Hans en Mingus Dagelet

InterviewHet Indisch Interieur

Mingus Dagelet: ‘Als je je aanpast, lever je ook iets in. Weet ik wel wat ik heb ingeleverd?’

Hans en Mingus DageletBeeld Martijn Gijsbertsen

In Het Indisch Interieur, een theaterstuk over verdringing en ontworteling, spelen zoon (Mingus) en vader (Hans) Dagelet. Zij denken niet dat er onverwerkte trauma’s in hun eigen familie spelen, maar het stuk zet ook hen aan het denken over hun verleden.

Jowi Schmitz

In de voorstelling Het Indisch Interieur wil voormalig architect Hans zijn nalatenschap onder zijn kinderen en zijn kleinzoon verdelen. Een set kommetjes bijvoorbeeld, ceremonieel en bijzonder. “Voor jou”, zegt hij liefdevol tegen Mark, een van zijn zonen. “Het zijn er duizend.” Duizend? Schrikt Mark, en die zijn allemaal voor mij? “Jazeker”, knikt zijn vader ernstig. “Het is een set.”

De zoon begint snel over zijn stijlvolle, functioneel lege appartement. Esther, dochter des huizes, moet er een beetje om grinniken, tot ze ontdekt dat zij de maskers mag hebben. Met echt haar. Alle veertig.

Het moet voor veel families een bekend gegeven zijn: geliefde bezittingen die na het overlijden van de eigenaar hun ziel kwijtraken. Spullen die ooit in een vitrine stonden te fonkelen, die in een nieuw huis simpelweg niet passen. In Het Indisch Interieur gaat het bovendien om spullen met een Nederlands-Indisch verleden. Een verleden dat regisseur, acteur en auteur Bo Tarenskeen knap onder alle scènes mee laat zinderen.

Buiten de muren is er niets

Hans Dagelet speelt Hans, de pater familias. Hij herkent de Nederlands-Indische referenties, maar heeft zelf vooral warme gevoelens bij het fenomeen ‘familie’. “Dan zie ik mijn vijf kinderen bij elkaar en ben ik verwonderd over het feit dat een mens zoveel moois kan produceren. De Hans in het stuk heeft die kant ook, hoor. Hij zegt het ook zo goed tegen de vriendin van zijn kleinzoon: “(…) Ken je dat gevoel? Dat je met z’n allen in een ruimte zit en je realiseert: dit is het. Dit is de wereld. Buiten de muren is er niets. Dat die muren maar één kant hebben. Alleen een binnenkant. Geen buitenkant.”

En over familie gesproken: de kleinzoon van de Hans in het stuk wordt gespeeld door Mingus Dagelet, zoon van Hans Dagelet. Het is de eerste keer dat vader en zoon samen op het toneel staan en ze vinden dat het een extra dimensie geeft.

Er is nóg een overlap met de realiteit: vrijwel alle leden van de cast (naast vader en zoon Dagelet staan ook Bodil de la Parra, Bo Tarenskeen zelf, Reinout Bussemaker en Amarenske Haitsma op de planken) hebben een Nederlands-Indische achtergrond en kunnen dus op meer manieren meevoelen met de pijnlijke emoties die achter de familiebijeenkomsten schuilgaan. Emoties als verdriet, woede, onthechting, eenzaamheid.

Allemaal in hetzelfde schuitje

Hans Dagelet (77): “Als je kijkt naar de geschiedenis van Nederlands-Indië zijn er zoveel momenten waarop het misging. Tijdens de Japanse bezetting natuurlijk maar ook erna; het racistische geweld van de Bersiap, de koude ontvangst van Molukkers en Indische Nederlanders die naar Nederland vluchtten. Maar mensen moesten overleven. Bovendien zaten ze allemaal in hetzelfde schuitje. Dan voelt het misschien alsof het niet veel zin heeft om alles uit te spreken. Dat zet je je schouders eronder en ga je aan het werk.”

Mingus Dagelet (30): “Het is wetenschappelijk onderzocht dat dergelijke trauma’s, juist ook de onuitgesproken verhalen, nog generaties lang in een familie kunnen doorwerken. In het stuk wordt er gelachen om een anekdote over het vijfjarige kleinkind dat boos weigerde te buigen voor de Japanse muziekleraar. Iedereen lacht, maar niemand vraagt zich af waaróm dat kind weigerde. Waar kwam zijn woede vandaan? De onwetendheid of het onbewust onderdrukken van de familiegeschiedenis gaat zelfs nog een stapje verder. Niet alleen vragen ze zich dat soort dingen niet af, ze denken oprecht dat er in hún familie niets aan de hand is.”

null Beeld Martijn Gijsbertsen
Beeld Martijn Gijsbertsen

Vader en zoon Dagelet hebben allebei niet het gevoel dat er onuitgesproken trauma’s in hun familie spelen en als ze worden ontdekt, dan zouden zij er anders mee omgaan dan hun toneelfamilie. Toch heeft Mingus zich door deze voorstelling wel gerealiseerd dat hij heel weinig weet van de Molukse roots die hij via zijn moeder meekreeg. Hij is er speciaal voor naar een tentoonstelling in het Amsterdamse Tropenmuseum gegaan, om meer te leren.

Een hutkoffer vol aandenkens

Hij ging ook bij zijn oom op bezoek, die nog een hutkoffer vol aandenkens op zolder had staan. “Het verhaal van mijn overgrootvader die al vroeg naar Nederland kwam, nog voor de oorlog, wijkt af van dat van de meeste Molukkers. Hij ging rond 1913 medicijnen studeren in Nederland, keerde daarna terug naar de Molukken en kwam uiteindelijk in 1918 voorgoed naar Nederland. Hij is dus niet gevlucht en had het economisch goed.

“Maar toch, het kan niet anders dan dat hij racistisch is bejegend, dat was de tijdgeest. Mijn overgrootopa was een man die zich goed heeft aangepast, dat is het verhaal dat ik heb meegekregen. Er is zelfs een foto van mijn overgrootoma, in traditionele Zeeuwse klederdracht. Sinds kort denk ik: er zít daar iets. Zelf heb ik ook altijd geroepen dat ik helemaal Nederlands ben. Maar als je je aanpast, lever je ook iets in. Weet ik wel wat ik heb ingeleverd? Dat zijn dingen die ik me tegenwoordig afvraag. Net als het besef dat onderdrukte gevoelens niet altijd makkelijk te vinden zijn. De pijn zit vaak op plekken waar je vergeet te kijken.”

Golf van aandacht

Het duurde even voor Het Indisch Interieur er was. Tarenskeen schreef de eerste scènes al in 2014, en baseerde zich daarbij ook op ervaringen uit zijn eigen familie. Hij ontving daarvoor destijds het TheaterTekstTalent Stipendium van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Na wat rijptijd begon het in 2019 vorm te krijgen, maar toen kwam corona. Nu is het stuk er dan toch en misschien wel op het juiste moment. Er is een golf van aandacht voor intergenerationele trauma’s en voor het Nederlands-Indisch verleden in het bijzonder.

Maar ook voor mensen zonder Nederlands-Indische connectie zal er herkenning zijn, meent Hans Dagelet. Familieoudsten die sterven, zorgen nu eenmaal voor veranderingen in de hiërarchie. “Ik ben ook al op leeftijd, afgelopen week heb ik mijn handtekening onder mijn testament gezet. Net als de Hans in het stuk heb ik geliefde bezittingen, die ik aan mijn kinderen zou willen geven. Maar ja, willen zij het ook? Bij de Hans in het stuk zijn het krissen en wajangpoppen, bij mij is het speelgoed, zijn het tinnen soldaatjes, in een vitrinekast. Ik kan me de schrik wel voorstellen hoor, als ik een van mijn kinderen zo’n vitrinekast zou aanbieden.”

Niemand geeft antwoord meer

En dan was er nog die onverwachte ontroering voor vader en zoon Dagelet, toen het stuk voor het eerst op de vloer werd uitgeprobeerd. Mingus: “In het midden van de voorstelling zegt pater familias Hans dat hij weet dat hij dood is, op het moment dat hij roept en niemand meer antwoord geeft. Een draaipunt in het stuk, tot op dat moment voor mij een technisch draaipunt. Maar toen stonden we daar op het toneel, tegen het einde van het verhaal. De Hans, gespeeld door mijn vader, roept en niemand geeft antwoord. Opeens raakte het me. Op een dag is dit echt, dacht ik. Dan roept mijn vader ook, en dan horen we hem niet meer.”

Zijn vader: “En nu moet je die scène nog heel vaak spelen”.

Mingus: “Maar dat vind ik ook mooi. Dan wordt het bijna therapeutisch, keer op keer onder ogen proberen te zien wat er op een dag gaat komen.”

Theaterstuk Het Indisch Interieur is te zien t/m 27 november. Info: theaterbureaudemannen.nl

Lees ook: Jammer, die zwart-witte kijk op Nederlanders in ‘Lichter dan ik’

Lichter dan ik, het theaterstuk naar de roman van Dido Michielsen, is de geschiedenis van een njai.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden