen. Het aantal recensies dat hij voor die krant schreef moet in de honderden lopen. Maar das war einmal. Als Maarten nu nog boeken bespreekt, is het voor de camera, zittend op zijn eigen bank in zijn eigen huiskamer, ter wille van de Leidse boekhandel De Kler. Het zijn ontzettend aardige praatjes van zo’n drie à vier minuten, vol wetenswaardigheden, tegendraadse opinies en snaakse terzijdes, alles vintage ’t Hart.

Zo mocht ’t Hart zich onlangs buigen over Rutger Bregmans feelgood bestseller ‘De meeste mensen deugen’. Hoewel hij het een interessant boek vond, had hij toch enige bedenkingen. Ons laagje deugdzaamheid kon zo maar afbladderen door honger en gebrek, erfeniskwesties, faillissementen en niet in de laatste plaats ook door minnenijd en echtscheidingen. In zijn ervaring haalden deze en andere problemen steevast het slechtste in mensen naar boven. Vandaar dat hij ons nog maar eens herinnerde aan een inzicht dat hem en andere geboren en getogen calvinisten met de moedermelk is meegegeven. Volgens de Heidelberger Catechismus zouden wij verdorven wezens zijn, ‘ganselijk onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’. Weliswaar heeft ’t Hart sinds lang het theologisch fundament van die stelling aan de dijk gezet, samen met zijn geloof in God, maar dat slechtigheid dikwijls genetisch is, houdt hij nog steeds voor mogelijk.

Zelfingenomen praatjesmaker

Dat blijkt uit de gesprekken die hij onlangs had met critica Elsbeth Etty. Ze kregen hun neerslag in een door Etty geschreven boek over leven en werk van de onlangs 75 geworden auteur. De titel, ‘Minnebrieven aan Maarten’, is ontleend aan een beroemd boek van Multatuli, een voorganger van wie ’t Hart nu niet bepaald een hoge dunk heeft. Hij vindt hem maar een zelfingenomen praatjesmaker. Reden genoeg voor de voorzitter van het Multatuligenootschap (die Etty is) om meteen maar een plaagstootje uit te delen. En daar blijft het niet bij. Hoewel Etty veel sympathie voor ’t Hart heeft en een bekroning met de P.C. Hooftprijs zeer op z’n plaats vindt, spaart ze hem de kritiek niet. ’t Harts warme belangstelling voor vrouwelijke opschik doet ze af als ‘wijvengezeur’ en zijn kruistocht tegen het feminisme stuit bij haar op grondige bezwaren.

Maarten 't Hart Beeld Hollandse Hoogte / Károly Effenberger

Etty is ervan overtuigd dat ’t Hart de lust om te provoceren en te treiteren – met christenen, feministen en neerlandici als voornaamste slachtoffers – van zijn vader heeft geërfd. Ze ziet die neiging zelfs als deel van een diep geworteld complex en aarzelt niet om het te diagnosticeren als sadomasochisme. Vervolgens presenteert ze een hele rits passages uit ’t Harts verhalend werk die moeten aantonen hoezeer leven en werk hier met elkaar verknoopt zijn.

Bij deze ene psychologiserende interpretatie blijft het niet. En hoewel ’t Hart dikwijls flink tegenstribbelt, moet gezegd worden dat Etty vaak iets wezenlijks én iets verrassends te pakken heeft. Nu ’t Hart er nooit een geheim van heeft gemaakt dat hij een enorme verering koesterde voor zijn lievelingsonderwijzer meneer Mollema, en in stilte diep met hem mee treurde over de gefnuikte liefde voor juffrouw Van der Sluys, stoot Etty onverbiddelijk door naar de verborgen laag onder dit ‘kernverhaal’.

Vader met losse handjes, jaloerse moeder

Ermee samenhangende romanthema’s als de zwoele band tussen een jongen en een oudere man, plus het huwelijk dat zo fraai en toepasselijk rijmt op gruwelijk, herleidt ze tot ’t Harts jeugd, toen hij beklemd zat tussen een liefdevolle vader met losse handjes en een jaloerse moeder die niet in staat was tot blijken van genegenheid. Zo gezien is een observatie van Nietzsche, geciteerd in ’t Harts roman ‘De kroongetuige’, maar al te waar: “Zijn niet de meeste huwelijken van dien aard dat men geen derde als kroongetuige wenst? En juist deze derde ontbreekt vrijwel nooit – het kind – en dat is meer dan een kroongetuige, namelijk de zondebok.”

Het zondebokgegeven, voor deze bijbelvast gebleven oud-calvinist natuurlijk overbekend, heeft misschien wel de omvang van een persoonlijk trauma. Dat is ’t Hart altijd zwaar op het gemoed blijven liggen, zoals we kunnen ­lezen in ‘De nakomer’. Simon Minderhout, de tachtigjarige hoofdpersoon van deze roman, wordt ervan beschuldigd dat hij tijdens de Duitse bezetting een verzetsgroep zou hebben verraden. De media bijten zich in de affaire vast en laten geen detail uit Minderhouts doopceel ongemoeid.

Of ’t Hart zich ook in zijn latere leven een zondebok is blijven voelen, is niet zeker. Maar het zou heel goed kunnen, zeker in het licht van wat hem overkwam toen zijn ster halverwege de jaren zeventig, na twee weinig succesvolle romans, plotseling begon te rijzen. De ­literaire incrowd nam hem vanwege zijn al te vlot geachte pen al gauw niet meer serieus, zijn collega’s aan de Leidse universiteit, waar hij fulltime als bioloog werkzaam was, konden het niet uitstaan dat hij tot een Bekende Nederlander en een goed verdienende auteur was uitgegroeid, en deden er alles aan om hem dwars te zitten en weg te werken, wat hun uiteindelijk ook lukte.

Vraatzucht

Van de vele eigenschappen die ’t Hart aankleven blijft er in deze ‘Minnebrieven aan Maarten’ één ongenoemd. In een uit 1985 daterend interview met Martin Ros komt ’t Harts ongebreidelde vraatzucht ter sprake, naar aanleiding van het getuigenis van Jeroen Brouwers die zag hoe zijn collega zich tijdens een feestmaal als eerste bij het buffet meldde om na het leegeten van zijn bord onmiddellijk weer achterin de rij wachtenden aan te sluiten. Ros beschouwde die vraatzucht als het spiegelbeeld van een tomeloze drang om te schrijven en te publiceren.

’t Hart reageerde daarop met een verwijzing naar zijn grootvader, die op zijn veertigste een wandelstok aanschafte, stopte met werken en alleen nog maar wilde dammen. Gelet op de ruim dertig boeken die ’t Hart sinds 1985 publiceerde is wel duidelijk dat hij in elk geval niet naar die grootvader aardt. Hij houdt niet eens van dammen.

Oordeel: ‘t Hart sputtert maar Etty heeft iets wezenlijks te pakken

Elsbeth Etty
Minnebrieven aan Maarten. Over Maarten ’t Hart en zijn oeuvre
De Arbeiderspers; 169 blz. € 20

Lees ook: 

De nieuwe Maarten ‘t Hart is een echte Maarten ‘t Hart. Het is een echte Maarten ‘t Hart, ‘De nachtstemmer’, met onwaarschijnlijke, maar levendige personages en liefde in een Zuid-Hollands stadje.

Lees ook:

Maarten ‘t Hart: Bach was een vrolijke man. Bach is de allergrootste volgens muziekfanaat Maarten ‘t Hart. In zijn nieuwe boek getuigt hij van een liefde die op achtjarige leeftijd begon.‘Bach heeft mij nog nooit teleurgesteld.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden